Het persoonsgebonden budget (pgb) bestaat inmiddels dertig jaar en blijft volgens minister Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport een belangrijk instrument voor keuzevrijheid, maatwerk en eigen regie in de zorg. Tegelijkertijd ziet het kabinet dat het systeem onder druk staat door toenemende complexiteit, administratieve lasten en risico’s op oneigenlijk gebruik en fraude.
In een brief aan de Tweede Kamer schetst de minister de koers voor de komende jaren.
Bewuste keuze
Het pgb moet weer nadrukkelijk een bewuste keuze voor eigen regie worden en het werkgeverschap van budgethouders moet worden vereenvoudigd. Daarnaast investeert het kabinet in de verdere ontwikkeling van het digitale systeem PGB2.0.
Volgens de minister kiezen mensen niet altijd bewust voor een pgb. Soms worden zij daartoe aangezet door familieleden, zorgverleners of wooninitiatieven die uitsluitend pgb-gefinancierde zorg aanbieden. Daardoor komt het voor dat budgethouders onvoldoende in staat zijn om zelf de regie te voeren over hun zorg en financiën. Dit vergroot volgens het kabinet de kans op zorg van onvoldoende kwaliteit, misbruik van budgetten en zorgfraude.
Het kabinet wil daarom terug naar de oorspronkelijke bedoeling van het pgb: een instrument voor mensen die hun zorg zelfstandig willen én kunnen organiseren. Daarbij wordt gekeken naar strengere eisen rond eigen regie en vertegenwoordiging. Tegelijkertijd moet er voldoende passend aanbod van zorg in natura beschikbaar zijn voor mensen voor wie een pgb minder geschikt is. Zorgkantoren onderzoeken hiervoor onder meer mogelijkheden om kleinschalige wooninitiatieven collectief te contracteren.
Werkgeverschap
Een tweede aandachtspunt is het werkgeverschap van budgethouders. Ongeveer 14.500 budgethouders zijn werkgever van hun zorgverleners. Veranderingen in het arbeidsrecht maken deze rol steeds ingewikkelder. In sommige gevallen botsen arbeidsrechtelijke verplichtingen zelfs met de regels van het pgb. Daarom starten de ministeries van VWS en SZW een gezamenlijk onderzoek naar oplossingen die zowel de positie van budgethouders als die van zorgverleners verbeteren. De Kamer wordt hierover eind 2026 geïnformeerd.
Het kabinet gaat door met de uitrol van PGB2.0. In 2026 worden stapsgewijs nieuwe gemeenten aangesloten op het systeem. Het digitale portaal moet budgethouders, zorgverleners en uitvoerders beter ondersteunen en bijdragen aan meer inzicht, minder administratieve lasten en een betere controle op de besteding van zorggelden.
Ook gaat de minister in op de tarieven voor informele zorg binnen het sociaal domein. Na recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep staat vast dat gemeenten voor hulp vanuit het sociale netwerk het wettelijk minimumloon mogen hanteren. Voor zorgverleners met een relevante opleiding of langdurige praktijkervaring acht het kabinet een hoger tarief wenselijk. Gemeenten worden opgeroepen hiermee rekening te houden bij hun tariefbeleid.




Geef een reactie