Gemeenten gaven in 2024 samen 2 miljard euro uit aan sport. Grote bezuinigingen op sport zijn tot nu toe uitgebleven.
Dit staat in een rapport van het Mulier instituut dat maandag verscheen. Ongeveer 76 procent van de uitgaven ging naar sportaccommodaties en 24 procent naar sportbeleid en activering. Gemeenten ontvingen 663 miljoen euro aan inkomsten vanuit de sport.
Per inwoner besteedden gemeenten netto gemiddeld 77,3 euro aan sport, waarvan 58,2 euro aan accommodaties en 19 euro aan beleid en activering. Sportuitgaven vormen 2,2 procent van alle gemeentelijke uitgaven en 31 procent van alle vrijetijdsuitgaven.
Gemeenten besteden bijna de helft van hun sportbudget (48 procent) aan interne uitvoering of exploitatie, vooral personeel en overige interne kosten, met aan de inkomstenkant huur (48 procent) en rijksuitkeringen (31 procent. De spreiding tussen gemeenten is groot. In 2024 liepen de netto‑sportuitgaven uiteen van 1,6 tot 246,1 euro per inwoner. Grotere en sterker stedelijke gemeenten besteden per inwoner meer aan sport dan kleine en niet‑stedelijke gemeenten; studentensteden liggen het hoogst, welvarende woongemeenten het laagst.
Onzekerheid op langere termijn
Het Mulier instituut waarschuwt voor onzekerheid op langere termijn. Zo is de SPUK Sport recent verlengd tot de zomer van 2027, maar blijft het voortbestaan van deze regeling voor de langere termijn onzeker. Deze onzekerheid kan ervoor zorgen dat gemeenten terughoudender zijn om investeringen op de lange termijn te doen.



Geef een reactie