Veel woningen in Nederland worden verduurzaamd met subsidies, leningen en andere vormen van overheidssteun. Toch is extra inzet nodig om de doelstelling van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP, 2022) te halen: 2,5 miljoen geïsoleerde woningen in 2030.
Daarom werkt het kabinet aan aanvullende maatregelen, zoals het Energiehuis en versnelling op de korte termijn via het Isolatieoffensief. In een brief aan de Tweede Kamer roept minister Boekholt-O’Sullivan partijen op om samen voortgang te boeken en huishoudens sneller te helpen hun energierekening te verlagen. Daarbij ligt de focus op maatregelen die de verduurzamingstrajecten vlotter laten verlopen. De rijksoverheid neemt hierin de regie en werkt samen met betrokken partners aan standaardisatie en goede ondersteuning voor mensen die dat nodig hebben. Zo wordt de verduurzaming van woningen en gebouwen versneld.
Het kabinet heeft deze lente € 300 miljoen vrijgemaakt voor versnelde isolatie. Dit gebeurt via de aanpak van energiearmoede, de subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE) en het Nationaal Warmtefonds. Daarvan is € 80 miljoen bestemd voor extra inzet van energiecoaches, energiefixers en het Energiehuis. Daarnaast is € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor de aanpak van energiearmoede in de gebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV).
Doorpakken
De lokale aanpak van het NIP bereikt steeds meer huishoudens. Gemeenten ondersteunen eigenaar-bewoners en vve’s met subsidies, begeleiding en ontzorging bij het verduurzamen van hun woning. Sinds de start van het NPLV in 2022 tot en met de zomer van 2025 zijn circa 62.500 huishoudens in de NPLV-gebieden geholpen bij energiebesparende maatregelen.
De minister benadrukt dat er moet worden doorgepakt, zeker in wijken waar energiearmoede groot is en de isolatie-aanpak nog achterblijft. Daar is extra ondersteuning beschikbaar via een versnellingsteam. Door samenwerking met banken, wijkorganisaties en uitvoerders, en door proactieve communicatie, kan de aanpak verder worden versneld.
Met de aanvullende € 15 miljoen kunnen bewoners met een smalle beurs in de 20 NPLV-gebieden extra worden geholpen bij verduurzaming en het verlagen van hun energieverbruik. Denk aan huisbezoeken door energiecoaches en energiefixers, die direct advies geven en eenvoudige maatregelen uitvoeren, zoals radiatorfolie, energiedisplays en vloer- en spouwmuurisolatie. In de afgelopen 1,5 jaar zijn in de NPLV-gebieden circa 27.500 huishoudens ondersteund. Ook zijn bijna 8.500 sociale huurwoningen energetisch verbeterd.
Meer aanvragen en leningen
Steeds meer huishoudens maken gebruik van subsidies en financiering om hun woning te isoleren. Het aantal ISDE-aanvragen steeg van 97.000 in 2022 naar 212.000 in 2025. Ook het Nationaal Warmtefonds verstrekte meer leningen: van 15.000 in 2022 naar 31.000 in 2025. De aanvragen voor SVVE namen toe van 558 in 2023 naar 673 in 2025. In de sociale huursector zijn eveneens grote stappen gezet: het aantal woningen met energielabel E, F of G daalde van circa 247.000 medio 2022 naar circa 115.000 in 2025.
Versnelling is nodig
Ondanks deze vooruitgang blijft versnelling nodig. Veel huishoudens weten nog niet goed waar zij moeten beginnen en niet overal lopen gemeenten en woningcorporaties even ver. Vooral huishoudens met een koopwoning in een kwetsbare financiële positie, particuliere huurders en vve’s blijven achter. Het Energiehuis en het Isolatieoffensief moeten deze knelpunten helpen aanpakken en de verduurzaming verder versnellen.
Het Energiehuis moet het voor mensen eenvoudiger maken om hun woning of gebouw te verduurzamen. Zij kunnen straks op één plek terecht voor duidelijke informatie, advies en ondersteuning. Deze digitale hulp wordt aangevuld met maatwerk vanuit gemeenten, bijvoorbeeld via energiecoaches, experts en energiefixers. Op termijn richt het Energiehuis zich niet alleen op woningeigenaren, maar ook op het mkb en maatschappelijk vastgoed.
Het Isolatieoffensief is bedoeld om de verduurzaming van woningen en gebouwen te versnellen. Door slimmere samenwerking tussen Rijk, gemeenten en financiële instellingen moeten woningeigenaren sneller worden bereikt en vaker gebruikmaken van het aanbod. Gemeenten krijgen bovendien extra ondersteuning in de vorm van kennis, praktische hulpmiddelen en bewezen werkwijzen, zodat zij huishoudens beter kunnen helpen via de lokale aanpak van het NIP.




Geef een reactie