Het kabinet zet met de nieuwe koers in op meer rust en duidelijkheid rondom het werken met en als zelfstandigen (zzp’ers). Doel is een toekomstbestendige en breed gedragen aanpak, waarin enerzijds ruimte en erkenning voor zelfstandigen centraal staan en anderzijds misstanden zoals schijnzelfstandigheid worden aangepakt.
Dit schrijft minister Aartsen in een Kamerbrief. De koers bouwt voort op drie bestaande lijnen: een gelijker speelveld tussen contractvormen, meer duidelijkheid over de kwalificatie van arbeidsrelaties en betere handhaving op schijnzelfstandigheid. Deze lijnen blijven behouden, maar worden op onderdelen anders ingevuld.
Wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties
Op korte termijn richt het kabinet zich op het vergroten van duidelijkheid. Zo wordt een onderdeel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (Vbar) geschrapt om onzekerheid bij opdrachtgevers te verminderen. Tegelijkertijd wordt het rechtsvermoeden van werknemerschap ingevoerd voor werkenden met een uurtarief onder de 38 euro, om kwetsbare groepen beter te beschermen.
Daarnaast komt er een communicatiecampagne die benadrukt hoe het wél mogelijk is om met zzp’ers te werken binnen de regels. Ook wordt het bestaande beoordelingskader verder verduidelijkt, onder meer door recente jurisprudentie en het expliciet meewegen van ‘extern ondernemerschap’ (activiteiten buiten de specifieke opdracht).
Het kabinet benadrukt dat zowel opdrachtgevers als zelfstandigen verantwoordelijkheid dragen voor een juiste inrichting van de arbeidsrelatie. Daarbij wordt van zelfstandigen verwacht dat zij zich ook daadwerkelijk als ondernemer gedragen.
Overheid
Bij de uitvoering van beleid is het van belang dat de Rijksoverheid zelf het goede voorbeeld geeft en zich houdt aan geldende wet- en regelgeving. Dat betekent enerzijds dat het aantal (potentieel) schijnzelfstandigen bij de Rijksoverheid naar nul moet zijn teruggebracht. Eerder is uitgesproken dat departementen ernaar streven schijnzelfstandigheid naar 0 te hebben afgebouwd per 1 januari 2026.
Anderzijds is het kabinet van mening dat van categorisch uitsluiten van zzp’ers bij de Rijksoverheid geen sprake kan zijn. Wanneer inhuur conform wet- en regelgeving is, moet daar ruimte voor zijn en dient de overheid ook hierbij het goede voorbeeld te geven. Dit zal een plek krijgen in de leidraad die binnen de Rijksoverheid wordt gebruikt en binnenkort wordt herzien in lijn met de meest recente jurisprudentie. Het kabinet zal hier de komende periode aandacht voor vragen in de gesprekken die hierover worden gevoerd, ook met de VNG, rekening houdend met de Roemernorm.
Nieuwe zelfstandigenwet
Voor de langere termijn werkt het kabinet aan een nieuwe Zelfstandigenwet. Deze moet vooraf meer duidelijkheid bieden over wanneer iemand als zelfstandige kan werken en welke verplichtingen daarbij horen, zoals voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. Tegelijk blijft handhaving essentieel om misbruik tegen te gaan en een gelijk speelveld te waarborgen.

Geef een reactie