Het kabinet stelt de komende 4 jaar € 420 miljoen extra beschikbaar voor de bouw van ouderenwoningen. Dat schrijven minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) en minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) aan de Tweede Kamer.
In deze Kamerbrief informeert het kabinet de Tweede Kamer over de voortgang van de ouderenhuisvestingsopgave. Door de vergrijzing, veranderende woonwensen en de druk op de woningmarkt is de behoefte aan passende woningen voor ouderen groot. Tot en met 2030 moeten ongeveer 290.000 geschikte woningen worden gerealiseerd als onderdeel van de landelijke woningbouwopgave van jaarlijks 100.000 woningen. Het kabinet constateert dat de ontwikkeling van ouderenhuisvesting op gang is gekomen, maar dat vooral de bouw van geclusterde en zorggeschikte woningen aanzienlijk moet worden versneld.
Andere aanpak
De voortgang verschilt per woningtype. Voor nultredenwoningen – woningen die zonder trap toegankelijk zijn – ligt zowel de planvorming als de realisatie op schema. Er bestaan inmiddels plannen voor ruim 230% van de benodigde 170.000 woningen en sinds 2022 worden jaarlijks ongeveer 20.000 nultredenwoningen toegevoegd. Voor geclusterde woningen en zorggeschikte woningen blijft de voortgang echter achter. Van de benodigde 120.000 woningen in deze categorieën is momenteel slechts circa 40 tot 50 procent in plannen opgenomen. In totaal zijn plannen en ontwikkelingen zichtbaar voor ongeveer 215.000 van de 290.000 benodigde woningen.
Volgens het kabinet vragen geclusterde en zorggeschikte woonvormen om een andere aanpak dan reguliere woningbouw. Ze vereisen intensieve samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties, ontwikkelaars en zorgorganisaties en kennen bovendien hogere bouwkosten. Om deze knelpunten te verkleinen wordt naast de bestaande stimuleringsregelingen in 2026 (€120 miljoen) nog eens €420 miljoen beschikbaar gesteld voor de periode 2027–2030. Hiermee wil het kabinet de onrendabele top van deze projecten gedeeltelijk compenseren.
Versnelling
De brief beschrijft zes actielijnen om de bouw te versnellen. Ten eerste wordt de monitoring verbeterd. De huidige gegevens over plannen en gerealiseerde woningen zijn nog onvolledig doordat gemeenten en corporaties niet overal dezelfde informatie aanleveren en omdat verbouwingen van bestaande gebouwen moeilijk in beeld zijn te brengen. Daarnaast wordt sterker gestuurd via woondeals en de Wet versterking regie volkshuisvesting, die gemeenten verplicht om op te nemen hoeveel ouderenwoningen zij willen realiseren. Verder blijven financiële regelingen zoals de Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten (SOO) en de Stimuleringsregeling Zorggeschikte Woningen (SZGW) beschikbaar. Ook wordt vanaf eind 2026 een Fonds Coöperatief Wonen opgericht om collectieve wooninitiatieven te ondersteunen.
Kwaliteit van wonen
Naast nieuwbouw besteedt de brief veel aandacht aan de kwaliteit van wonen. Het kabinet wil zorgzame woongemeenschappen stimuleren waarin ontmoeting, gezamenlijke activiteiten en informele ondersteuning bijdragen aan langer zelfstandig wonen. Ook wordt gewerkt aan maatregelen die de doorstroming van ouderen bevorderen, zoals de ontwikkeling van een speciale doorstroomhypotheek en een vereenvoudiging van de AOW-regels rond samenwonen. Tegelijkertijd wordt onderzocht hoe bestaande wooncomplexen kunnen worden aangepast tot woonvormen zoals ThuisPlus- en LangLevenThuis-flats.
In de bijlage worden daarnaast verschillende aanvullende onderwerpen behandeld. Zo werkt het kabinet aan uniforme definities van ouderenwoningen in regelgeving, onderzoekt het de meerkosten van zorggeschikte woningen, stimuleert het kennisdeling via Platform31 en Stichting WIZE, zet het de publiekscampagne ‘Praat vandaag over morgen’ voort, verruimt het de mogelijkheden voor mantelzorgwoningen en meergeneratiewoningen en wordt gewerkt aan standaardisering van industrieel gebouwde ouderenwoningen. Ook loopt onderzoek naar de brandveiligheid van nieuwe woonzorgconcepten.




Geef een reactie