Miljoenen stemmers zullen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart stemmen op een lokale partij, zo is de verwachting van onderzoeksbureau Ipsos I&O. Aandacht voor de regio is een belangrijk criterium voor mensen die op een lokale partij stemmen.
De peiling van Ipsos I&O laat zien dat de lokale partijen gezamenlijk naar verwachting 34,5 procent van de stemmen halen, tegen 31 procent bij de vorige verkiezingen in 2022. De populariteit van de lokale politieke vertegenwoordigers neemt dus toe. In sterk verstedelijkte gebieden wordt er wel minder op een lokale partij gestemd dan in matig stedelijke gebieden. Daar is de steun met 46 procent het grootste. Het meest populair zijn de lokale partijen onder kiezers uit Limburg, Noord- Brabant en Zeeland. In de zuidelijke provincies is 44 procent van plan om hierop te stemmen. Maar ook in de grote steden, zoals in Amsterdam, strijden lokale partijen met de landelijk opererende partijen om de gunst van de kiezer.
Meer mannen dan vrouwen
Ipsos is nog wat dieper in het profiel gedoken van de kiezer die naar verwachting op een lokale partij gaat stemmen. Zo zijn deze kiezers iets lager opgeleid dan gemiddeld, hoewel van de hoger opgeleiden ook 27 procent aangeeft zo te stemmen. Mannen stemmen vaker lokaal dan vrouwen. Ook moeten lokale partijen het vooral hebben van de oudere met name rechts-stemmende kiezer. Van de jongvolwassenen tot 34 jaar stemt slechts zo’n 15 procent lokaal, tegen 46 procent uit de leeftijdsgroep 50-65.
Blik op de regio
Naast lokale campagne posters prijken ook de landelijke partijleiders op affiches in de bushokjes. Hoewel de grote landelijke problemen, zoals het woningtekort en het stikstofslot zwaar drukken op veel gemeenten, zeggen de meeste kiezers (55 procent) zich vooral te laten leiden door gemeentelijke kwesties. Een klein deel (12 procent) kijkt vooral naar de landelijke thema’s. Voor zo’n drie op de tien kiezers wegen beide mee. Dit wijkt weinig af van 2022. Opmerkelijk is dat 28 procent van de kiezers die op een lokale partij stemt, het belangrijk vindt dat deze partij niet alleen voor de gemeente opkomt maar ook voor de regio. Van alle kiezers vindt slechts 16 procent dit van belang.
Afwezigheid partijen op de rechterflank
Partijen op rechterflank doen in weinig gemeenten mee. FvD is nog relatief vaak te kiezen, deze partij op de rechterflank doet in 31 procent van de gemeenten mee. De PVV (12 procent), BBB (9 procent) en JA21 (2 procent) staan op erg weinig gemeentelijke stemformulieren. Lokale partijen lijken hiervan flink te profiteren. Meer dan de helft (55 procent) van de kiezers die nu lokaal willen stemmen, hebben bij landelijke verkiezingen een voorkeur voor PVV, FvD, JA21 of BBB.
Opvallend is dat deze vier partijen ter rechterzijde van de VVD in het algemeen op weinig steun kunnen rekenen. Samen komen ze in deze peiling uit op ongeveer 7 procent van de stemmen, terwijl deze stroming in landelijke peilingen goed is voor zo’n dertig procent.
GroenLinks PvdA grootste landelijke partij
GroenLinks-PvdA komt in deze peiling als grootste landelijke partij uit de bus. Van de kiezers zegt 14,8 procent op de samenwerking van GroenLinks en PvdA te zullen stemmen. Daarnaast heeft nog eens 2,5 procent een voorkeur voor GroenLinks of PvdA. Bij elkaar opgeteld is dat 17,3 procent van het stemtotaal, vergelijkbaar met 2022. Toen deden beide partijen in de meeste gemeenten nog apart mee en kwamen ze samen uit op 17,8 procent. De VVD komt naar verwachting op 11,4% van het totaal uitgebrachte stemmen uit, D66 op 8,7 procent en het CDA op 8,6 procent. Ten opzichte van de vorige gemeenteraadsverkiezingen lijkt FvD significant beter te gaan scoren (van 1,1 naar 3,8 procent).
Daadwerkelijke opkomst onzeker
Uit eerdere verkiezingsjaren weet Ipsos I&O dat het percentage ‘zekere’ stemmers altijd weer een overschatting blijkt van het daadwerkelijke aantal uitgebrachte stemmen. Een week voor de verkiezingen van 2018 zei 71 procent zeker te gaan stemmen. Uiteindelijk bracht 55 procent toen een stem uit. Twee weken voor de verkiezingen in 2022 zei 64 procent zeker te gaan stemmen, dat werd 51 procent. De stemintentie ligt met 61 procent licht lager (3 procentpunt) dan in 2022. Ipsos houdt daarom opnieuw een slag om de arm, en geeft aan dat ‘het mogelijk is dat de daadwerkelijke opkomst dit keer wederom rond de 50 procent of net iets lager zal uitvallen’.



Geef een reactie