Minister Boekholt – O’Sullivan informeert de Tweede Kamer over de maatregelen die moeten bijdragen aan een snellere nieuwbouw van sociale huurwoningen door woningcorporaties. De minister wil de informatievoorziening verbeteren, zodat corporaties, gemeenten en andere betrokken partijen beter kunnen sturen op de woningbouwopgave.
In de Nationale Prestatieafspraken (NPA) is afgesproken dat woningcorporaties vanaf 2029 jaarlijks 30.000 nieuwe woningen realiseren. Volgens de minister liggen corporaties met bijna 23.000 opgeleverde woningen in 2025 voor op het afgesproken groeipad en beschikken zij over voldoende plannen om de productie de komende jaren verder op te voeren. Tegelijkertijd blijft de opgave financieel uitdagend. Hoewel het regeerakkoord de financiële positie van corporaties heeft verbeterd, is de opgave in de praktijk nog niet volledig haalbaar.
Dashboard Prestaties Woningcorporaties uitgebreid
Om gemeenten, huurdersorganisaties en corporaties beter inzicht te geven in de voortgang, wordt het dashboard Prestaties Woningcorporaties in Kaart (PWiK) uitgebreid. Nieuw is onder meer een provinciaal schaalniveau, waardoor beter zichtbaar wordt hoe landelijke en regionale afspraken doorwerken in het lokale woningbouwbeleid. Ook wordt een nieuwe indicator geïntroduceerd: de resterende investeringsruimte. Deze vervangt de bestaande Indicatieve Bestedingsruimte Woningcorporaties (IBW) en moet een realistischer beeld geven van de financiële mogelijkheden van corporaties.
Handreiking sociale grondprijzen
Daarnaast presenteert de minister, samen met de VNG en Aedes, een handreiking voor sociale grondprijzen. De grondprijs vormt een belangrijk onderdeel van de kosten voor sociale woningbouw. Onderzoek laat zien dat corporaties bij marktpartijen gemiddeld ongeveer 50 procent meer betalen dan de gemeentelijke sociale grondprijs, met uitschieters van meer dan 400 procent. De handreiking adviseert daarom een bandbreedte van 18.000 tot 26.000 euro per sociale huurwoning. Dit moet zorgen voor meer transparantie, minder prijsverschillen en voorkomen dat te hoge grondprijzen de bouw van sociale huurwoningen belemmeren.
De Kamerbrief gaat ook in op de resultaten van een pilot in Haaglanden. Daar is onderzocht hoe woningcorporaties ondanks beperkte investeringsruimte voldoende sociale huurwoningen kunnen realiseren. Uit de pilot blijkt dat er op korte termijn voldoende financiële ruimte is om ongeveer 7.500 woningen uit harde plannen te realiseren. Tegelijkertijd blijven structurele knelpunten bestaan, zoals beperkte investeringscapaciteit, bezwaarprocedures, netcongestie en parkeervraagstukken. Hiervoor is een routekaart opgesteld die richting moet geven aan verdere samenwerking tussen gemeenten, corporaties en het Rijk.
Verder meldt de minister dat de publicatie van het onderzoek naar sloop en vervangende nieuwbouw wordt uitgesteld. Er is meer tijd nodig om samen met Aedes, de VNG en de Woonbond te komen tot een breed gedragen afwegingskader. Publicatie wordt nu verwacht in het derde kwartaal van 2026.
Tot slot kondigt de minister maatregelen aan om de meerjarenbegrotingen van woningcorporaties realistischer te maken. Corporaties begroten nieuwbouwprojecten vaak ambitieuzer dan uiteindelijk wordt gerealiseerd, waardoor investeringsruimte onnodig wordt vastgezet. Samen met de Autoriteit woningcorporaties (Aw), Aedes en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) wordt de begeleiding en het toezicht op realistische begrotingen geïntensiveerd. Dit moet leiden tot een beter inzicht in de daadwerkelijke bouwcapaciteit en een effectievere sturing op de woningbouwopgave.




Geef een reactie