Het kabinet heeft in een brief aan de Tweede Kamer uitgebreid gereageerd op de initiatiefnota stoppen geweld tegen vrouwen van Kamerlid Hanneke van der Werf van september vorig jaar. Een ding staat vast, bestrijding en het voorkomen van geweld tegen vrouwen is ‘hoogstnoodzakelijk’.
In de initiatiefnota van 12 september 2025 onderbouwt Van der Werf, samen met Becker, Mutluer en Bruyning niet alleen het probleem, maar komen zij ook met maatregelen die moeten helpen het geweld tegen vrouwen te stoppen. Maatregelen die ervoor moeten zorgen dat vrouwen beschermd zijn achter de voordeur, bescherming krijgen in de hulpverlening, en beschermd worden bij de rechtbank. In de Kamerbrief van 15 juni jl. gaan minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport Mirjam Sterk en minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel, in op de voorgestelde maatregelen.
Zij onderschrijven meteen aan het begin van hun brief het grote belang om geweld tegen vrouwen te voorkomen en te bestrijden. Het kabinet heeft eerder al gezegd dat het een Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld wil aanstellen. Deze coördinator zal aan de slag gaan met een Nationaal Actieplan geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Dit moet leiden tot een betere coördinatie en samenhang in de gezamenlijke aanpak.
Beschermd achter de voordeur
De twee ministers gaan vervolgens in op het grote pakket voorgestelde maatregelen uit de initiatiefnota. Hieronder een greep uit de maatregelen. Zo pleiten de Kamerleden onder meer voor een hogere frequentie van huisbezoeken bij een vermoeden van huiselijk geweld. Daarbij moeten alle gezinsleden altijd afzonderlijk worden gesproken. Ook moet er onderzoek worden gedaan naar het onderliggende patroon van geweld. Sterk en Van Weel onderschrijven dit. Wel vergt het volgens de ministers gedegen kennis en expertise van alle betrokken professionals. Vroegtijdig en intensief samenwerken tussen alle betrokken instanties kan daarnaast sneller zorgen voor een gezamenlijk beeld. Ook kunnen de vervolgacties dan beter op elkaar worden afgestemd.
Geen meldplicht
Het kabinet is het daarentegen niet eens met het advies een wettelijke meldplicht van huiselijk geweld te ontwikkelen voor onderwijs- en zorgprofessionals. ‘Professionals moeten bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling al in actie komen’, staat in de Kamerbrief. De verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, die in 2019 voor het laatst is aangescherpt, ondersteunt de professionals voldoende om de juiste afweging te maken bij signalen of vermoedens van onveiligheid. Bij de invoering en wijziging van de meldcode is expliciet niet gekozen voor een meldplicht. Die zou volgens het kabinet niet bijdragen aan daadwerkelijk betere hulp en bescherming van het kind en het gezin.
Een regisseur per casus
Een andere maatregel die moet zorgen voor betere bescherming achter de voordeur is één regisseur per casus. Die moet dan de mogelijkheid krijgen om doorbraken te forceren. Ook zouden er knelpunten moeten worden verwijderd uit de informatie-uitwisseling tussen instanties. Verder moeten signalen en meldingen gebundeld worden. De Kamerleden dringen ook aan op een Nederlandse versie van Clare’s law. Die biedt slachtoffers informatie op het moment dat er sprake is van een veiligheidsrisico.
Bescherming in de hulpverlening
De initiatiefnemers pleiten verder voor kennisgroei over huiselijk geweld, intieme terreur en femicide bij hulpverleners en alle juridische professionals. Ministers Sterk en Van Weel onderschrijven dit. ‘Goede kennis en duidelijke handelingsperspectieven ten aanzien van huiselijk geweld en kindermishandeling in den brede, waaronder dwingende controle en andere risico’s op femicide, zijn cruciaal voor vroegtijdige signalering’. Daarom heeft het kabinet afgelopen periode onder meer geïnvesteerd in het verstevigen van de positie van Veilig Thuis als landelijk expertisepunt.
Ook is er in september 2025 een traject gestart om de deskundigheid te versterken van professionals bij zorg- en straforganisaties, waaronder de vrouwenopvang, politie en het OM. Zij leren geweld tegen vrouwen beter herkennen en tijdig te signaleren en kunnen zo erger voorkomen. Hier ligt een basis om op voort te bouwen.
Beschermd bij de rechtbank
Er zouden ook vaker ouderschapscursussen voor de pleger ingezet kunnen worden, wanneer er sprake is geweest van huiselijk geweld. Dat beaamt het kabinet. Het is volgengs de verantwoordelijk ministers belangrijk dat plegers de benodigde hulp krijgen om hun gedrag te veranderen. Welke vorm van hulp het beste aansluit, verschilt per situatie en vraagt om maatwerk. De pleger kan zich vrijwillig aanmelden of worden doorverwezen naar hulp. In de loop van 2026 start een verkenning naar de manier waarop het hulpaanbod voor plegers in het vrijwillig kader kan worden vergroot en versterkt. Je kunt alleen niet afdwingen dat de pleger hulp aanneemt of ergens anders verblijft. Dat kan alleen binnen een gedwongen kader.
De ministers Sterk en Van Weel blijven zich samen met gemeenten en alle betrokkenen hard inzetten voor de bestrijding en het voorkomen van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. ‘Dat is hoogstnoodzakelijk.’




Geef een reactie