Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft een nieuwe regeling in consultatie gebracht om de uitvoeringskracht bij de woningbouw te versterken.
Provincies krijgen hiervoor specifieke uitkeringen, waarmee zij gemeenten kunnen ondersteunen met extra ambtelijke capaciteit en deskundigheid. Ook komt er geld beschikbaar voor de uitvoering van de woondeals en de regionale versnellingstafels. In totaal gaat het om € 118 miljoen voor de periode 2026 tot en met 2029.
Tekort aan capaciteit bij gemeenten
Aanleiding is de grote woningbouwopgave en het tekort aan ambtelijke capaciteit bij gemeenten. Rijk, provincies, gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen streven naar de bouw van jaarlijks 100.000 woningen. Volgens de toelichting bij de regeling komen gemeenten naar schatting 1.300 tot 2.200 fte tekort. Ook ontbreekt het regelmatig aan specialistische kennis over bijvoorbeeld planvorming, vergunningverlening en besluitvorming. Externe inhuur is volgens het ministerie duur en biedt onvoldoende continuïteit.
Provinciaal loket en capaciteitspool
Van de € 118 miljoen is € 78 miljoen bestemd voor het versterken van capaciteit en deskundigheid bij gemeenten. Provincies moeten hiervoor een loket en een capaciteitspool organiseren. Gemeenten kunnen bij het loket aankloppen wanneer zij extra mensen of expertise nodig hebben. De provincie brengt de ondersteuningsvraag in kaart en kan vervolgens capaciteit uit de pool inzetten. Het kan bijvoorbeeld gaan om ondersteuning bij planvorming, vergunningverlening en de realisatie van woningbouwprojecten.
De regeling laat provincies ruimte om de capaciteitspool zelf te organiseren. Daarvoor kunnen eigen medewerkers, personeel van andere overheden of externe deskundigen worden ingezet. Als een gemeente vooral specifieke kennis of kortdurend specialistisch advies nodig heeft, kan het provinciale loket ook doorverwijzen naar bestaande landelijke kennis- en expertisefuncties.
Woondeals en versnellingstafels
De overige € 40 miljoen is bedoeld voor de uitvoering en actualisering van de woondeals en voor regionale versnellingstafels. Het geld kan onder meer worden gebruikt voor monitoring van woningbouwafspraken, voorbereiding van bestuurlijke overleggen en ondersteuning van de samenwerking tussen betrokken partijen. Voor versnellingstafels kunnen provincies bijvoorbeeld een voorzitter en secretaris bekostigen en activiteiten financieren die helpen knelpunten in woningbouwprojecten op te lossen.
De middelen moeten in beginsel uiterlijk eind 2029 zijn besteed. Provincies kunnen onder voorwaarden eenmalig uitstel krijgen tot eind 2030. Jaarlijks leggen zij via de SiSa-systematiek verantwoording af. Niet of onrechtmatig bestede middelen kunnen worden teruggevorderd.
De regeling wordt naar verwachting in 2026 van kracht. Kosten voor subsidiabele activiteiten die provincies al vanaf 1 januari 2026 hebben gemaakt, kunnen onder voorwaarden uit de middelen voor 2026 worden betaald. De internetconsultatie staat open tot en met 18 september 2026.



Geef een reactie