Voor velen wordt 2026 het jaar van de waarheid voor de Wkb. Gemeenten ervaren nog stevige knelpunten met de twee jaar terug ingevoerde wetgeving voor het bouwtoezicht. De evaluatie door het rijk lijkt allesbepalend.
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is sinds 1 januari 2024 van kracht, samen met de Omgevingswet. Beide wetten zijn gekoppeld.
Doel van de Wkb is het bouwtoezicht te privatiseren om zo de bouwkwaliteit te verbeteren. De controle op bouwprojecten gebeurt voortaan door private kwaliteitsborgers, die ingehuurd worden door aannemers en projectontwikkelaars. De markt zou het namelijk beter doen dan de gemeenten.
Gemeenten hebben niet langer een inhoudelijke technische toetsingstaak. Wel blijven ze als bevoegd gezag verantwoordelijk.
Op dit moment geldt de Wkb voor nieuwbouwprojecten, zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen. Complexe bouwwerken, denk aan een appartementencomplex, en ook verbouwingen vallen vooralsnog niet onder de wet.
Kritiek
De aanloop naar de Wkb ging vrijwel continu gepaard met kritiek vanuit zowel gemeenten als de Eerste Kamer. Ook nu de bouwtoezichtwet ruim twee jaar van kracht is, houdt de kritiek aan.
Volgens een recente enquête onder zo’n 150 gemeentelijke bouwambtenaren is tweederde van hen ontevreden over hoe de Wkb in de praktijk uitpakt vanwege de vele haperingen in het ingevoerde toezichtstelsel op de bouw.
De kwaliteit van de bouwtechnische controle door de private kwaliteitsborger zou onder de maat zijn. Zo zouden bouwplaatsen niet eens fysiek worden bezocht. Ook zouden ze gevoelig zijn voor de druk van bouwers en ontwikkelaars.
Directeur Wico Ankersmit van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht (BWT) bevestigt dat de kwaliteit van de dossiers die kwaliteitsborgers aanleveren nog te vaak van onvoldoende kwaliteit zijn. “Ik krijg daar wekelijks signalen over.” De vereniging voor professionals in het gemeentelijke bouw- en woningtoezicht stelde haar ledenbestand voor de enquête beschikbaar.
Positiever
Brancheorganisatie VKBN (Vereniging Kwaliteitsborging Nederland) wijst de kritiek van de hand. Het beeld onder de eigen leden is genuanceerder en positiever, aldus VKBN dat zegt juist signalen te krijgen dat de bouwkwaliteit verbetert. Ook benadrukt de organisatie dat de implementatie van de Wkb nog volop gaande is.
Dat stelt ook de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) in haar recente jaarverslag over 2025. Weliswaar is het wennen met de Wkb, maar het stelsel ‘begint te werken’. Al schuurt het nog in de praktijk, geeft de toezichthouder toe.
Onduidelijke rol gemeente
Uit de enquête in het veld komt de onduidelijke rol naar voren, die gemeenten vervullen nu de private markt het bouwtoezicht heeft overgenomen.
“Als bevoegd gezag toetsen gemeenten vooraf niet meer mee, maar achteraf moeten ze wel de kastanjes uit het vuur halen als het misgaat”, zegt Ankersmit, die ziet dat gemeenten buiten het Wkb-stelsel om hun handhavende rol gaan invullen.
“Dan ontstaan er vervelende situaties dat gemeenten ondanks de gereedmelding door de kwaliteitsborger gaan handhaven en mensen hun nieuwe woning niet in mogen. Dat doen gemeenten niet zomaar. Dan is er toch iets niet in orde.”
Begin van dit jaar kwam de Vereniging BWT met het Uitvoeringskader voor interventies binnen de Wkb. Dit kader geeft praktische en juridische handvatten over wanneer een gemeente wél en niet moet ingrijpen en een bouwproject moet stilleggen. “We willen de hiaten invullen die in de wet niet goed geregeld zijn”, legt Ankersmit uit.
DSO
De kern van het probleem, schetst hij, is dat de gemeente alleen een connectie heeft met de initiatiefnemer die via het Omgevingsloket op het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) zijn aanvraag indient. “Dat is degene die een kwaliteitsborger inschakelt of opdrachtgever is van een aannemer, die hetzelfde doet. In alle gevallen heeft de gemeente zelf geen verbinding met de kwaliteitsborger.”
De oplossing zou zijn, aldus Ankersmit, als via de aanvraag via het Omgevingsloket in het DSO ook de kwaliteitsborger een vinkje krijgt en door de gemeente is aan te spreken op het project. “Dan verloopt het uitvoeringsproces soepeler en functioneert het Wkb-stelsel vermoedelijk beter.”
Meldpunt
Medio mei is mede onder druk van de Vereniging BWT een meldpunt geopend bij het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO), waar gemeenten en andere partijen signalen uit de praktijk kunnen doorgeven. “We hopen dat er serieus werk van meldingen wordt gemaakt nu ze direct bij het ministerie binnenkomen”, zegt Ankersmit.
Een ander zwak punt van het stelsel is dat de controle op de kwaliteit van de private kwaliteitsborgers onvoldoende is gegarandeerd, stelt Ankersmit. “De cowboys en boefjes die zonder veel moeite een verklaring afgeven worden niet hard genoeg aangepakt. We zien dat er kwaliteitsborgers bij zitten die alleen afgaan op fotomateriaal, dat soms niet eens op het project betrekking heeft. Daar hebben ook de goede kwaliteitsborgers veel last van. Ze verliezen de concurrentie op prijs of zijn genoodzaakt hun kwaliteitsniveau te laten zakken.”
Vereniging BWT adviseert al langer de Duitse systematiek te volgen, waarin de keuze voor de kwaliteitsborger strak is gereguleerd, “maar in Nederland is de vrije markt troef. Dan is het logisch dat initiatiefnemers voor de goedkoopste en minst lastige kwaliteitsborger kiezen. We moeten in kunnen grijpen bij kwaliteitsborgers die de kantjes ervan aflopen.”
Evaluatie
Op dit moment voert adviesbureau Arcadis in opdracht van het ministerie van VRO (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) een landelijke evaluatie uit van de eerste drie jaar Wkb. Hiervoor worden gemeenten, kwaliteitsborgers en aannemers bevraagd. Deze evaluatie is belangrijk voor de verdere politieke besluitvorming over de wet.
Een eerdere motie van de Eerste Kamer in december drong er bij vorig minister Mona Keijzer van VRO op aan de evaluatie uiterlijk in maart naar het parlement te sturen. Keijzer gaf aan dat dit niet haalbaar is. Het evaluatierapport zal pas rond de zomer beschikbaar komen.
Verder zegde Keijzer toe dat de Wkb voorlopig niet zal worden uitgebreid naar complexe bouwwerken en verbouwingen. De kosten hiervoor zijn te hoog in verhouding tot de beoogde kwaliteitsverbetering, aldus de toenmalige minister. Dat is een teken aan de wand voor het ronduit onvoldoende functioneren van het Wkb-stelsel.
Ankersmit hoopt dat de evaluatie eindelijk eens tot actie zal leiden. “Uit eerdere onderzoeken kwam over het algemeen de conclusie uit van ‘Ach, het valt wel mee’. Er zijn zorgen maar ook verbeterpunten. De situatie is helemaal niet zo beroerd. Als dat ook nu weer het geval is, dan verandert er weer niets. Dan is het weer wachten op de zoveelste lijst van kritische Kamervragen aan de minister. Er moet nu wat gebeuren.”
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ziet vooralsnog geen aanleiding om aan de Wkb te tornen. De gemeentekoepel houdt vast aan de gemaakte afspraken met het rijk om de invoering van de Wkb te monitoren en wil de komende evaluatie afwachten.



Geef een reactie