Steeds meer jongeren en gezinnen doen een beroep op de jeugdzorg. Dat zorgt voor druk op het stelsel en maakt het lastig om iedere jongere passende hulp te bieden.
Staatssecretaris Mariëlle Tielen (Jeugd) wil daarom een cultuuromslag realiseren: minder problematiseren, hulp dichter bij gezinnen organiseren en specialistische jeugdzorg alleen inzetten als dat echt nodig en effectief is.
In een Kamerbrief beschrijft de staatssecretaris hoe het kabinet het gebruik van jeugdhulp wil terugdringen en het stelsel houdbaar wil maken, met het wetsvoorstel Reikwijdte als belangrijkste instrument. De ambitie is om het aantal jongeren in jeugdzorg te laten dalen van ongeveer 1 op de 7 naar maximaal 1 op de 10 in 2028, onder meer door minder individuele, intensieve trajecten en meer lichte, collectieve ondersteuning dichtbij het gezin.
Lokaal team
De Jeugdwet wordt aangepast om gemeenten meer grip te geven op jeugdhulp. Elke gemeente moet wettelijk beschikken over een stevig lokaal team waar inwoners laagdrempelig terecht kunnen met opvoed-, opgroei- en mentale gezondheidsvragen, en dat zelf hulp biedt. In de wet wordt onderscheid gemaakt tussen pedagogische basisvoorzieningen, basisjeugdhulp (zoveel mogelijk collectief door lokale teams) en aanvullende, specialistische jeugdhulp, die alleen wordt ingezet als de basis niet toereikend is. Het wetsvoorstel verankert daarnaast een duidelijker afwegingskader voor lokale teams (onder meer via de begrippen ‘eigen kracht’ en ‘gebruikelijke hulp’) en versterkt hun positie ten opzichte van andere verwijzers, zodat gemeenten beter kunnen sturen op de instroom.
Een andere kern van het wetsvoorstel is het terugdringen van het aantal individuele maatwerktrajecten. Groepsaanbod wordt voorliggend op individuele hulp, tenzij individuele hulp aantoonbaar effectiever is, omdat contact met leeftijdsgenoten het netwerk en de steun vergroot. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om wettelijk vast te leggen welke vormen van hulp niet (meer) onder de Jeugdwet vallen, bijvoorbeeld wanneer deze niet effectief of zelfs schadelijk zijn, om zo de “wildgroei” aan hulpvormen te beperken. Ook wordt gestuurd op duur, intensiteit en kosten van aanvullende jeugdhulp, onder meer via normerende afspraken met aanbieders over trajectduur en monitoring, inkoopafspraken en scherper toezicht op langdurige en dure trajecten.
Meer handvatten voor gemeenten
Gemeenten moeten meer handvatten krijgen om schaarse middelen en personeel nadrukkelijk te betrekken bij de manier waarop zij jeugdzorg inkopen en organiseren. De wet Verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (per 2026/2027) ondersteunt dit door regionale inkoop en standaardisatie van (hoog)specialistische jeugdhulp, met landelijke productstructuren en uniforme registratie-, declaratie- en verantwoordingsregels.
Hervormingsagenda jeugd
Het wetsvoorstel Reikwijdte is onderdeel van een breder pakket van concrete acties uit de Hervormingsagenda Jeugd. Belangrijke lijnen zijn: versterken van ouderschap en de sociale basis (onder meer via de maatschappelijke dialoog PRAATPOWER en een Sociale Agenda voor Nederland), uitbouw van stevige lokale teams (convenant, ondersteuningstrajecten, afspraken met huisartsen), en het terugdringen van aanvullende jeugdhulp met financiële prikkels en betere data. Verder wordt ingezet op minder gesloten jeugdhulp en meer zorg in een zo thuis mogelijke omgeving, kwaliteitsverbetering via Kwaliteit en Blijvend Leren, en versterking van sturingsinformatie met een centrale monitor bij het CBS.
Tot slot kondigt de staatssecretaris aan dat de internetconsultatie van het wetsvoorstel Reikwijdte in het eerste kwartaal van 2026 zal starten, zodat een volgend kabinet de voorgestelde beweging en cultuuromslag samen met gemeenten en aanbieders verder kan uitwerken.



Geef een reactie