Woningbouw en ruimte vragen om keuzes die verder gaan dan gemeentelijke grenzen. De sleutel ligt in regionale samenwerking en gebiedseigen oplossingen, niet in Haagse plannen of aantallen alleen.
Woningbouw en de strijd om de ruimte speelde een grote rol deze raadsverkiezingen. In 342 gemeenten gaan we nu aan de slag met de coalitievorming. Een cruciaal ruimtelijk moment. Den Haag wil wel weer de regie pakken met een nieuwe Nota Ruimte, maar de echte sleutel voor de verbouwing van Nederland ligt in de regio. Voor de nieuwe colleges hebben we één dringende boodschap: laat je niet gijzelen door de grenzen van je gemeente en staar je niet blind op het bouwen van vaak te hoge aantallen nieuwbouwwoningen. Maar maak van gebiedseigen ruimtelijke oplossingen op lokaal en regionaal niveau het hart van je nieuwe akkoord met een horizon tot 2050.
We staan voor grote ruimtelijke opgaven. Klimaat, woningbouw, ruimte voor de economie van morgen, defensie of de landbouwtransitie. Ze claimen allemaal de ruimte die al schaars is. Kiezen voor het één, maakt het ander vaak onmogelijk. De neiging is groot om te wachten op Haagse oekazes of vuistdikke beleidsnota’s. Wacht niet. Die ‘systeemwereld’ struikelt voorwaarts, terwijl het in de ‘leefwereld’ bruist van initiatief. Kijk om je heen. De toekomst wordt nu al zichtbaar gemaakt door inwoners en ondernemers die niet wachten maar gewoon beginnen.
Nederland bruist
Noord:
Denk aan initiatieven zoals Peinder Mieden in het Friese Opeinde, waar niet alleen wordt gewoond, maar de bewoners ook verantwoordelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de natuur om hen heen. 87 hctare transformeert van landbouw naar natuur en energie neutraal wonen met 45 nieuwe coöperatief georganiseerde bewoners. Of de ruim 170 lokale energie cooperaties die in Drenthe, Groningen en Fryslan samen, als energie gemeenschap, concreet handen en voeten geven aan de intenties van de nationale energie wetgeving. Of grootschalige gebiedsprocessen rond de opgaven van herstel van de veenweide gebieden in b.v. de gebiedscoöperatie Aldeboarn-De Deelen waar, onderop met diverse vertegenwoordigers, voor rond 5.000 hectare grond gewerkt wordt aan klimaatadaptatie en voorkomen van bodemdaling door geleidelijke verandering van de functie inrichting.
Oost:
Bezie de Performance Factory in Enschede als bruisende talentenfabriek voor jong en oud, voor zorg en welzijn, kunst, cultuur en ambacht. Maar ook voor onderwijs, sport, ondernemen en wonen. Van kleine startups tot grote organisaties; voor iedereen is er ruimte. In het buitengebied van heel Oost Nederland ontstaan toffe plekken. Denk aan de Biesterhof in Millingen,de stadsboerin Doetinchem, ’t Gagel in Lochem en het landgoed Lankheet in Haaksbergen. En in de Achterhoek bij Winterswijk en ’t Klooster zijn de eerste ervaringen opgedaan met het Markemodel. Deze vorm van doelsturing van de landbouw smaakt naar meer en is toepasbaar in heel Oost Nederland.
Zuid:
In Eva Lanxmeer in Culemborg benutten 350 huishoudens de ruimte benutten om zelf te ontwikkelen en te beheren: samenwerken in de gezamenlijke tuin van hun hof, het beheer van het openbaar groen, het delen van auto’s, in de opwekking van duurzame energie en in de ontwikkeling van stadsboerderij Caetshage. Of Limburg Centraal, waar de zes Limburgse steden met een intercity station samen hebben besloten zich voor woningbouw te concentreren op 6 stations. Men lobbyt voor Limburg Centraal als één grootschalige woningbouwlocatie op de meest logische plek, namelijk rondom 6 intercity stations. Of de Metropoolregio Eindhoven die rond de schaalsprong van Eindhoven meer en intensiever samen gaat werken met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert.
West:
Stichting Stadslandbouw Amsterdam bouwt een fijnmazig en robuust netwerk van kleinschalige, professionele voedselproducenten om zo de stad van gezond, duurzaam en lokaal geproduceerd voedsel voorzien. Of het Singelpark Leiden, dat een zes kilometer lange, ononderbroken wandeling door het groen mogelijk maakt – een initiatief van actieve bewoners. Of de autovrije woonoase De Buitenkans in Almere, een vroeg voorbeeld van collectief particulier opdrachtgeverschap en mandelig eigendom van de openbare ruimte en het buurthuis. Of de bottom-up gebiedsontwikkeling van bewoners, ondernemers en adviseurs van de Keilecoöperatie met de gemeente Rotterdam. Of de stichting Wei en Water die in de Boterhuispolder in Warmond kleinschalige biologische samenwerking aanbiedt als alternatief voor traditionele grondpacht.
In de nieuwe akkoorden moet meer aandacht zijn voor hoe we maatschappelijke doelen kunnen bereiken door dwars door sectoren heen te kijken waar opgaven samen komen. In de leefwereld van burgers in dorpen, wijken of gebieden. Ze bewijzen dat in sterke gemeenschappen het oplossend vermogen schuilt voor de grote uitdagingen waar we voor staan. Elke regio in Nederland heeft z’n eigen voorbeelden. Voor de nieuwe raadsleden is de opdracht helder: omarm deze lokale ruimtelijke initiatieven. Zie burgerinitiatieven niet als ‘leuk voor erbij’, maar als serieuze partners in gebiedsontwikkeling. Stop met het inkapselen in standaardprocedures en durf te vertrouwen op de logica van de plek. Dit vraagt om een andere houding van de gemeente. Minder ‘vinkjes zetten’ en meer echt faciliteren en de dialoog met die gemeenschappen vormgeven. Juist bij alles wat in die ruimte van gemeenschappen samenvalt. Waar brede welvaart wordt ervaren.
Een visie tot 2030 is niet genoeg; we moeten zicht houden op 2050 of zelfs verder. Hoe ziet onze regio eruit als we de gevolgen van klimaatverandering en demografische krimp of groei écht serieus nemen voor ons gebied? Wie ver vooruit kijkt, spreekt per definitie over publieke belangen, niet meer over het belang van vandaag en morgen. Durf een toekomst te schetsen om naar te verlangen. Ga daarover het gesprek aan met uw inwoners en ondernemers. Niet alleen die powerpoint in een zweterig zaaltje, maar ook door verbeeldingskracht in te zetten en het gesprek te voeren op de plekken waar het om gaat. 1000 wandelende bomen door Leeuwarden, Bosk, vertelden meer over klimaatadaptatie dan 10 beleidsnota’s.
De gereedschapskist voor lokale regie
Zet voor de schaalsprong waar menig regio voor staat veel meer in op samenwerken in de regio, over gemeente-, maar zo nodig ook provincie- en landsgrenzen heen. Niet alleen tussen overheden en tussen overheden en marktpartijen, maar zeker ook met actieve bewoners en ondernemers. Voer rond ruimtelijke keuzes voor toekomstige generaties een Generatietoets in om te laten zien dat je sturen op brede welvaart serieus neemt. Bij elk groot ruimtelijk besluit moet je aantonen dat het geen negatief effect heeft op de leefbaarheid voor de generaties na ons.
Daarnaast moet de fysieke realiteit van onze bodem weer leidend worden. Maak stoere afspraken over een Water- en Bodem-sturende aanpak. Durf als coalitie te zeggen: we bouwen niet waar de bodem te slap is en reserveren ruimte voor water. Dat is geen beperking, maar noodzakelijk fundament voor een houdbare toekomst.
We moeten inwoners de positie geven die ze verdienen bijvoorbeeld via het Right to Challenge. Geef lokale gemeenschappen het eerste recht om met alternatieve plannen te komen voor gebiedsontwikkeling, ondersteund door een Lokaal Maatschappelijk Investerings- of stadmakersfonds. Zo voorkom je dat vitale plekken enkel door de hoogste bieder worden vormgegeven, en zorg je dat de maatschappelijke waarde centraal blijft staan.
Van belofte naar daden
Zet in op het versterken van de kracht van de regio. Den Haag belooft dat ‘iedere regio telt’. Het is aan de nieuwe lokale coalities om die belofte in te lossen door zelf met een ijzersterk, gebiedseigen verhaal te komen vertaald in concrete stappen naar de toekomst: Wij maken Nederland.
Hans Leeflang (Oost), Klaas-Sietze Spoelstra (Noord), Cees-Jan Pen (Zuid), Flip ten Cate (West)



Geef een reactie