Het kabinet introduceert een nieuwe zorgmaatregel in het strafrecht om een kleine groep mensen met verward, onvoorspelbaar en gevaarlijk gedrag sneller passende zorg te bieden. Als zij een strafbaar feit plegen, kan de rechter hen maximaal twee jaar laten opnemen in een beveiligde forensische kliniek, waar intensieve psychische zorg wordt gecombineerd met beveiliging.
De maatregel is bedoeld voor personen die te licht zijn voor tbs maar te zwaar voor reguliere zorg, en die zowel een zorgbehoefte als een hoog veiligheidsrisico hebben. De regeling gaat in de eerste helft van 2026 in consultatie en maakt deel uit van de Werkagenda voor betere aansluiting tussen forensische en reguliere zorg.
Uit een brief van minister Rijkaart van vrijdag jl. bleek dat het kabinet meer focus en richting wil aanbrengen in de aanpak voor personen met verward gedrag. De minister beschrijft hoe het kabinet, onder regie van BZK en samen met vier andere ministeries, de interdepartementale aanpak van verward en onbegrepen gedrag aanscherpt. Aanleiding zijn de sterk stijgende aantallen meldingen (bijna 150.000 bij de politie) en de constatering dat ondanks veel inspanningen de ondersteuning, zorg en woonplekken vaak tekortschieten.
Er zijn vier hardnekkige knelpunten waar het kabinet nu meer richting op wil geven: (1) gebrek aan woningen en passende (woon)zorgplekken, (2) beperkingen en onduidelijkheid rond gegevensuitwisseling, (3) spanning tussen landelijke regie en lokale autonomie, en (4) ontbreken van structurele financiering. Deze thema’s worden de komende periode verder uitgewerkt.
Meer woningen en passende woonvoorzieningen
Bij woningen en passende voorzieningen is de prioriteit om de ‘verstopte keten’ van bedden, opvang, beschermd wonen en speciale woonvormen te ontlasten. Er is een tekort aan alle typen plekken, waardoor mensen op straat belanden, veiligheid in het geding komt en behandeling stokt. Het kabinet kondigt aan meer landelijke regie te nemen op de vraag ‘welke woning of voorziening voor wie passend is’ en samen met gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders kaders en randvoorwaarden te ontwikkelen om tot voldoende bijzondere woningen en woonzorgplekken te komen, inclusief benutting van de Wet versterking regie volkshuisvesting.
Duidelijkheid over kaders gegevensuitwisseling
Rond gegevensuitwisseling is de prioriteit het wegnemen van handelingsverlegenheid door duidelijkere wettelijke titels en handvatten. Gemeenten en ketenpartners ervaren dat bestaande kaders (AVG, sectorwetten) onduidelijk zijn, waardoor men terughoudend is met informatie delen en vroegtijdige interventie wordt bemoeilijkt. Het kabinet gaat samen met ketenpartners inventariseren welke onduidelijkheden en hiaten de aanpak van risico’s rondom verward gedrag belemmeren en koppelt dit aan lopende trajecten zoals de Wams, aanpassing van de Woningwet (gegevensdeling woningcorporaties) en de evaluatie van de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden. Met de Autoriteit Persoonsgegevens wordt in een werkgroep uitgewerkt hoe bestaande ruimte beter kan worden benut en wanneer gevaar zodanig is dat delen noodzakelijk en toegestaan is.
Landelijke regie, lokale uitwerking
Op het punt landelijke regie versus lokale autonomie positioneert het kabinet BZK als procesregisseur op rijksniveau en de burgemeester als lokale regisseur over domeinen heen. Er komt een ambassadeursnetwerk van burgemeesters en landelijke bestuurders uit zorg en veiligheid, en departementen sluiten aan bij lokale praktijktafels waar integrale casuïstiek wordt besproken.
Structurele betrouwbare financiering
Het kabinet wil een structurele, betrouwbare bekostiging van lokale en regionale samenwerkingsverbanden en initiatieven, als opvolger van tijdelijke ZonMw‑middelen. Het kabinet wil samen met het veld meerdere scenario’s uitwerken, met als streven om vóór zomer 2026 keuzes voor te leggen zodat tijdig duidelijkheid ontstaat over vervolgfinanciering.



Geef een reactie