De aanpak van de woningnood is topprioriteit. De nieuwe coalitie kiest voor een aanpak langs drie sporen: meer bouwen, betaalbaar wonen en minder belemmeringen.Gemeenten krijgen zowel extra instrumenten als scherpere kaders om het woningtekort terug te dringen.
Dit staa in het vrijdag gepresenteerde coalitieakkoord. Het Rijk neemt opnieuw een sterke regierol in ruimtelijke ordening en woningbouw, met landelijke afspraken over waar, hoeveel en binnen welke termijnen woningen worden gebouwd. Er komen minimaal dertig grootschalige nieuwbouwlocaties, variërend van nieuwe wijken tot mogelijk nieuwe steden, steeds in combinatie met werkgelegenheid, bereikbaarheid, groen en voorzieningen. Gemeenten die hun woningbouwdoelen overtreffen worden beloond, achterblijvende gemeenten krijgen ondersteuning vanuit het Rijk om de productie op te voeren.
De ambitie is om het aantal betaalbare huur- en koopwoningen fors te verhogen, met in nieuwe woondeals een richtsnoer dat 23% van de nieuwbouw betaalbaar is, waarvan 30% sociale huur en 25% betaalbare koop, met ruimte voor regionale differentiatie. Overheidsmiddelen worden niet alleen ingezet voor sociale huur, maar structureel ook geoormerkt voor betaalbare koop. Nieuwe woonwijken moeten goed ontsloten zijn met zowel openbaar vervoer als auto; middelen voor bereikbaarheid worden expliciet gekoppeld aan woningbouw.
Minder regels, snellere procedures
Het akkoord bevat een breed pakket om regels en procedures te vereenvoudigen. Er komt één beroepsgang met vaste uitspraaktermijnen en hogere drempels voor bezwaar en beroep, om langdurige vertragingen en stilgelegde bouwprojecten te voorkomen. Ook wordt gewerkt met een jaarlijkse Vereenvoudigingswet om wetten en regels structureel te schrappen of te vereenvoudigen, onder meer voor optoppen, splitsen en transformatie. Gemeenten moeten helder beleid vastleggen voor deze ingrepen, terwijl het Rijk minimumomstandigheden bepaalt waaronder splitsen, transformeren en optoppen altijd moet kunnen.
Duurzaamheidsnormen worden gestandaardiseerd en bovenwettelijke lokale eisen moeten verdwijnen, zodat ontwikkelaars in het hele land met hetzelfde kader te maken hebben. Gemeenten stellen een duidelijk ruimtelijk kwaliteitskader met gestandaardiseerde regels op, waardoor de rol van traditionele welstandscommissies grotendeels overbodig wordt. Het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt vereenvoudigd om onnodige en kostbare bouweisen te schrappen.
Innovatie, corporaties en grondbeleid
Om sneller en schoner te bouwen zet de coalitie sterk in op prefab en gestandaardiseerde concepten, met geharmoniseerde regels en een digitaal planproces. Voor herhaalbare bouwconcepten komt er een fastlane voor vergunningverlening en typegoedkeuring, wat met name relevant is voor de huisvesting van aandachtsgroepen zoals dak- en thuislozen, uitstroom uit zorg en statushouders.
De financiële positie van woningcorporaties en private verhuurders moet verbeteren zodat zij meer kunnen investeren in nieuwbouw en verduurzaming. Procedures voor verkoop van corporatiewoningen worden vereenvoudigd om extra investeringsruimte vrij te spelen. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden voor actief grondbeleid, onder meer via een sterker voorkeursrecht en een grondfaciliteit voor aankoop en voorfinanciering. Ook wordt verkend hoe private winsten op grond beter publiek kunnen worden ingezet voor woningbouw en infrastructuur, bijvoorbeeld via een uitgebreid kostenverhaal.
Specifieke doelgroepen
Het akkoord stimuleert nieuwe woonvormen voor ouderen om doorstroming te bevorderen, onder meer via passende woonconcepten en financieringsinstrumenten zoals een doorstroomhypotheek of doorstroombank. Voor jongeren en studenten zet het kabinet in op gedeelde woonvormen in plaats van uitsluitend studio’s, ondersteund met objectsubsidies om meer betaalbare kamers te realiseren. Daarnaast wordt permanente bewoning van recreatiewoningen mogelijk gemaakt om extra woonruimte te creëren in een krappe markt.
Onderwijsinstellingen worden verantwoordelijker gemaakt voor huisvesting van internationale studenten en werkgevers moeten, waar reguliere woonruimte ontbreekt, zelf voorzien in fatsoenlijke huisvesting voor arbeidsmigranten. Dit moet druk op de lokale woningmarkt en voorzieningen beperken en geeft gemeenten extra aangrijpingspunten in hun ruimtelijk beleid.



Geef een reactie