VNG denktank: eerst de burger

2

De publieke zaak is niet langer het monopolie van de overheid, maar steeds meer een zaak van de samenleving zelf.

Dat concludeert de Denktank van de VNG in het vandaag gepresenteerde rapport Van eerste overheid naar eerst de burger. Gemeenten moeten een nieuwe rol aannemen. Inspelen op en aansluiten bij maatschappelijke initiatieven moet voor gemeenten een kernkwaliteit worden.

De Denktank onder leiding van Rob van Gijzel (burgemeester van Eindhoven) onderzocht de drijfveren van initiatiefnemers, de drempels die zij tegenkwamen in de ontwikkeling van hun initiatieven en de betekenis van maatschappelijke initiatieven voor gemeenten. “Misschien is wel de belangrijkste ontdekking die we hebben gedaan dat wij als overheid al lang niet meer altijd als eerste aan zet zijn,” aldus Van Gijzel. “En als we het wel zijn, kunnen we dat soms maar beter laten. Best een schokkende ontdekking, want we bedoelen het zo goed, wij bestuurders, raadsleden en ambtenaren.”

Tips voor gemeenten

Gemeenten moeten dus veranderen. Klassieke reacties als “Dit past niet in het beleid” of  “Dit krijgen we nooit door de raad” passen daar niet in. Van Gijzel: “Gemeenten moeten al die mensen achter maatschappelijke initiatieven de hand reiken, zodat initiatieven ruimte krijgen om te ontstaan en te bloeien.” De Denktank geeft hiervoor een aantal tips.

  1. Kies een nieuwe rolopvatting die past bij de nieuwe maatschappelijke realiteit;
  2. Ontwikkel een ruimere definitie van de ‘publieke zaak’ die aansluit bij de dynamiek van maatschappelijke initiatieven;
  3. Geef blijk van erkenning en waardering in contacten met mensen die zich inzetten voor een maatschappelijk initiatief;
  4. Stel hoge eisen aan het optreden van de gemeente, want de gemeente heeft veel invloed;
  5. Benut maatschappelijke initiatieven als experimenten voor beleid;
  6. Hou rekening met de specifieke uitdagingen die zich per fase van een initiatief aandienen;
  7. Grijp de kansen die voortvloeien uit maatschappelijke initiatieven ten volle aan.

Jorritsma

VNG voorzitter Annemarie Jorritsma reageert enthousiast op de bevindingen van de commissie Jaarbericht. “Ik vind het een fantastische titel: het gaat niet over ons, de gemeenten, maar over de burger. Eigenlijk is dit de onderbouwing van iets wat al langer aan de gang is. Wat mij betreft verplichte vakliteratuur voor gemeentebestuurders. De VNG gaat dit zeker benutten bij de transities in het sociaal domein.

Dit boekje geeft ons handreikingen voor een probleem waar we mee worstelen. En dat is precies waarom we de VNG-Denktank hebben opgezet: om eens een tandje dieper door te denken over maatschappelijke problemen.”

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

2 reacties

  1. cjw brands op

    Voor een groot deel is het rapport me uit het hart gegrepen.
    Woorden als participatiesamenleving en burgerparticipatie kunnen alléén maar achter een bureau zijn verzonnen.
    De tijd dat de overheid gedoogt dat de burger meedenkt is echt voorbij!!! Ik ben het daarom volmondig eens met de reactie van de voorzitter van de Wmo raad Halderberge.
    Mag ik svp voorstellen om de rollen – gelet op de veranderde praktijk – om te draaien en het fenomeen overheidsparticipatie te introduceren. Daar knapt de hele maatschappij van op.
    Carel Brands, vrijwilliger

  2. mr.L springeling op

    Wat mij in hoge mate verbaast is het feit dat er door de denktank kennelijk volledig voorbij gegaan is aan het bij wet gegeven (Wmo, art 11 en 12, Wwb art 47) bestaan van uit vrijwilligers bij representatieve belangenorganisaties gerecruteerde Wmo-en Cliëntenraadsleden die sedert 2007 met veel pijn en moeite (doorgaans wegens oneigenlijke bescherming van de eigen parochie bij het ambtenaren- en bestuurderscorps) hun bij wet gegeven advies- en monitortaken (meestal om 5 over 12!!) hebben kunnen uitvoeren.Bij VNG (behoudens in haar jongste klaagbrief aan van Rijn) noch bij het van overheidswege gesubsidieerde transitie project Aandacht voor Iedereen (AVI) komt het bestaan van Wmo-Cliëntenraden aan bod, laat staan dat die instituten gaan pleiten voor meer tools/bevoegdheden voor die raden tbv. de uitvoering van hun burgerparticipatie-taken in het sociale domein. Dit des temeer nu uit onderzoek gebleken is dat gemeenteraadsleden doorgaans de kennis en kwaliteit missen op voornoemde specifieke beleidsterreinen.
    Het zou van bestuurdersmoed getuigen als de denktank middels overleg met Wmo-Cliëntenraadsleden ook eens een tandje dieper doordenkt of zij niet door geen acht te slaan op reeds langer bestaande constructief meedenkende burger-vrijwilligers niet het kind met het badwater weggooit.
    vz. Wmo-raad Halderberge.

Reageer