De Afdeling advisering van de Raad van State heeft kritiek op het ontwerpbesluit dat regels moet stellen voor ontheffingen op het vuurwerkverbod voor particulieren. Volgens de Afdeling schiet het voorstel tekort op het gebied van veiligheid, lokale binding en handhaving.
Met de Wet veilige jaarwisseling wordt vanaf de jaarwisseling 2026-2027 een algemeen vuurwerkverbod voor particulieren ingevoerd. De wet biedt echter de mogelijkheid om onder voorwaarden een uitzondering te maken. Burgemeesters kunnen een ontheffing verlenen aan verenigingen of stichtingen die georganiseerde vuurwerkactiviteiten willen verzorgen. Het ontwerpbesluit bevat de regels voor deze ontheffingen.
Te weinig waarborgen voor veiligheid
Het ontwerpbesluit stelt onder meer eisen aan de aanvrager, de locatie, de personen die het vuurwerk afsteken en de afsteektijden. Personen die vuurwerk afsteken moeten minimaal 18 jaar zijn en een vergunninghouder mag maximaal 200 kilogram vuurwerk aanschaffen. De regering kiest ervoor om gemeenten veel ruimte te geven bij de uitvoering en legt daarom relatief weinig regels vast.
De Afdeling advisering plaatst vraagtekens bij deze laagdrempelige toegang tot ontheffingen. Volgens de Raad van State staat dit op gespannen voet met het doel van de wet: het bevorderen van een veilige jaarwisseling door middel van een algemeen vuurwerkverbod. Daarnaast kan een beperkte regulering leiden tot uitvoerings- en handhavingsproblemen.
Een belangrijk aandachtspunt betreft het ontbreken van landelijke veiligheidsnormen. Het ontwerpbesluit schrijft geen minimale veiligheidsafstand voor tussen het vuurwerk en het publiek en laat deze afweging over aan de burgemeester. Volgens de Afdeling ligt het voor de hand om dergelijke afstanden wel landelijk vast te leggen, zodat veiligheidsrisico’s beter worden beheerst en gemeenten beschikken over duidelijke kaders.
Lokale binding en handhaving
Ook ontbreekt een eis dat een vereniging of stichting een aantoonbare band heeft met de gemeente waar de ontheffing wordt aangevraagd. Volgens de Afdeling past dit niet bij de bedoeling van de wetgever, die juist uitgaat van lokale dorps- en buurtverenigingen. Zonder deze voorwaarde zouden landelijke organisaties op grotere schaal ontheffingen kunnen aanvragen en vuurwerk kunnen inkopen.
Daarnaast wijst de Raad van State op onzekerheden rond de handhaving. Gemeenten geven aan dat boa’s tijdens de jaarwisseling vaak beperkt inzetbaar zijn vanwege de veiligheidssituatie. Het ontwerpbesluit maakt volgens de Afdeling onvoldoende duidelijk hoe toezicht en handhaving in de praktijk worden georganiseerd.
De Afdeling advisering concludeert daarom dat het ontwerpbesluit op meerdere punten moet worden aangepast en adviseert de regering het besluit niet vast te stellen voordat deze bezwaren zijn weggenomen.




Geef een reactie