De Evaluatiecommissie Omgevingswet bevestigt in haar tweede rapport dat doelen van de wet niet worden gehaald. De vergunningverlening vertraagt juist, participatie komt niet uit de verf en de digitalisering rammelt nog aan alle kanten.
In het rapport met de veelzeggende titel ‘Werk aan de winkel’ trekt het gezelschap van experts in het omgevingsrecht en de ruimtelijke ordening een nog fundamenteler conclusie: de integrale aanpak onder de Omgevingswet komt helemaal niet van de grond. Sterker nog, de beoogde samenhangende benadering van de leefomgeving staat juist onder druk, aldus de commissie.
Gemeenten blijven puur op de ruimtelijke ordening koersen en nemen het sociale domein en andere domeinen niet in hun planvorming mee. Terwijl dat de hele opzet was in de gang naar de Omgevingswet. Ook de rijksoverheid is hier mede schuldig aan door te blijven volharden in sectorale wetgevingsinitiatieven.
De zorgen van de commissie liggen niet zozeer in het feit dat belangen onvoldoende tegen elkaar worden afgewogen en bepaalde belangen voorrang krijgen. Het knelt vooral omdat de afweging van belangen niet integraal plaatsvindt binnen de systematiek van de Omgevingswet.
Implementatie
In het eerste ‘reflectierapport’ met de titel ‘In werking, maar onderbenut’ trapte de evaluatiecommissie in april vorig jaar af een fors negatief oordeel over de implementatie van de wet. Met name hoe de wet bij gemeenten is geland.
Een technische briefing door de commissie leidde daarop in oktober tot een ontstemde Eerste Kamer. De wet zou nog maar weinig zou hebben bereikt en gemeenten alleen maar met hoge invoeringskosten hebben opgezadeld.
Vergunningverlening
Een wezenlijk kritiekpunt in het tweede rapport is dat de vergunningverlening door gemeenten onder druk staat. De evaluatiecommissie liet voor het eerst een onderzoek naar de omgevingsvergunning uitvoeren. De conclusie is dat het voor initiatiefnemers maar weinig inzichtelijk is welke vergunningen zij voor hun activiteit aan moeten vragen.
Recent wezen wethouders op Gemeente.nu op de problemen met de voor particulieren te complexe vergunningaanvraag onder de Omgevingswet.
Vaak verzuimen initiatiefnemers van relatief kleinschalige verbouwingen om naast de omgevingsplanvergunning het bouwtechnisch deel aan te vragen. De Omgevingswet heeft daar een knip in aangebracht, die met name particulieren is ontgaan.
Om het proces niet verder te frustreren, zijn gemeenten dan genoodzaakt de bouwactiviteit zelf toe te voegen. Het levert te veel vertraging op als particuliere aanvragers dat weer via het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) moeten doen.
De evaluatiecommissie bevestigt de problemen bij de online Vergunningcheck op het Omgevingsloket van het DSO. Gedwongen tot telefonisch contact zetten aanvragers extra druk op de ambtelijke organisatie van gemeenten.
DSO
De commissie is sowieso niet te spreken over het nog altijd ongebruiksvriendelijke DSO. De juridische informatie over locaties op de viewer Regels op de Kaart is onvolledig of soms helemaal niet zichtbaar.
Tijdens de technische briefing in de senaat waarschuwde commissievoorzitter Hetty Klavers al dat het functioneren van het DSO onder de maat is. “In het veld bespeuren wij een grote behoefte om de gebruiksvriendelijkheid van het systeem te verbeteren. Het is echt cruciaal dat dit snel gaat gebeuren.”
Ruim half jaar verder is van die verbetering geen sprake. Een nadrukkelijk doel van de Omgevingswet is het vergroten van de inzichtelijkheid van het omgevingsrecht via het DSO. De beloofde snellere en betere besluitvorming over projecten wordt anders niet geoogst.
“Gezien alles wat er rond het DSO speelt, vragen wij ons af in hoeverre er nog verbeteringen mogelijk zijn om de inzichtelijkheid te vergroten”, stelt de commissie.
Instrumenten
Het goede nieuws is dat de evaluatiecommissie constateert dat het instrumentarium onder de Omgevingswet intussen al wel beter wordt benut. Concreet noemt de commissie onder meer het programma en de omgevingsvisie.
Gemeente.nu signaleerde daarentegen eerder in januari dat er rond het omgevingsprogamma nog veel strubbelingen zijn bij gemeenten, en eveneens bij het Rijk.
Ook dat heeft alles te maken met het DSO. Nog maar weinig gepubliceerde programma’s zijn digitaal raadpleegbaar en hebben gebruikers daarmee weinig te bieden.
Deadline
De evaluatiecommissie signaleert verder dat de opgave van het omgevingsplan bij veel gemeenten langzaam gaat. De taak bij dit kerninstrument is dermate complex en omvattend dat het de vraag is of de deadline van 1 januari 2032 wel in alle gemeenten wordt gehaald.
Het integrale omgevingsplan is juist een cruciale stap in het beleidsproces van gemeenten om de beoogde voordelen van de Omgevingswet binnen te halen, stelt de commissie.
Participatie
Net als in het eerste rapport, dat een jaar geleden verscheen, is de evaluatiecommissie onveranderd kritisch over verplichte participatie onder de wet.
Inmiddels hebben gemeenten meer ervaring met participatie opgedaan. Toch blijft de toepassing in de praktijk vaak beperkt tot de lichtere vormen van participatie, met informeren en raadplegen. Co-creatie en adviseren komen minder voor. In feite, oordeelt de evaluatiecommissie, is er op het gebied van participatie nauwelijks iets verbeterd ten opzichte van de situatie vóór de komst van de Omgevingswet.
Recent spraken wethouders zich op deze site ook al negatief uit over participatie onder de wet.
Vormvrij
Waar gemeenten nog het meest mee worstelen zijn de plannen van initiatiefnemers die zelf participatie moeten regelen. Gemeenten kunnen daar geen eisen aan stellen, want participatie is vormvrij.
Initiatiefnemers hoeven voor de vergunningaanvraag alleen maar aan te geven dát er geparticipeerd is. De wijze waarop en de uitkomst van het participatieproces vormen geen toetsingsgronden voor de aanvraag. Een kronkel in de wet, betogen de wethouders.



Geef een reactie