Het Instituut voor Publieke Economie (IPE) concludeert in het rapport ‘Gelijke toegang tot zorg voor minima’ dat de huidige gemeentepolis weliswaar helpt om zorgmijding en schulden onder mensen met een laag inkomen te voorkomen, maar dat de bescherming sterk afhankelijk is van de woonplaats. Het IPE adviseert daarom de gemeentepolis af te schaffen en te vervangen door een landelijke regeling.
De gemeentepolis is een aanvullende zorgverzekering voor minima met een relatief brede dekking. Zo worden vaak het eigen risico, mondzorg, fysiotherapie en verschillende eigen bijdragen vergoed. In 2026 maken ongeveer 580.000 mensen er gebruik van. Volgens het IPE werkt de regeling: doordat mensen minder zelf hoeven te betalen, vermindert het risico op zorgmijding en onverwachte zorgschulden. Ook krijgen mensen die vanwege betalingsachterstanden of bestaande gezondheidsklachten moeilijk een reguliere aanvullende verzekering kunnen afsluiten via de gemeentepolis toegang tot aanvullende zorg.
Grote verschillen tussen gemeenten
Het belangrijkste probleem is volgens het IPE de ongelijke toegang. In 2026 hebben 34 gemeenten geen gemeentepolis, tegenover vier in 2017. Ongeveer 13% van de mensen met een laag inkomen woont in een gemeente zonder zo’n regeling. Ook de gemeentelijke bijdrage aan de premie verschilt sterk: 83 gemeenten betalen €40 of meer per maand, terwijl 53 gemeenten minder dan €20 bijdragen. Daardoor kan voor dezelfde dekking de netto premie aanzienlijk verschillen.
De infographic op pagina 5 vat dit probleem samen: naar schatting 160.000 minima missen de polis doordat hun gemeente geen gemeentepolis heeft of onvoldoende aan de premie bijdraagt. Tegelijkertijd neemt zowel het aanbod als het gebruik van de gemeentepolis al jaren af.
Daarnaast hebben gemeenten volgens het rapport weinig grip op de polis. Vaak is er maar één verzekeraar die een aanbod doet, waardoor nauwelijks sprake is van marktwerking en gemeenten weinig onderhandelingsruimte hebben over premie en pakket. Ook blijft niet-gebruik een probleem: mensen moeten de regeling kennen, aanvragen en de resterende premie kunnen betalen.
Landelijke regeling als alternatief
Het IPE vergelijkt vijf beleidsopties op gezondheid en schulden, rechtvaardigheid en herverdeling, sturing en kosten. De combinatie van een automatische vrijstelling van eigen betalingen en een landelijke premiebijdrage komt daarbij volgens het rapport als beste uit de vergelijking.
Het advies bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste zouden alle minima automatisch moeten worden vrijgesteld van het eigen risico en andere eigen betalingen binnen het basispakket. Het Rijk verrekent deze kosten rechtstreeks met zorgverzekeraars. Daardoor is geen aanvraag nodig en wordt niet-gebruik zoveel mogelijk voorkomen. Ten tweede moet het Rijk bijdragen aan een aanvullende verzekering voor ten minste mondzorg, fysiotherapie en een bril of contactlenzen. Daarmee wordt grotendeels dezelfde bescherming geboden als met de huidige gemeentepolis, maar dan landelijk en uniform.
De voorgestelde aanpak heeft ook nadelen. Zonder eigen betalingen zal het zorggebruik naar verwachting toenemen. Dat betreft zowel noodzakelijke zorg die nu wordt gemeden als mogelijk onnodig extra zorggebruik. Ook verschuiven kosten van gemeenten naar het Rijk. Daar staat volgens het IPE tegenover dat bestaande uitgaven aan gemeentepolissen, zorgtoeslag en zorgschulden deels als dekking kunnen dienen. Gemeenten behouden bovendien ruimte voor individueel maatwerk via de bijzondere bijstand.
Als een landelijke regeling politiek nog niet haalbaar is, adviseert het IPE als tussenstap landelijke minimumeisen voor premiebijdrage, inkomensgrens en dekking van de gemeentepolis. Volgens het rapport blijft de bescherming dan echter afhankelijk van lokale keuzes.




Geef een reactie