Iets meer gemeenten hebben lokaal eigendom nu goed geborgd in hun beleid dan twee jaar geleden. Voor zon geldt dit inmiddels voor 36% van de gemeenten (2023: 31%). Voor wind is dit 26% (2023: 20%).
Een derde van de provincies – vier van de twaalf – heeft lokaal eigendom goed verankerd in het windbeleid. Drie provincies zijn momenteel bezig beleid op te stellen waarin het streven naar lokaal eigendom wordt uitgewerkt.
Deze cijfers komen uit een geactualiseerd onderzoek dat NP RES en Energie Samen (de koepelorganisatie van energiecoöperaties in Nederland) eind 2025 uitvoerden als vervolg op hun studie van eind 2023. Nieuw in deze ronde is dat de stand van zaken voor wind bij provincies ook in kaart is gebracht, omdat provincies vaak bevoegd gezag zijn voor de ontwikkeling van windenergie.
De resultaten zijn samengevat in drie kaarten: één voor zon bij gemeenten, één voor wind bij gemeenten en één voor wind bij provincies. Voor elke gemeente en provincie is het beleid over lokaal eigendom ingedeeld in een van vier categorieën, variërend van geen borging in beleid tot optimale borging. De kaarten tonen de situatie eind 2025. Gemeenten die op dat moment nog bezig waren met de ontwikkeling van beleid zijn alleen meegenomen voor zover de gemeenteraad of Provinciale Staten het betreffende beleid al hadden vastgesteld.
Het onderzoek gaat uitsluitend over het opnemen (borgen) van lokaal eigendom in beleid. Het zegt niets over de inspanningen die gemeenten of provincies in de praktijk leveren om projecten in lokaal eigendom te realiseren, noch over het aantal daadwerkelijk gerealiseerde zon- en windprojecten met lokaal eigendom. Informatie over gerealiseerde projecten is terug te vinden in de landelijke monitor Financiële Participatie.
Projectontwikkelaars
Het vastleggen van lokaal eigendom in beleid is belangrijk omdat hiermee duidelijk wordt welke inspanningen van projectontwikkelaars worden verwacht. Alleen als die verwachtingen expliciet zijn opgenomen in vastgesteld beleid, kunnen gemeenten en provincies daar ook daadwerkelijk op sturen en voorwaarden stellen. Dit biedt duidelijkheid aan zowel de samenleving als de markt over de rol van lokaal eigendom in de lokale en regionale energietransitie. Tegelijk blijft de praktijk cruciaal: de manier waarop gemeenten en provincies lokale initiatieven stimuleren en ondersteunen, en hoe zij lokale initiatieven en de directe omgeving verbinden met projectontwikkelaars.
De drie kaarten, de onderzoeksverantwoording met uitgebreide toelichting en de bronnenlijsten zijn te vinden de pagina Borging lokaal eigendom in beleid.



Geef een reactie