Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) heeft vragen beantwoord over de gevolgen van zogenoemde spuitvrije zones voor woningbouwprojecten. Aanleiding vormde berichtgeving dat dergelijke zones de bouw van tienduizenden woningen kunnen belemmeren.
De staatssecretaris bevestigt dat gemeenten verschillend omgaan met spuitvrije zones rondom landbouwgronden waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Op basis van jurisprudentie van de Raad van State wordt in nieuwe situaties vaak een afstand van 50 meter aangehouden tussen agrarische percelen en gevoelige functies zoals woningen. Deze afstand kan woningbouw bemoeilijken, omdat ontwikkelaars extra kosten moeten maken voor het inrichten van een spuitvrije zone of voor het opkopen of compenseren van agrarische gronden. Een kortere afstand is mogelijk, maar vereist een deugdelijke en locatiespecifieke onderbouwing. Omdat hiervoor nog onvoldoende wetenschappelijke kennis beschikbaar is, onderzoeken het RIVM en Wageningen University & Research (WUR) de mogelijkheden voor een wetenschappelijk onderbouwd model voor spuitzonering. De eerste resultaten worden begin juli verwacht.
Vooral kleinschalige woningbouwprojecten
Volgens het Interprovinciaal Overleg (IPO) speelt het vraagstuk vooral in Groningen, Flevoland, Drenthe, Zeeland, Limburg en Gelderland. De exacte omvang van de woningbouwopgave die hierdoor wordt geraakt is echter niet bekend. Vooral kleinschalige woningbouwprojecten kunnen hierdoor moeilijk realiseerbaar zijn.
De staatssecretaris benadrukt dat gemeenten onder de Omgevingswet verplicht zijn om bij ruimtelijke besluiten rekening te houden met de gezondheid van inwoners. Daarbij moeten zij een balans vinden tussen bescherming van gezondheid, veiligheid en milieu enerzijds en ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw anderzijds.
Bindende convenanten
Hoewel geen duidelijke toename zichtbaar is van intensieve teelten zoals bollenteelt, erkent de staatssecretaris dat stijgende grondprijzen en uitkoopregelingen mogelijk invloed kunnen hebben op het grondgebruik. Ook bestaat het risico dat agrariërs woningbouw naast hun percelen proberen tegen te houden om toekomstige beperkingen op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te voorkomen, al zijn hierover geen cijfers beschikbaar.
Het kabinet werkt momenteel samen met onder meer de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aan bindende convenanten over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De uitkomsten van het RIVM- en WUR-onderzoek zullen hierbij worden betrokken. Ook wordt gekeken naar aanvullende maatregelen, zoals een meldplicht voor agrariërs om omwonenden vooraf te informeren over geplande gewasbehandelingen. Daarnaast zijn al handreikingen en kennisdocumenten ontwikkeld om gemeenten te helpen woningbouwprojecten nabij landbouwgronden mogelijk te maken.




Geef een reactie