Het kabinet neemt het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over om meer onderzoek te doen naar de verdeling van het gemeentefonds. Ook wordt het huidige ingroeipad voor 2027 en 2028 bevroren, zodat gemeenten meer duidelijkheid en financiële stabiliteit krijgen.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Financiën hebben de Tweede Kamer geïnformeerd over het vervolg van de herziening van het verdeelmodel van het gemeentefonds. Daarbij staat niet de omvang van het gemeentefonds ter discussie, maar de wijze waarop de beschikbare middelen over gemeenten worden verdeeld.
Het verdeelmodel heeft als doel gemeenten een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te bieden, zodat zij een vergelijkbaar voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen een gelijke belastingdruk. Bij de verdeling wordt rekening gehouden met objectieve kostenverschillen tussen gemeenten en met verschillen in hun mogelijkheden om eigen inkomsten te genereren.
Meer tijd voor een beter verdeelmodel
Sinds de invoering van het nieuwe verdeelmodel op 1 januari 2023 wordt gewerkt aan verdere verbetering van de verdeling. Op basis van onderzoeken en adviezen van de ROB en de VNG concluderen de fondsbeheerders dat aanvullende onderzoeken noodzakelijk zijn voordat grotere wijzigingen kunnen worden doorgevoerd.
Volgens de ROB bevatten de onderzochte voorstellen waardevolle inzichten, maar bieden zij nog onvoldoende basis voor een directe aanpassing van het verdeelmodel. Ook de VNG adviseert om voorlopig slechts een beperkt aantal wijzigingen door te voeren en de overige voorstellen nader uit te werken.
Omdat toekomstige onderzoeksresultaten kunnen leiden tot andere herverdeeleffecten, bestaat volgens de fondsbeheerders het risico dat gemeenten op basis van het huidige ingroeipad later opnieuw met tegengestelde financiële effecten worden geconfronteerd. Daarom wordt het advies van de ROB gevolgd om het huidige ingroeipad voor 2027 en 2028 te bevriezen op het niveau van 2026. De bedragen blijven wel meestijgen met de indexatie. Een volgende stap in het ingroeipad wordt voorzien per 1 januari 2029.
Twee beperkte aanpassingen
Per 1 januari 2027 worden wel twee kleine wijzigingen doorgevoerd. De eerste betreft de berekening van huishoudens met een laag inkomen, waarbij voortaan met percentages in plaats van honderdtallen wordt gewerkt. Daarnaast worden de rekentarieven van de onroerendezaakbelasting (OZB) aangepast aan de werkelijke gemiddelde OZB-tarieven.
Volgens het kabinet zorgen deze wijzigingen voor een verdeling die beter aansluit bij de feitelijke situatie, terwijl de financiële effecten voor gemeenten beperkt blijven.




Geef een reactie