De helft van de statushouders die in 2022 is gestart met een inburgeringstraject, heeft dit binnen drie jaar voltooid. Ze hebben dan een taalniveau bereikt, waarin ze zich in meer of mindere mate kunnen redden in de Nederlandse maatschappij. Dat maakt de weg naar werk en integratie makkelijker.
De Nederlandse taal is voor statushouders niet alleen verplicht om te leren, maar ook een belangrijke opstap naar werk of studie. Zeker voor mensen die het lukt de B1-leerroute af te ronden, groeit de kans op arbeidsdeelname. Maar ook voor mensen die op A-niveau de Nederlandse taal leren, is het van belang om zo mee te kunnen doen in de samenleving.
Verplicht inburgeren
In 2022 werden onder de Wet Inburgering 2021 in totaal 22,9 duizend mensen inburgering plichtig, waarvan 17,2 duizend statushouders en 5,7 duizend gezins- en overige migranten, blijkt uit recente cijfers van het CBS.Voor 4,9 duizend statushouders is destijds door gemeenten een Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) opgesteld. Daarvan rondde 2,4 duizend van hen (49 procent) de inburgering succesvol binnen 3 jaar af. Van de 3,1 duizend gezins- en overige migranten lukte het 36 procent om de Nederlandse taal leren en stappen te zetten om mee te draaien in de maatschappij. Deze laatste groep is grotendeels zelf verantwoordelijk voor de inburgering.
Leerroutes op maat
Voor iedere migrant die in Nederland mag blijven, maakt de gemeente waar diegene woont een inburgeringstraject op maat. Daarbij kunnen gemeenten kiezen uit verschillende leerroutes. Mensen met een asielstatus volgen meestal de B1-route (62 procent). Zij combineren het leren van de Nederlandse taal zoveel mogelijk met betaald of vrijwilligerswerk. Daarnaast volgt bijna een op de drie de Z-route, die zich met een eenvoudiger taalniveau richt op zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving. Ook is er nog de Onderwijsroute (6 procent), waarmee deelnemers in kunnen stromen in het MBO, HBO of WO. Statushouders die de Onderwijsroute volgen, zijn vaker binnen drie jaar klaar met inburgeren (60 procent) dan statushouders die de B1-route (51 procent) of Z-route (44 procent) volgen.
Meepraten en mening geven
Voor statushouders die in 2022 instroomden en eind 2025 voldaan hadden aan de inburgeringsplicht geldt dat bijna de helft (45 procent) alle taalexamens op B1- en/of B2-niveau haalde. Zij redden zich nu goed in het Nederlands omdat ze ervaringen en gebeurtenissen, recent en van vroeger, kunnen beschrijven. Ook kunnen ze meepraten over tal van actuele en historische thema’s en daarbij hun mening geven. Ruim drie kwart (76 procent) heeft taalexamens gehaald op tenminste taalniveau A2. Deze mensen kunnen eenvoudig Nederlands taalgebruik begrijpen en gesprekken voeren over alledaagse zaken.
Aan het werk vanuit een AZC
Van de statushouders die in 2022 inburgering plichtig werden, is inmiddels 43 procent aan het werk gegaan nadat ze op een vaste plek in een gemeente zijn komen wonen. Voor personen die de B1-route volgen, is dit 50 procent. Het COA, VNG en UWV proberen nu gezamenlijk het moment vervroegen, waarop asielzoekers aan het werk mogen en kunnen. ‘AZC-bewoners kunnen met de juiste begeleiding makkelijker aan het werk komen, zodat arbeidspotentieel beter benut wordt’, zo concluderen de drie samenwerkende organisaties.
De arbeidsmarkt kampt in nagenoeg alle sectoren met krapte, stellen COA, UWV en VNG. Iedereen is hard nodig. Daarnaast helpt werken de AZC-bewoners enorm bij het opbouwen van een netwerk, het Nederlands leren en een snellere integratie sneller in onze samenleving. Een gebrek aan ondersteuning en regie tussen alle betrokken partijen vormt tot nu toe voor veel azc-bewoners vaak een belemmering om te kunnen werken. In pilots in Eindhoven, Zaanstad en Nijmegen, is over een periode van 1,5 jaar onderzocht hoe AZC-bewoners het best ondersteund kunnen worden. Er is gekeken naar zowel de samenwerking tussen COA, gemeenten en UWV als naar de begeleiding van deze werkzoekenden. Ook is onderzocht hoe deze pilots landelijk kunnen worden opgeschaald.
Bevindingen pilots
Het COA, VNG en UWV zijn positief over het kabinetsplan om de komende vier jaar 75.000 meer statushouders en asielzoekers aan werk te helpen. Op basis van de succesvolle pilots zien de partijen veel mogelijkheden voor landelijke opschaling. Die zou kunnen verlopen via de regionale Werkcentra en levert zowel maatschappelijke als financiële voordelen op, zoals een hogere arbeidsparticipatie, hogere belastinginkomsten en snellere integratie. Gemeenten zouden hier de regie over moeten voeren, omdat zij thuis zijn in het sociale domein en de lokale en regionale arbeidsmarkt goed kennen, aldus de drie partijen die aan de pilots hebben gewerkt.
Uit de pilots blijkt verder dat veel azc-bewoners enthousiast zijn over werk, zowel de asielzoekers als de nog niet gehuisveste statushouders. Om de bewoners te motiveren de stap naar werk te zetten, is het wel belangrijk hen goed te informeren over werkregels- en procedures. Ook is het van belang ze informatie te geven over de Nederlandse arbeidsmarkt en de (werk)cultuur. Het UWV heeft zich tijdens de pilots hard ingezet om werkgevers te enthousiasmeren, ontzorgen en ondersteunen. Daarbij is ook gezegd dat werkgevers oog moeten hebben voor de onzekerheid en onwetendheid van azc-bewoners, en voor extra begeleiding op de werkvloer. Zo blijven de azc-bewoners duurzaam aan het werk.





Geef een reactie