De rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat de gemeente Amsterdam een handhaver ten onrechte op staande voet heeft ontslagen. Ook het verzoek van de gemeente om de arbeidsovereenkomst alsnog te ontbinden, is afgewezen. Volgens de kantonrechter heeft de gemeente onvoldoende zorgvuldig gehandeld en waren de opgelegde maatregelen buitenproportioneel.
De werknemer was sinds 2012 in dienst bij de gemeente en werkte als aanvoerder binnen de afdeling Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR). Daarnaast was hij actief binnen de ondernemingsraad (OR). In 2025 ontving de gemeente meldingen van vrouwelijke collega’s over grensoverschrijdend gedrag, waaronder seksueel getinte opmerkingen en ongewenste toenadering.
Vergaand contactverbod
Naar aanleiding daarvan startte Bureau Integriteit een onderzoek. Terwijl dat onderzoek liep, werd de werknemer geschorst. Daarbij kreeg hij een vergaand contactverbod opgelegd: hij mocht geen contact meer hebben met collega’s, geen gemeentelijke gebouwen betreden en geen OR-werkzaamheden meer verrichten. Toen de gemeente later constateerde dat hij toch contact had gehad met een collega, OR-vergaderingen had bijgewoond en een opleiding had gevolgd, werd hij op staande voet ontslagen.
De rechter vindt dat de schorsing en het contactverbod te ver gingen. Op het moment van de schorsing liep het onderzoek al maanden en waren de meeste gesprekken met melders al gevoerd. De gemeente kon volgens de rechter onvoldoende uitleggen waarom het noodzakelijk was de werknemer volledig van de werkvloer te weren.
Daarbij speelde mee dat de werknemer als OR-lid wettelijke bescherming genoot. Een werkgever mag een OR-lid niet zonder toestemming van de rechter verhinderen zijn medezeggenschapswerk uit te voeren. Toch had de gemeente hem dat wel verboden. Omdat het contactverbod onterecht was opgelegd, kon overtreding daarvan volgens de rechter ook geen dringende reden vormen voor ontslag op staande voet.
Ook het integriteitsonderzoek zelf levert volgens de rechtbank onvoldoende grond op voor ontslag. De meldingen hadden betrekking op gebeurtenissen die zich over meerdere jaren hadden voorgedaan. Veel melders hadden destijds geen officiële klacht ingediend en verschillende verklaringen waren gebaseerd op wat anderen hadden verteld. Bovendien bleek uit het dossier dat binnen het team een informele cultuur heerste waarin regelmatig dubbelzinnige grappen werden gemaakt.
Ongepast gedrag
De rechter benadrukt dat bepaald gedrag van de werknemer niet altijd gepast was. Toch kan hem daarvan volgens de rechtbank geen zwaar verwijt worden gemaakt. De gemeente had hem jarenlang nauwelijks op zijn gedrag aangesproken en had in 2025 zelfs een verbetertraject met hem afgesproken zonder de meldingen over grensoverschrijdend gedrag daarin mee te nemen.
Volgens de rechtbank is er ook geen sprake van een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer mag daarom terugkeren naar zijn werk. De gemeente moet daarnaast het achterstallige salaris betalen, inclusief een eerder ingehouden schadevergoeding van ruim € 17.500, en de proceskosten vergoeden.




Geef een reactie