Helft investeringszones bedrijven succesvol

3

Het Experiment Bedrijveninvesteringszones wordt mogelijk voortgezet. Uit een evaluatie blijkt dat de helft van de ondervraagde gemeenten tevreden is, maar dat niet kritiekloos.

Een Bedrijveninvesteringszone moet winkelgebieden en

bedrijventerreinen via gemeenschappelijke financiering stimuleren.

Brancheorganisaties MKB-Nederland en VNO-NCW zijn al goed te spreken over de

pilots. Ze willen de Experimentewet Bedrijfsinvesteringsfonds permanent maken

en het besluit hierover eerder te laten nemen dan minister Maxime Verhagen van

plan is.

Ook veel gemeenten zien de voordelen van de zones. Het zorgt

voor een betere verdeling  van de

lasten tussen ondernemers, die ook samen de verantwoordelijkheid nemen voor een

winkelgebied of bedrijventerrein. Ook geven de zones de gemeenten meteen een

mooi aanspreekpunt voor ondernemers.

Kritiek

Toch staan gemeenten niet alleen maar te juichen over de

Bedrijveninvesteringszones. Het blijkt soms lastig de verschillende rollen van

de lokale overheid naar ondernemers te combineren binnen de zones. Ook kost het

veel tijd om de zones van de grond te krijgen.

Een deel van de ondervraagde gemeenten geeft aan dat hun

subsidiering en de heffing van het geld niet in verhouding staan tot elkaar,

wat te maken heeft met de inzet van twee instrumenten: uitkering en heffing.

Dat het gaat om het geld van ondernemers helpt daar niet aan mee.

Bedrijfsinvesteringszone

In een bedrijfsinvesteringszone wordt het

ondernemingsklimaat gestimuleerd met een gebiedsgerichte heffing, uitgekeerd

via een fonds of stichting. De huidige Experimentenwet

Bedrijfsinvesteringszones loopt tot 2015. Tussen 2009 en 2012 zijn er 234

pogingen gewaagd een dergelijke zone tot een succes te maken. Bij de helft

daarvan was dit ook het geval.

Het draagvlak is afhankelijk van

verschillende factoren. “Succesfactoren

hiervoor lijken te zijn: de persoonlijke benadering van ondernemers, de

faciliterende houding van de gemeente, het betrekken van eigenaren en dat er al

sprake is van een (lichte) organisatiegraad onder ondernemers” schrijft

Verhagen aan de Kamer (PDF).

“Bij de keuze van een heffingsmaatstaf wordt vaak

aangesloten bij de bestaande bijdrage van ondernemers aan de

ondernemersvereniging, bijvoorbeeld. Uit de cijfers die bekend zijn kan worden

afgeleid dat bijna een derde kiest voor een vast tarief, bijna een derde kiest

voor een tarief naar rato van de WOZ-waarde. Ruim één derde kiest voor een

gedifferentieerd tarief.”

Permanent

Na de zomer wil de minister

duidelijkheid geven over het voortzetten van het experiment tot 2018.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone

Over Auteur

3 reacties

  1. het zal wel op

    Geloof, dat dit artikel berust op gegevens die de gemeente graag zelf wenst te lezen. Dat is net als cijfermatige effecten, met een bepaald doel tot aanzetten.

    Jammer

  2. De gemiddelde ondernemer staat niet te trappelen om een belasting of een heffing te betalen. Reden: er is mede dankzij de PVV een klimaat in Nederland ontstaan dat de overheid er niets van bakt en veel ondernemers in het kleinbedrijf gaan daarin mee. Dat maakt dat de helft van de BIZ-initiatieven direct mislukt en van de rest het moeizaam gaat. Ik denk dat er maar 10% succesvol is en de enige reden is dat er daar een aantal personen zijn die bedrijfsleven en overheid aan elkaar hebben laten wennen waarna enige mate van respect en loyaliteit is ontstaan. Maar al met al ben ik niet zo happig op dit soort structuren omdat het te veel “ons ken ons” en “een op een” ademt. Beter is dat de overheden de economie willen steunen en daar ook heel open en transparant over doen. Dus gewoon bij de begroting en rekening bedragen en activiteiten noemen. En beginnen bij de “open kansen voor een leeg doel”. Cameratoezicht op bedrijfsterreinen, wegnemen achterdocht bij de horeca, wintersfeerverlichting in en bij winkelcentra, goed onderhoud openbaar groen bij kantoor- en industriegebieden.

  3. Deze zogenaamde BIZ-heffing is er niet voor (inkomsten van) gemeenten, maar juist voor ondernemers die willen investeren in het eigen winkelgebied of bedrijventerrein. De wil om te investeren, maar dit zelf niet van de grond te krijgen is het doel van de bemoeienis van de gemeente. De gemeente wordt dan ook op verzoek van de ondernemers ingeschakeld om mee te helpen de gewenste voorzieningen te kunnen bekostigen.

    Dit is een mooi voorbeeld van hoe het juist wel hoort: De burger (ondernemer) wil iets, is bereid daar iets voor te betalen, maar heeft hier hulp van de overheid bij nodig. De overheid (gemeente) biedt de helpende hand. De heffing (belasting) die in overleg met en op verzoek van de ondernemers wordt ingesteld komt volledig (!) ten goede aan de door de ondernemers gewenste (en vooraf vastgelegde) voorzieningen.

    De eerdere reacties op dit artikel geven aan dat er nog (te) veel onbekendheid is over dit onderwerp.

Reageer