Een lokaal verbod op fossiele- en vleesreclame is om meerdere redenen niet goed vergelijkbaar met een landelijk verbod.
Dit schrijft minister Hermans in antwoord op Kamervragen over het besluit van de Amsterdamse gemeenteraad om reclame voor fossiele producten en vlees in de openbare ruimte te verbieden.
Op nationaal niveau gelden zwaardere eisen aan proportionaliteit, robuustheid, afbakening en onderbouwing van een verbod. Een landelijk verbod op fossiele reclame maakt geen deel uit van het huidige nationale klimaatpakket en wordt op dit moment niet overwogen. Gemeenten worden niet gedwongen om zelf verboden in te stellen; dit valt binnen hun eigen bestuurlijke vrijheid.
Op de vraag naar een wetsvoorstel voor een landelijk verbod antwoordt het kabinet dat eerder al is geconcludeerd dat een nationaal verbod niet onmogelijk is, maar dat juridische uitdagingen en onzekerheden invoering op korte termijn niet opportuun maken. De juridische context is volgens het kabinet sindsdien niet wezenlijk veranderd, zodat het bij die eerdere conclusie blijft.
Tabak en alcohol
Het kabinet verwerpt de vergelijking met landelijke reclameverboden voor tabak en alcohol. Tabaksreclame is verboden omdat het gaat om een specifiek, duidelijk identificeerbaar product dat ernstig schadelijk en verslavend is en waarvoor jongeren bijzonder kwetsbaar zijn. Deze kenmerken zijn volgens het kabinet niet of slechts beperkt van toepassing op fossiele reclame, waardoor de juridische grondslag anders ligt.
Duurzaam consumentengedrag
Verder deelt het kabinet niet de opvatting dat reclame voor fossiele producten en vlees op zichzelf consumptiepatronen veroorzaakt die strijdig zijn met de klimaatdoelen. Volgens wetenschappelijke inzichten is het onwaarschijnlijk dat één factor als reclame daarvoor doorslaggevend is. Voor structurele gedragsverandering moeten duurzame keuzes in brede zin goedkoper, makkelijker en comfortabeler worden dan fossiele alternatieven. Daarom zet het kabinet in op een integrale aanpak van duurzaam consumentengedrag, zoals aangekondigd in het Klimaatplan. Onderdeel daarvan is nader onderzoek met gedragsinzichten en reeds aangekondigde maatregelen, bijvoorbeeld een gedifferentieerd stroomtarief vanaf 2028 dat gebruik buiten piekuren beloont. De verdere uitwerking, de beoordeling van eventuele aanvullende maatregelen en de vraag of, wanneer en hoe een landelijk reclameverbod zou kunnen worden ingevoerd, worden aan het nieuwe kabinet gelaten.


Geef een reactie