Egels, huismussen en veldleeuweriken verdwijnen steeds vaker uit het Nederlandse landschap. Een nieuwe maatlat voor Basiskwaliteit Natuur in het landelijk gebied geeft overheden en gebiedspartners concrete handvatten om die trend te keren.
Algemene planten en dieren leven vooral buiten natuurgebieden, zoals in bermen, sloten, akkerranden en houtwallen. Juist daar zetten habitatverlies, versnippering, vervuiling en verdroging verschillende soorten onder druk. Basiskwaliteit Natuur (BKN) beschrijft wat het landschap minimaal moet bieden om een gezonde leefomgeving voor deze soorten te zijn. Een goede basis buiten natuurgebieden versterkt bovendien de rijke natuur binnen die gebieden.
Randvoorwaarden en advieswaarden
Naturalis, SoortenNL, Sovon, Vogelbescherming Nederland, IUCN NL, Wageningen Environmental Research en Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel werken samen in het kennistraject Basiskwaliteit Natuur 2024-2028. Na een eerdere maatlat voor de bebouwde omgeving beschrijft het samenwerkingsverband nu een maatlat met condities voor het landelijk gebied. Ze vallen in drie pijlers. De eerste is abiotiek: een gezonde bodem, schoon en voldoende water, rust en donkerte. De tweede is inrichting: genoeg landschapselementen die met elkaar verbonden zijn. De derde is beheer, bijvoorbeeld later en gefaseerd maaien.
Waar de kennis het toelaat, geeft het rapport advieswaarden. Zo is het advies om 10 tot 15 procent van het landschap in te richten met landschapselementen zoals houtwallen, kruidenrijke randen en poelen. Belangrijk daarbij is dat deze elementen voldoende kwaliteit hebben, bijvoorbeeld qua variatie en structuur. Nu ligt het aandeel landschapselementen rond de 7 procent, en slechts 3 procent heeft een goede kwaliteit en samenhang.
Verschillende landschapstypen
Het rapport onderscheidt acht landschapstypen, elk met eigen advieswaarden en kenmerkende soorten. Voor een veenweidegebied gelden bijvoorbeeld andere voorwaarden dan voor een lösslandschap. Verschillende landschapstypen kunnen soms vlak bij elkaar liggen. Zo ligt Horst aan de Maas zowel in het zand- als in het rivierenlandschap. Voor die landschapstypen zijn verschillende advieswaarden en indicatorsoorten van belang.
Een landschapsecologische analyse brengt knelpunten en kansen in beeld. Ede gebruikt zo’n analyse al om natuur vroeg mee te wegen bij woningbouw en andere ruimtelijke plannen. De gemeente is ook van plan om de uitkomsten van de LEA in een omgevingsprogramma voor robuuste natuur mee te nemen. In dat programma staan bijvoorbeeld de monitoring van soorten en het opzetten van een vrijwilligersnetwerk.
Toetsen in de praktijk
De auteurs presenteren de maatlat nadrukkelijk als eerste versie. Pilots in alle provincies toetsen de waarden de komende jaren in de praktijk. Ondertussen ontwikkelt het consortium de Natuur Navigator. Deze digitale kaarttool laat zien waar condities op orde zijn en waar knelpunten liggen. Begin 2027 volgt een stappenplan dat lokale overheden kan helpen om BKN te verankeren in beleid en gebiedsprocessen.




Geef een reactie