Het experiment met het nieuwe stembiljet is goed en zonder incidenten verlopen. Het tellen van de stemmen gaat een stuk sneller blijkt uit een evaluatie.
Dit schrijft minister Van Oosten in een Kamerbrief. Tijdens de Tweede Kamerverkiezing van 29 oktober 2025 is in vijf gemeenten: Alphen aan den Rijn, Boekel, Borne, Midden-Delfland en Tynaarlo een proef gedaan met de nieuwe stembiljetten.
Aanleiding is dat het huidige stembiljet te groot en lastig hanteerbaar is, dat het papierformaat zijn maximum heeft bereikt en dat verdere verkleining van lettergrootte en witruimte niet mogelijk is. Bovendien is het huidige biljet voor verschillende groepen kiezers minder toegankelijk. Gemeenten, kiezers en stembureauleden geven aan dat het experiment goed en zonder incidenten is verlopen en dat het enthousiasme voor het nieuwe ontwerp opnieuw groot is.
In de experimenteergemeenten zijn 131.478 stembiljetten ingevuld. Het aandeel ongeldig uitgebrachte stemmen daalde van 0,74 procent bij het EP‑experiment naar 0,48 procent bij TK25, tegenover 0,26 procent landelijk bij het oude biljet. Vergelijking met vijf referentiegemeenten met het oude biljet laat daar 0,19 procent ongeldige stemmen zien. Ruim een derde van de ongeldige biljetten betrof fouten die ook bij het huidige biljet voorkomen; bij 0,32 procent van alle stemmen was de ongeldigheid direct gerelateerd aan het nieuwe ontwerp (bijvoorbeeld meerdere partijen aangekruist of alleen een kandidaatnummer). Extra voorlichting over niet‑bestaande kandidaatnummers lijkt effect te hebben gehad.
Opvallend is dat kiezers in experimenteergemeenten vaker een voorkeursstem uitbrengen (36,6 procent tegenover 30,9 procent in referentiegemeenten). Mogelijk nodigt het nieuwe biljet daar meer toe uit en heeft de extra lokale aandacht voor de verkiezing hierbij een rol gespeeld. Het eerder geconstateerde effect “partijnummer = kandidaatnummer” bij EP24 is bij TK25 niet teruggevonden.
Invulgemak
Kiezers waarderen het nieuwe stembiljet hoog: voor invulgemak, formaat, leesbaarheid en logo’s scoort het een 4,4 of hoger op een schaal van 1 tot 5, waarbij vooral het formaat positief afsteekt ten opzichte van het huidige biljet (4,8 tegenover 1,9; onder 66‑plussers zelfs 1,6 voor het oude). Ongeveer 91 procent kiest zijn kandidaat al vóór het stemhokje; in het hokje ligt een kandidatenboekje dat door ruim de helft wordt geraadpleegd en als zeer overzichtelijk wordt ervaren. Driekwart van de kiezers vindt de vooraf ontvangen informatie voldoende.
Sneller tellen
Stembureauleden ervaren het tellen met het nieuwe stembiljet als aanzienlijk efficiënter: centraal tellen gaat circa 60 procent sneller, decentraal tellen bijna twee keer zo snel. 81 procent vindt het biljet makkelijker te tellen; 98 procent van de leden heeft instructie gevolgd en vrijwel iedereen vindt deze duidelijk. Gemeenten prijzen daarnaast de logistieke voordelen: minder opslagruimte, eenvoudiger transport en een overzichtelijker telproces.
Tijdens het experiment konden kiezers bij een fout twee keer een nieuw biljet vragen, maar daarvan is weinig gebruik gemaakt; extra communicatie hierover kan verdere reductie van ongeldige stemmen opleveren. De meerkosten van het experiment worden door BZK vergoed; een nadere kosteninschatting volgt na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026, waarbij het experiment wordt opgeschaald naar elf gemeenten.
Kieswet en Kiesbesluit Editie 2026
Goed voorbereid de verkiezingen in? Deze publicatie bevat de volledige en actuele teksten van zowel de Kieswet als het Kiesbesluit.



Geef een reactie