Hoe transparant zijn de selectieprocedures bij collectieve en groene woonprojecten? Aanleiding voor Kamervragen vormen signalen dat bewoners in dergelijke projecten soms via ‘sollicitaties’ worden geselecteerd op basis van bijvoorbeeld mindset of bijdrage aan de gemeenschap.
Minister Boekholt geeft in een Kamerbrief aan bekend te zijn met deze praktijken en benadrukt dat het vaak gaat om projecten die door bewoners zelf zijn opgezet. Deze woonvormen hebben volgens haar een duidelijke meerwaarde, omdat bewoners naar elkaar omzien en voorzieningen delen met elkaar en de buurt. Om deze collectieve doelen te waarborgen, worden nieuwe bewoners niet alleen geselecteerd op prijs of inkomen, maar ook op factoren die bijdragen aan het functioneren van de groep.
Verenigingsvrijheid
Volgens de minister is dit niet per definitie in strijd met de beginselen van eerlijke en openbare toewijzing, mits vooraf duidelijk wordt gecommuniceerd aan welke voorwaarden nieuwe bewoners moeten voldoen. Veel van deze projecten zijn georganiseerd in verenigingen, die op basis van de grondwettelijk beschermde verenigingsvrijheid toelatingseisen mogen stellen, zolang deze samenhangen met het doel van de vereniging.
Tegelijkertijd gelden er wettelijke kaders om discriminatie te voorkomen. Zo verbiedt de Algemene wet gelijke behandeling ongerechtvaardigd onderscheid op beschermde persoonskenmerken. Voor verhuurders geldt daarnaast de Wet goed verhuurderschap, die verplicht tot transparante en objectieve selectieprocedures, met duidelijke criteria en motivering richting afgewezen kandidaten.
Voor sociale huurwoningen blijven de bestaande toewijzingsregels van kracht, zoals de DAEB-inkomensgrens en passend toewijzen. Binnen deze kaders is er echter beperkte ruimte voor maatwerk, bijvoorbeeld via vrije toewijzingsruimte of via beheercoöperaties die zelf woningen mogen toewijzen op basis van vooraf vastgestelde criteria. Gemeenten kunnen bovendien via de Huisvestingswet aanvullende regels stellen.
Rekening houden met woonbehoefte
De minister erkent dat woningtoewijzing primair rekening moet houden met de woonbehoefte, maar benadrukt dat deze behoefte divers is. Voor sommige groepen, zoals ouderen, kan gemeenschapsvorming juist een belangrijk onderdeel zijn van die woonbehoefte. Volgens haar staan selectie op woonbehoefte en betrokkenheid bij een gemeenschap daarom niet op gespannen voet met elkaar.
Tot slot geeft de minister aan geen aanvullende maatregelen te nemen om selectieprocedures verder te reguleren, maar juist te willen inzetten op het stimuleren van collectieve woonvormen. Dit gebeurt onder andere via het landelijk Fonds Coöperatief Wonen en door samenwerking met gemeenten om dergelijke projecten beter mogelijk te maken. Het doel is om ruimte te bieden aan verschillende woonvormen, passend bij de uiteenlopende wensen van woningzoekenden.


Geef een reactie