Steeds meer steden weren de auto uit het centrum. Een daarvan is Rotterdam. Onderzoekers en een landelijke vakjury zien veel voordelen in het autoluw maken van de stad. Tegelijk wijzen ze erop dat een brede blik op vervoer nodig is.
Mobiliteitseconoom Giuliano Mingardo (Erasmus UPT) ziet de autoluwe binnenstad als winst voor leefbaarheid én economie. Wetenschappers pleiten er al sinds 2007 voor. Straten in de binnenstad worden veiliger zonder auto’s. En zodra het autoverkeer verdwijnt, knappen straten vaak op met groen, bankjes en ruimere looppaden. Dat trekt bezoekers aan.
Ondernemers vrezen vaak dat ze klanten verliezen, maar Mingardo noemt dat een fabel. ‘Het klopt echt niet. Het is juist andersom. Minder auto’s in de straat zorgt juist voor meer klanten en dus meer omzet.’
Wel ziet hij een keerzijde. Een aantrekkelijker centrum drijft de huren op. Dat hoeft niet direct een probleem te zijn voor ondernemers, omdat de kans groot is dat de omzet ook stijgt. Voor bewoners kan het wel een probleem worden. In Katendrecht ziet hij al gentrificatie, waardoor armere bewoners op termijn moeten vertrekken. Daarnaast zorgen mooiere steden voor meer toeristen, wat overlast kan veroorzaken.
Betaald parkeren om gedrag te sturen
Rotterdam voert binnen de hele ring betaald parkeren in. Dat roept boze reacties op, want de stap van gratis naar betaald valt sommigen zwaar. Mingardo begrijpt die emotie: de auto staat voor vrijheid. Toch is het geen pesterij. Hoge parkeerkosten kunnen bezoekers verleiden om te lopen, te fietsen of de tram te nemen. Bewoners krijgen tegelijkertijd een goedkope parkeervergunning, waardoor ze vaker een plek in hun eigen straat kunnen vinden.
De grootste winst valt volgens Mingardo te halen in de uitleg. ‘Nu zien mensen het als melkkoe. Natuurlijk komt er geld binnen, maar dat gaat naar de algemene begroting van de gemeente. Dat gaat naar dingen die goed zijn voor de stad.’
Delen als schakel
Een andere manier om het aantal auto’s terug te dringen, is het vergroten van deelmobiliteit. Rotterdam won eind oktober de Deelaward 2026 in de categorie grootste gemeenten. Natuur & Milieu organiseerde dit in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, in samenwerking met Natuurlijk!Deelmobiliteit.
De jury prees in Rotterdam het brede, goed gespreide aanbod van deelvervoer, de langetermijnvisie en de inzet op mobiliteitshubs. Amersfoort en Veldhoven wonnen in de andere categorieën. Veldhoven boekte de grootste vooruitgang door deelmobiliteit te verweven met ov, fiets, woningbouw en leefbaarheid. In Amersfoort wijst de jury op de inzet op mobiliteitshubs, Leefstraten en buurtinitiatieven. Deelmobiliteit is daar goed verankerd binnen de gemeentelijke organisatie.
Kijk naar het hele systeem
Vervoerseconoom Zhiyuan Liang (VU) wijst er in zijn promotieonderzoek op dat één ideale maatregel voor een duurzamer verkeersbeleid niet bestaat. Wie het ene probleem aanpakt, kan ergens anders een nieuw probleem veroorzaken. Verleid je automobilisten naar het openbaar vervoer, dan neemt de drukte op de weg af, maar raken de treinen voller. En als er veel uitlaatgassen in een buurt zijn, kan het voor mensen minder aantrekkelijk worden om te fietsen.
Navigatie-apps en financiële prikkels kunnen volgens hem wel helpen om de vraag naar vervoer te sturen. Duurzaam verkeersbeleid vraagt dus om een brede blik, waarbij rekening wordt gehouden met de manier waarop mensen op maatregelen reageren, en hoe auto, fiets en openbaar vervoer elkaar beïnvloeden.




Geef een reactie