Bijna 1,3 miljoen mensen maakten in 2025 gebruik van een maatwerkvoorziening vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Dat is 23 procent meer dan in 2017. Vooral onder 75- tot 85-jarigen nam het gebruik sterk toe. Tegelijkertijd stegen de gemeentelijke uitgaven aan Wmo-maatwerkvoorzieningen naar ruim 6,3 miljard euro.
Dat blijkt uit de Landelijke Monitor Wmo van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Vooral meer gebruik onder ouderen
De grootste toename is zichtbaar onder 75- tot 85-jarigen. In 2025 maakten bijna 364.000 mensen in deze leeftijdsgroep gebruik van een Wmo-maatwerkvoorziening. Dat is 33 procent meer dan in 2017. Ook onder 85-plussers nam het gebruik toe: van ruim 203.000 naar bijna 239.000 cliënten.
Volgens het CBS hangt de stijging onder meer samen met de dubbele vergrijzing. Niet alleen groeit het aandeel ouderen in de bevolking, ook neemt binnen deze groep het aantal mensen op hoge leeftijd toe. Tegelijkertijd blijven ouderen langer zelfstandig thuis wonen, waardoor op latere leeftijd vaker ondersteuning nodig kan zijn.
Dat is terug te zien in het gebruik van verschillende voorzieningen. Het aantal mensen dat hulp bij het huishouden ontvangt, steeg van bijna 394.000 in 2017 naar bijna 566.000 in 2025. Ook het gebruik van hulpmiddelen en diensten nam toe, van ruim 690.000 naar bijna 800.000 cliënten.
Wmo-uitgaven naar ruim 6,3 miljard euro
Met het groeiende gebruik nemen ook de gemeentelijke uitgaven toe. In 2025 werd ruim 6,3 miljard euro uitgegeven aan Wmo-maatwerkvoorzieningen. Dat is 38 procent meer dan in 2017.
De stijging komt niet alleen doordat meer mensen ondersteuning krijgen. Ook de gemiddelde kosten per cliënt zijn volgens het CBS met ongeveer 12 procent gestegen. Een zwaardere ondersteuningsvraag en hogere tarieven spelen daarbij een rol.
Vooral de uitgaven aan hulp bij het huishouden zijn sterk toegenomen. Deze stegen van 938 miljoen euro in 2017 naar bijna 1,9 miljard euro in 2025 en zijn daarmee verdubbeld. Volgens het CBS speelde ook de invoering van het abonnementstarief in 2019 een rol. Door de lagere en vaste eigen bijdrage werd de drempel voor het gebruik van Wmo-ondersteuning lager.
Grote verschillen tussen gemeenten
Hoe gemeenten Wmo-ondersteuning organiseren, verschilt. In 2024 bood 86 procent van de gemeenten hulp bij het huishouden uitsluitend aan als maatwerkvoorziening. Elf procent bood huishoudelijke hulp aan als algemene voorziening. Een klein deel combineerde beide vormen.
Algemene voorzieningen zijn laagdrempelige vormen van ondersteuning waarvoor niet altijd individueel onderzoek nodig is. Denk bijvoorbeeld aan een maaltijdservice, activiteiten in een wijkcentrum of digitale ondersteuning in een bibliotheek.
Gebruik persoonsgebonden budget bijna gehalveerd
Opvallend is daarnaast de sterke afname van het persoonsgebonden budget (pgb), waarmee mensen zelf ondersteuning kunnen inkopen. In 2017 maakten ruim 58.000 mensen binnen de Wmo gebruik van een pgb. In 2024 waren dat er nog iets meer dan 31.000.
De cijfers laten daarmee twee verschillende ontwikkelingen zien: terwijl het totale beroep op Wmo-maatwerkvoorzieningen groeit en de uitgaven verder oplopen, maken steeds minder mensen gebruik van een pgb.
De cijfers over 2025 zijn voorlopig en afkomstig uit de Landelijke Monitor Wmo van het CBS, op basis van gegevens uit de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein.



Geef een reactie