De tijdelijke tegemoetkomingsregeling alleenverdienersproblematiek is volgens veel gemeenten een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de compensatie via bijzondere bijstand.
Minister Aartsen informeert de Tweede Kamer over de voortgang van de tijdelijke gemeentelijke regeling en de overgang naar een fiscale oplossing vanaf 2028.
Mensen moeten kunnen vertrouwen op goedwerkende stelsels van fiscaliteit, sociale zekerheid en toeslagen. Jaarlijks leefden echter tussen de 6.000 en 8.000 huishoudens onder het bestaansminimum doordat verschillende regelingen tegen elkaar inwerken. Voor deze alleenverdienersproblematiek werd in 2023 een oplossing gevonden die in drie stappen wordt uitgevoerd: eerst compensatie via bijzondere bijstand, vervolgens een vaste tegemoetkoming door gemeenten in de jaren 2025 tot en met 2027 en vanaf 2028 een structurele fiscale regeling door de Belastingdienst.
Gemeenten voeren regeling grotendeels succesvol uit
Uit de invoeringstoets van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) blijkt dat gemeenten geen grote structurele knelpunten ervaren bij de uitvoering van de tijdelijke regeling. Gemeenten vinden de regeling een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de compensatie via bijzondere bijstand. Door de vaste tegemoetkoming hoeft in de meeste gevallen niet langer het gemiste bedrag aan toeslagen te worden berekend en kunnen inwoners zonder aanvraag worden bereikt via een ambtshalve uitkering.
Voor 2026 bedraagt de tegemoetkoming € 1.100 netto; voor 2025 was dat € 1.000. Vrijwel alle gemeenten keren de tegemoetkoming ambtshalve uit aan inwoners van wie zij de gegevens van de Belastingdienst ontvangen. Daarnaast zoeken veel gemeenten actief naar huishoudens die na 2023 in de problematiek terecht zijn gekomen. Wel blijkt dat dergelijke bestandsanalyses complex en arbeidsintensief kunnen zijn.
Fiscale regeling vanaf 2028
De minister noemt het positief dat de beoogde vereenvoudiging is gerealiseerd en dat gemeenten niet tegen onvoorziene uitvoeringsproblemen aanlopen. Tegelijkertijd blijft de uitvoering ingewikkeld en vraagt deze veel van gemeenten. Daarom wordt de ondersteuning vanuit de VNG en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voortgezet tot eind 2028.
Naar schatting hebben tussen de 5.500 en 6.000 huishoudens de tegemoetkoming over 2025 ontvangen. Een deel van de doelgroep is nog niet bereikt, onder meer doordat actuele inkomensgegevens pas later beschikbaar komen. Gemeenten kunnen deze huishoudens alsnog met terugwerkende kracht tegemoetkomen zodra nieuwe gegevens beschikbaar zijn.
Vanaf 2028 neemt de Belastingdienst de oplossing over. De fiscale regeling verruimt voor een groep alleenverdieners de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner. Daarmee moet worden voorkomen dat huishoudens onder het bestaansminimum komen, mits zij de uitbetaling bij de Belastingdienst aanvragen.




Geef een reactie