Het aantal aanslagen met explosieven neemt in 2026 af, maar explosies in woonwijken blijven volgens minister Van Weel een ernstig veiligheidsprobleem. Vooral de betrokkenheid en rekrutering van minderjarigen en jongvolwassenen vraagt om blijvende aandacht.
Sinds 2023 registreert de politie deze incidenten landelijk op uniforme wijze. Het aantal aanslagen en pogingen steeg van 902 in 2023 naar 1.543 in 2024. In 2025 waren het er 1.534. In de eerste helft van 2026 zijn 581 incidenten geregistreerd, 124 minder dan in dezelfde periode van 2025. Het Offensief tegen Explosies ligt daarmee volgens de minister op koers voor een afname van 10% in 2026.
De oorzaken zijn divers. Belangrijke factoren zijn de brede beschikbaarheid van explosieve middelen, waaronder zwaar vuurwerk met flitspoeder, opdrachtgevers en tussenpersonen die buiten beeld blijven en de relatief eenvoudige rekrutering van jongeren. Digitale platforms spelen daarbij een belangrijke rol, zowel bij het werven van uitvoerders als bij de handel in illegaal vuurwerk. Motieven voor aanslagen variëren van sociale en zakelijke conflicten tot criminele conflicten, maar blijven in veel gevallen onbekend.
Maatwerk na een explosie
Er bestaat geen eenduidige werkwijze om na een eerste explosie het risico op herhaling te beoordelen. Volgens de minister is de lokale context daarvoor te divers en is maatwerk nodig. Burgemeesters kunnen bijvoorbeeld woningen of bedrijfslocaties sluiten, terwijl politie en OM cameratoezicht of extra surveillance kunnen inzetten. Na enkele dagen beoordeelt de lokale driehoek of maatregelen moeten worden aangepast, beëindigd of voortgezet.
Het in 2025 gepubliceerde Landelijk handelingskader bij aanslagen met explosieven biedt praktische en juridische handvatten. Daarin is aandacht voor preventie, dreiging van herhaalaanslagen, maatregelen direct na een incident en nazorg, zoals noodopvang, slachtofferhulp en tijdige informatievoorziening. De minister heeft geen signalen dat burgemeesters met hun huidige bevoegdheden onvoldoende uit de voeten kunnen.
Veel jonge verdachten
Opvallend is de betrokkenheid van minderjarigen en jongvolwassenen. In 2025 waren onder de 622 ingezonden verdachten 215 minderjarig en 229 tussen 18 en 24 jaar. Rekrutering vindt deels via sociale media plaats, maar voornamelijk via directe en indirecte sociale netwerken, zoals familie, school- en buurtgenoten. Vaak verkeren jonge uitvoerders in een kwetsbare positie en kunnen zij volgens de minister naast dader ook slachtoffer van criminele uitbuiting zijn.
Het kabinet zet daarom in op preventieve interventies, Preventie met Gezag, het aanpakken van ronselaars en opdrachtgevers en ondersteuning van kwetsbare jongeren. Het terugdringen van jonge uitvoerders is in 2026 een van de drie prioriteiten van het Offensief tegen Explosies. Daarnaast werkt de politie aan een nieuwe analyse van de handel en opslag van zwaar vuurwerk, die in het najaar naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.



Geef een reactie