De voorzieningenrechter van rechtbank Oost-Brabant wees op 19 juni een verzoek af om de bouw van een tijdelijk asielzoekerscentrum aan de Boekelsedijk in Uden stil te leggen. De belangenafweging valt uit in het voordeel van het COA en de gemeente Maashorst.
Het nijpende tekort aan opvangplekken in Nederland geeft daarbij de doorslag. De tijdelijke opvang in een hotel in Uden eindigt per 1 oktober: zowel de vergunning als het huurcontract lopen dan af en er is geen alternatief beschikbaar.
Te laat ingediend, bouw al ver gevorderd
Omwonenden dienden hun verzoek pas in op 3 juni 2026, terwijl de omgevingsvergunning al op 10 februari was verleend. Tegen die tijd waren al twee van de acht woongebouwen, het kantoorgebouw en het voorzieningengebouw gerealiseerd. De voorzieningenrechter stelt dat omwonenden niet hebben geprobeerd de bouw te voorkomen.
COA bouwde vóór onherroepelijke vergunning
Het COA startte de bouw voordat de vergunning onherroepelijk was. De rechter benoemt dit nadrukkelijk: het COA draagt daarmee zelf het risico als de bodemprocedure de vergunning op 8 september vernietigt.
Verkeersveiligheid erkend, maar buiten scope
Omwonenden wezen op concrete incidenten met bouwverkeer. De rechter erkent die zorgen, maar de verkeersvoorschriften zijn vastgelegd in een aparte technische bouwvergunning die niet ter toetsing voorlag. Wel deed het COA ter zitting de toezegging alsnog een brief te sturen met contactgegevens voor het melden van incidenten — omwonenden bleken die nooit te hebben ontvangen.
Bodemprocedure op 8 september
De meervoudige kamer van dezelfde rechtbank behandelt alle beroepen tegen de omgevingsvergunning op 8 september 2026, nog vóór de geplande opening op 1 oktober. Een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van de vergunning volgt dan.




Geef een reactie