Voor gemeenten die nog ploeteren met het omgevingsplan is vorig jaar leer-werktraject SPRONG gelanceerd. Intensieve samenwerking en harmonisatie moeten de complexiteit van het omgevingsplan behapbaar maken. Deelnemers zijn positief, maar er is ook kritiek.
SPRONG is een initiatief van de VNG en staat voor ‘Samen Bouwen met Partners in Regio’s aan Omgevingsplannen in Nederlandse Gemeenten’. Wat meteen de insteek uitlegt: niet zelf het wiel uitvinden maar profiteren van de expertise en ervaringen bij collega-gemeenten en ketenpartners, zoals de omgevingsdienst.
Door bijvoorbeeld samen uniforme ‘ruwbouwregels’ voor het omgevingsplan op te stellen (in de basis voor 80 procent overal hetzelfde), kunnen gemeenten makkelijke aan de slag en bovendien kostbare en schaarse capaciteit besparen.
Harmonisatie is immers geboden. De meeste gemeenten vinden het ontzettend complex om aan de slag te gaan met het omgevingsplan en de juiste structuur en systematiek voor dit nieuwe allesomvattende instrument te vinden. Het schrijven van omgevingsplanregels is bovendien compleet anders dan het opstellen van planregels voor het vroegere bestemmingsplan.
Het maken van bestemmingsplanregels werd in het verleden bovendien vaak uitbesteed aan stedenbouwkundig bureaus. Dat maakt de nieuwe taak om omgevingsplanregels op te stellen extra lastig, want gemeenten hebben zelf weinig kennis meer in huis.
Leer-werktraject
Daarom is SPRONG opgezet als leer-werktraject, om ambtenaren op te leiden tot heuse omgevingsplanexperts met voldoende bagage om planregels te schrijven en te annoteren: het digitaal ‘labelen’ van regels of teksten met metadata in de plansoftware.
Door omgevingsdocumenten te annoteren worden locaties en werkingsgebieden beter doorzoekbaar in de viewer Regels op de Kaart op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Menig gemeente struikelt hier in de praktijk nog over.
Noord-Brabant
Volgens de VNG en ook de deelnemers zelf was het eerste SPRONG-project in Noord-Brabant zonder meer succesvol. Het deelnemersveld groeide in korte tijd uit naar 24 van de 56 Brabantse gemeenten. Ook waren drie omgevingsdiensten, drie veiligheidsregio’s en drie GGD’en van de partij. De provincie trad als financier op.
Begin van dit jaar is de complete ‘milieuregelset SPRONG Noord-Brabant’ opgeleverd en online gezet, met kant-en-klare regels voor thema’s als water, bodem, bouwveiligheid en gezondheid.
Overigens met de kanttekening dat geen enkele gemeente de regelset kan gebruiken zonder een toetsing aan de milieueffecten. Voordat een gemeente de regels in het omgevingsplan kan opnemen, is bijna altijd een mer-beoordeling of zelfs een volledige milieueffectrapportage (mer) nodig.
Er is dus nog heel veel huiswerk nodig, voordat een gemeente de SPRONG-regelset ook daadwerkelijk kan verwerken.
Hoe het ook zij. Een RO-jurist bij een kleine gemeente in Oost-Brabant is in elk geval positief: “SPRONG levert de blokken aan voor het opbouwen van een omgevingsplan. Voor ons is dat aantrekkelijk. In ons eentje kunnen we dit eigenlijk niet voor elkaar krijgen”, zei hij tijdens een recent webinar van de VNG begin juni over het project in Noord-Brabant.
De gesprekken met andere gemeenten waren erg nuttig, vervolgt hij. “Bij ons heeft dit ertoe geleid dat we andere en betere keuzes hebben gemaakt in de structuur van ons omgevingsplan. Sommige deelnemers hebben de structuur zelfs helemaal omgegooid.”
Al heeft SPRONG zijn gemeente niet gebracht wat gehoopt was. “Ons omgevingsplan is nog lang niet af. Wel heeft het voor een vliegwieleffect gezorgd. Het leeft nu meer binnen de organisatie.”
Pionieren
Voor veel gemeenten is het omgevingsplan nog pionieren geblazen, vulde de projectleider SPRONG bij de VNG tijdens het webinar aan. “Gemeenten weten nog lang niet alles wat ze moeten weten. Ook zijn er grote verschillen tussen gemeenten.”
De VNG richt zich nu op de verdere uitrol van SPRONG. In maart is de regio Overijssel aangehaakt met 21 van de 25 gemeenten.
Rijkelijk laat
Vanuit het veld klinkt de kritiek door dat de VNG rijkelijk laat met SPRONG is gekomen. Een aantal gemeenten is al veel verder. Ze hebben eigen omgevingsplan-teams ingericht of zijn al onderlinge regionale samenwerkingen aangegaan.
Voor deze groep gemeenten komt SPRONG als mosterd na de maaltijd. “Deelname biedt weinig toegevoegde waarde, doordat het vliegwieleffect al aanwezig is in onze organisatie en onze medewerkers bekend zijn met het omgevingsplan’, laat een omgevingsplan-projectleider van een gemeente desgevraagd weten.
SPRONG is daarmee vooral interessant voor gemeenten die nog zoekende zijn. Dat is nog wel de overgrote meerderheid.
Verlammend
Saillant is dat er bij de komst van de Omgevingswet door de makers ervan juist hard werd geroepen dat elke gemeente er behoefte aan zou hebben, om het omgevingsplan volledig zelf in te richten.
De gang naar SPRONG toont aan dat het tegenovergestelde het geval is. Door de grote mate van vrijheid die gemeenten kregen in het opbouwen van het omgevingsplan en het schrijven en annoteren ziet menig gemeente door de bomen het bos niet meer. De keuzevrijheid werkt juist verlammend.
Het besef dringt nu door dat gemeenten elkaar nodig hebben en dat ze eigenlijk het liefst met een kant-en-klare blauwdruk voor het omgevingsplan willen werken.
Beleidskeuzes
Vanuit het veld komt nog een kanttekening. Milieuregels met SPRONG uniformeren is nog niet alles. Er zijn beleidskeuzes nodig, om deze regels met normen en waarden in te vullen.
Een standaardregel maken voor de hoeveelheid geluid die een bedrijf in een woonwijk mag veroorzaken is weliswaar prima mogelijk. Onder de Omgevingswet mag een gemeente echter eigen afwegingen maken. Als ze in een specifiek gebied voor soepelere geluidsnormen kiest om woningbouw mogelijk te maken, dan mag dat.
In de omgevingsvisie en het omgevingsprogramma bepaalt de gemeente wat de specifieke normen en -waarden worden. Deze beleidskeuzes zijn leidend voor de juridische doorwerking naar het omgevingsplan. Het maken van planregels en voorschriften is dan slechts nog een kwestie van uitvoering.
De beleidsmedewerker milieu van een middelgrote Brabantse gemeente bevestigt dat tijdens het VNG-webinar. “We gebruiken de basisregelset als goed voorbeeld, maar het is geen kant-en-klaar setje, dat je zo in het omgevingsplan kunt plakken.”
De SPRONG-projectleider bij VNG benadrukt op het webinar dat gemeenten te allen tijde hun eigen keuzes blijven maken. “SPRONG biedt deze ruimte ook. Gemeenten kunnen de basisregelset die we hebben opgesteld, verder op maat maken.”




Geef een reactie