Gemeenten ervaren dat de zero-emissiezones zorgen voor schonere, rustigere binnensteden. De invoering vraagt wel wat van ondernemers en handhaving.
Sinds 1 januari 2025 hebben de eerste gemeenten in Nederland een zero-emissiezone ingevoerd. Bestelauto’s en vrachtauto’s die na deze datum op kenteken zijn gezet, mogen alleen nog in deze zones rijden als ze uitstootvrij zijn. Voertuigen die vóór 1 januari 2025 op kenteken stonden, hebben te maken met een gefaseerde overgangsperiode.
Op 30 juni 2025 eindigde de waarschuwingsperiode voor zero-emissiezones in een deel van de gemeenten die vanaf 1 januari 2025 waren gestart. Dit was het geval in Amersfoort, Amsterdam, Den haag, Gouda, Maastricht, Rotterdam, Tilburg, Utrecht en Zwolle. Ondernemers en particulieren die vanaf 1 juli in deze zones komen met een voertuig dat niet is toegestaan, kunnen een boete krijgen. Wat zijn de eerste ervaringen van gemeenten en ondernemers hiermee?
Minder vervuilende voertuigen
Rotterdam meldt in een voortgangsbrief dat de invoering over het algemeen goed is verlopen. ‘Het belangrijkste is dat ondernemers steeds minder oude voertuigen gebruiken; het aandeel van de meest vervuilende voertuigen loopt steeds verder terug.’ Dat is ook de conclusie die in Den Haag wordt getrokken. De gemeente signaleert dat het aandeel geregistreerde voertuigen met emissieklasse 6 en hoger toeneemt. En het aantal overtredingen met bestelauto’s die niet in de zone mogen komen, neemt juist af.
Minder uitstoot en meer rust
De zero-emissiezone past in veel gemeenten binnen een geheel van maatregelen. In Rotterdam richt het beleid zich bijvoorbeeld op drie pijlers: minder ritten, andere vormen van vervoer en meer schone voertuigen. Berco Verhoek van gemeente Rotterdam geeft aan dat de meest vervuilende bestelauto’s grotendeels uit het straatbeeld verdwenen zijn, wat leidt tot minder uitstoot en meer rust in drukke wijken. ‘De lucht wordt schonen en door meer elektrische voertuigen wordt de stad ook stiller. Dat draagt direct bij aan de leefbaarheid, zeker in drukke wijken.’
Gouda en Zwolle koppelen de zones aan een bredere herinrichting van de binnenstad: autoluwer, meer ruimte voor fiets en voetganger en een aantrekkelijker historisch centrum.
Kleine ondernemers worstelen met overstap
Niet alle ondernemers delen het enthousiasme van gemeenten. Vooral kleine bedrijven worstelen met de overstap naar elektrisch vervoer, blijkt uit een tweejaarlijkse monitor van brancheorganisatie RAI Vereniging. De overgang naar zero-emissie vervoer verloopt minder snel dan eerder verwacht, stelt de vereniging. ‘Praktische beperkingen, kosten en beleidswijzigingen, zoals het afschaffen van de BPM-vrijstelling, hebben een duidelijke invloed op investeringsbeslissingen.’
Gemeenten erkennen dat de overgang ingrijpend is, vooral voor kleinere bedrijven. Daarom zijn er lokale hulptrajecten, adviesgesprekken, ontheffingen en subsidies. Verschillende gemeenten vragen ook actief om feedback van ondernemers, met het doel om in het beleid rekening te houden met de behoeften van bedrijven.
Volgens gemeente Rotterdam weten ondernemers de weg naar ontheffingen en ondersteuning te vinden. In Den Haag is het beeld gemengd. Uit een enquête onder Bedrijven Investeringszones (BIZ) blijkt dat de waardering voor de ondersteuning die door de gemeente wordt geboden vaak niet heel positief, maar ook niet heel negatief is. Aandachtspunten die genoemd werden, waren bijvoorbeeld hoge kosten, tekort aan laadpalen en gebrek aan alternatieven.



Geef een reactie