De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een advies uitgebracht over een initiatiefvoorstel van het (voormalig) Tweede Kamerlid Chakor (GroenLinks-PvdA).
Het voorstel beoogt de Grondwet te wijzigen om de mogelijkheden voor tijdelijke vervanging van volksvertegenwoordigers te verruimen. Het gaat daarbij om leden van de Tweede en Eerste Kamer, provinciale staten, gemeenteraden, eilandsraden en kiescolleges.
Op dit moment kunnen volksvertegenwoordigers zich alleen tijdelijk laten vervangen bij zwangerschap en bevalling of bij ziekte. Volgens de initiatiefnemer sluiten deze gronden onvoldoende aan bij de huidige praktijk. Daarom wordt voorgesteld om ook vervanging mogelijk te maken bij onder meer geboorte, adoptie, pleegzorg, ouderschap en het verlenen van langdurige zorg.
Persoonlijk en bijzonder
De Afdeling advisering erkent dat een ruimere vervangingsregeling in sommige situaties verlichting kan bieden. Tegelijkertijd benadrukt zij dat het ambt van volksvertegenwoordiger persoonlijk en bijzonder is. Vertegenwoordigers oefenen hun functie uit op basis van hun eigen overtuiging en in het algemeen belang.
Daarom moet vervanging enerzijds lang genoeg zijn om betekenisvol te zijn, maar anderzijds beperkt blijven om de continuïteit en herkenbaarheid van de volksvertegenwoordiging te waarborgen. De Afdeling vindt dat de toelichting bij het voorstel onvoldoende onderbouwt dat de uitbreiding noodzakelijk en effectief is. Bovendien zal tijdelijke vervanging slechts beperkt bijdragen aan het oplossen van werkdruk, die door meerdere factoren wordt bepaald.
De Afdeling adviseert daarom om het voorstel beter te motiveren. Als dat niet mogelijk is, wordt geadviseerd het voorstel niet voort te zetten.
Begrenzing en uitwerking
Daarnaast plaatst de Afdeling kanttekeningen bij de voorgestelde uitwerking. Zo wordt afgeraden om gronden als geboorte, adoptie en pleegzorg op te nemen, omdat deze doorgaans van korte en flexibele duur zijn. Dat maakt ze minder geschikt voor een regeling die uitgaat van volwaardige vervanging.
Voor ouderschap en langdurige zorg, die juist langduriger kunnen zijn, adviseert de Afdeling om duidelijke kaders in de Grondwet op te nemen over de duur en aaneengeslotenheid van de vervanging.
Ook wijst de Afdeling op het belang van objectieve criteria om vast te stellen wanneer vervanging gerechtvaardigd is. Als dat niet goed kan worden bepaald, zou vervanging op die gronden niet mogelijk moeten zijn.



Geef een reactie