De VNG is kritisch op de achterblijvende ontwikkeling van het nog weinig gebruiksvriendelijke DSO. Samen met provincies en waterschappen trekt de gemeentekoepel bij de Tweede Kamer aan de bel. Tijdens een recent Kamerdebat belooft minister Boekholt-O’Sullivan beterschap.
Vanaf de komst van het DSO zijn de verwachtingen onder gemeenten, provincies en waterschappen hooggespannen. Digitalisering kan hen helpen de grote opgaven van vandaag, zoals de woningnood, de energietransitie, klimaatadaptatie en natuurherstel te versnellen, schrijven ze in de brandbrief aan het parlement.
Het DSO brengt de regels van alle overheden op één digitaal platform bij elkaar en maakt zo de samenhangende keuzes mogelijk die deze opgaven vergen.
Maar vooralsnog draagt de digitalisering bar weinig bij aan de maatschappelijke doelen, stelt de VNG samen met de overheidskoepels IPO en Unie van Waterschappen. Twee jaar na invoering van de wet is het basisniveau van het DSO nog altijd ver uit zicht.
Daarnaast voldoet het DSO niet aan de verwachtingen van gebruikers en biedt het niet de dienstverlening die nodig is om bij te dragen aan het realiseren van de grote opgaven, aldus de decentrale koepelorganisaties.
In plaats van sneller en makkelijker is de vergunningaanvraag via het Omgevingsloket onder de Omgevingswet juist ingewikkelder geworden. Gemeente.nu berichtte hier recent al over. Beslistermijnen bij gemeenten worden overschreden.
Gebruiksgemak
Van het beoogde gebruiksgemak via het DSO is geen sprake. Met name het gebruik van de viewer Regels op de kaart en de Vergunningcheck blijft een zorgpunt voor gemeenten en de medeoverheden.
De grote hoeveelheid te beantwoorden vragen in zowel de Vergunningcheck als de vergunningaanvraag werpen voor veel initiatiefnemers een drempel op. Ook sluit de gebruikte terminologie vaak niet aan bij hun belevingswereld, waardoor niet makkelijk is te zien voor welke activiteiten een vergunning nodig is.
Nog een kritiekpunt is dat de inhoud van de populaire BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) niet zichtbaar is in het Omgevingsloket, zodat burgers en bedrijven niet weten wat er ten opzichte van het tijdelijke omgevingsplan precies is veranderd.
Een aantal wethouders uitte eerder dit jaar exact dezelfde kritiek op Gemeente.nu over de voortgang na twee jaar Omgevingswet. Dagelijks ondervinden zij de perikelen van de nog onvolwassen digitalisering onder de Omgevingswet.
Kamerdebat
De forse kritiek vanuit de VNG en de twee andere koepels kwam aan bod tijdens een recent Kamerdebat. Op de agenda stond het in maart gepresenteerde reflectierapport ‘Werk aan de winkel’ van de Evaluatiecommissie Omgevingswet.
De veelzeggende titel van dit rapport bevestigt de kritiek van de overheidskoepels dat de Omgevingswet-digitalisering nog aan alle kanten rammelt en het functioneren van het nog immer weinig gebruiksvriendelijke DSO onder de maat is.
Tweede Kamerlid Tom Russcher (Forum voor Democratie) constateert dat de kosten voor de overheidsbrede invoering van de Omgevingswet, inclusief het DSO, is opgelopen tot inmiddels zo’n 3 miljard euro. “Aanvragers krijgen daar een digitaal systeem voor terug dat onnavigeerbaar is en waarvoor ze zelfs een adviseur in moeten schakelen, om te kunnen begrijpen wat ze op hun eigen perceel mogen doen.”
D66-kamerlid Robert van Asten wijst erop dat de wachtrij bij gemeenten door de vele foutieve aanvragen compleet verstopt is. “Het gevolg is dat initiatiefnemers eindeloos lang moeten wachten op een besluit op hun vergunningaanvraag.”
Van minister Eleanor Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) willen de Kamerleden weten welke concrete stappen zij gaat nemen om het DSO te verbeteren en gebruiksvriendelijker te maken.
Complexiteit
Boekholt-O’Sullivan zegt ook zelf aan een gebruiksvriendelijk DSO te hechten, “Gebruiksgemak is van groot belang. Dat geldt ook voor de bevoegde gezagen die goed met het DSO moeten kunnen werken. Er blijft altijd ruimte voor verbetering. Samen met de medeoverheden werken we daar elke dag aan.”
Volgens de minister zijn er juist grote verbeteringen behaald met de inhoudelijke informatie die de overheden gezamenlijk via het DSO ontsluiten. Als voorbeeld noemt ze het gebruik van vragenbomen om zo de juridische taal naar eenvoudig Nederlands te overbruggen. “Daarmee wordt het systeem toegankelijker en begrijpelijker voor degenen die ermee moeten werken.”
Wel wil de minister kwijt dat, juist doordat alles nu door het Rijk en medeoverheden in het DSO is samengebracht, pas écht duidelijk wordt hoe groot de opgave is. “Nu alles op één plek zichtbaar is, zien we ook hoe omvangrijk de hoeveelheid en de complexiteit van de regelgeving is.”
Met dat gegeven moet wel rekening worden gehouden bij het verder op gang krijgen van het DSO, wil Boekholt-O’Sullivan maar zeggen.
Tweemaal een rode vlag
D66-Kamerlid Van Asten is ontevreden met de nietszeggende antwoorden van de minister. De Evaluatiecommissie heeft nu immers tweemaal een rode vlag bij het DSO geplaatst. Ook wachten honderden vergunningaanvragen op uitsluitsel.
Van Asten herhaalt: “Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat gebruikers wel beter door het DSO komen? Ik neem aan dat de minister bij een volgend evaluatierapport een beter rapportcijfer wil krijgen.”
Boekholt-O’Sullivan erkent dan toch dat er verbeteringen nodig zijn en zegt toe dat het kabinet gemeenten nog intensiever gaat ondersteunen. Ze wil alleen op de officiële reactie van het kabinet op het commissierapport wachten voordat ze concrete maatregelen noemt.
In de kabinetsreactie, die een week later volgt, kondigt Boekholt-O’Sullivan aan dat ze in het najaar met de medeoverheden om de tafel wil over de acties ‘die nog nodig zijn om de volgende stappen te zetten om de verbetering van het DSO te vergroten. Samenspel met de bestuurlijke partners is hierin nodig.’
Concreter wordt het niet, maar de minister zegt toe de overheden in land onverminderd te blijven ondersteunen door experts in de regio en het bieden van kennissessies en werkplaatsen. Dat zijn echter al bestaande initiatieven.
Deadline van 2032
Net als haar voorganger Mona Keijzer wil Boekholt-O’Sullivan overigens niet tornen aan de deadline van 2032, wanneer gemeenten één integraal gebiedsdekkend omgevingsplan moeten hebben.
Een aantal Kamerleden drong daar in het debat op aan, mede omdat de VNG aangeeft aan dat de transitietermijn voor het omgevingsplan bij gemeenten stevig onder druk staat.
Boekholt-O’Sullivan verwacht echter dat het wel goed komt, als gemeenten het instrument steeds meer gaan toepassen en daar ervaring mee krijgen. Wel roept ze de gemeenten op zich er onverminderd voor in te zetten om de deadline van 2032 te halen.




Geef een reactie