10 Richtlijnen bij decentralisaties

0

Voor het succesvol uitvoeren van de nieuwe taken zijn tien richtlijnen geformuleerd. Rode draad is beleidsruimte. “Dat betekent ook dat je niet als politicus je tot in detail bemoeit met uitvoerders.”

Het essay Van 3 decentralisaties naar 3-dimensionaal: een pleidooi voor ruimte legt uit waarom beleidsruimte voor gemeenten bij de nieuwe taken onontbeerlijk is. Het essay is geschreven door Albert Jan Kruiter, Eelke Blokker en Harry Kruiter van het Instituut voor Publieke Waarden (IPW). Los van de richtlijnen bij decentralisaties geven de auteurs ook voorbeelden van gemeenten die zich voorbereiden op de taken.

“Geef ons één budget”, stelt wethouder Ineke Smit van Almere in het essay. “Dan kunnen we het goed als gemeenten. We zijn heel gedisciplineerd als het gaat om uitgaven. De systemen die het Rijk heeft opgetuigd, hebben geleid tot teveel kosten.”

Na een bronnenstudie en interviews met lokale bestuurders komen de auteurs tot de volgende tien richtlijnen:
1) Maak duidelijk wie welke rol heeft
Uitvoerders weten het meest van instrumenten, is een conclusie. Beleidsmakers hebben verstand van doelstellingen, en welke al dan niet realistisch zijn. Politici gaan over waarden. Wat is goed en wat niet? Dat betekent vooral dat je als uitvoerder niet consequent de doelstellingen en ethische kant van beleid in twijfel trekt.
2) Stimuleer diversiteit
Burgers verschillen van elkaar en verschillende gemeenten zullen verschillende oplossingen verzinnen. Dat is de kern van het ontwikkelmodel. Waar het om gaat is of de oplossingen werken.
3) Vertrouw op horizontaal en kwalitatieve verantwoording
Bij een ontwikkelrelatie past een horizontale manier van verantwoorden. Immers, de inwoners van gemeenten zijn de belangrijkste actoren in onze democratie. Als het Rijk een verantwoordingssysteem optuigt dat past bij een beheersingsrelatie, loopt de lokale en de nationale logica uiteen. Dan loop je het risico dat gemeenten en Rijk vooral met elkaar bezig zijn, in plaats van gezamenlijk met de samenleving.
4) Kijk goed naar het tijdpad
Ruimte betekent ook dat drie decentralisaties vloeiend over kunnen gaan van een wettelijke en financiële transitie naar een maatschappelijke transformatie. Daarbij past geen deadline. Momenteel heeft het tijdpad uiteindelijk het karakter van een ravijn.
5) Verwijder perverse prikkels
Gebruik als stelregel in onderlinge relaties tussen actoren, dat nieuw beleid, nieuwe regels en nieuwe afspraken gescand worden op de ruimte die overblijft voor andere actoren. En bespreek de uitkomst daarvan. Spreek naar elkaar de intentie uit dat het beperken van elkaars ruimte in principe ‘not done’ is. Begin met het verwijderen van perverse prikkels. Dat zijn prikkels die instellingen en gemeenten dwingen om problemen in stand te houden, en om te standaardiseren in plaats van maatwerk te leveren.
6) Kies voor leren als belangrijkste doel
Spreek met elkaar af wat de decentralisaties, de transitie en de transformatie de komende jaren betekenen in termen van leren en ontwikkelen. Wat moeten het Rijk, instellingen en gemeenten de komende jaren leren?
7) Sluit regionale akkoorden
De akkoorden, die gemeenten in de weg zitten, zijn opgesteld door werkgevers, werknemers en het Rijk. De gemeenten worden daar nu mee geconfronteerd. Ook regionale zorgakkoorden en sociale akkoorden zijn mogelijk.
8) Behandel ongelijke gevallen naarmate ze verschillen
Als er één fundament is van de decentralisaties, dan is het ongelijke gevallen behandelen naarmate ze verschillen. Met dat principe hebben we allemaal moeite, vooral omdat we in het kader van de verzorgingsstaat gewend zijn, om gelijke gevallen gelijk te behandelen. Echter, uniformiteit, standaardisering en gelijkheid hebben ons ook gebracht waar we nu zijn: een verzorgingsstaat die dreigt onbetaalbaar te worden.
9) Kies voor partnerships
Beschouw elkaar als partners die een maatschappelijk probleem oplossen, in plaats van actoren met verschillende belangen, die elkaar verantwoordelijk achten voor hun eigen onvermogen. Uiteindelijk gaat het om het gezamenlijk oplossen van publieke problemen.
10) Omarm dynamische kwaliteit
Tot slot: omarm dynamische kwaliteit als voornaamste waarderingsgrond voor gezamenlijke activiteiten. Niet produceren, maar leren en ontwikkelen als voornaamste activiteit staat dan centraal. Verandering reguleer je niet met regels, maar door te leren en te ontwikkelen. Fouten zijn dan geen kans om iemand af te rekenen, maar een mogelijkheid om te leren. Beheersen en controleren mag op korte termijn een aantrekkelijke optie lijken, we hebben te maken met de grootste transitie die onze democratische verzorgingsstaat ooit gezien heeft. Een transitie die onmogelijk in een paar jaar ‘af’ kan zijn.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

Reageer