De beoogde doelen van het adviesrecht van gemeenten bij schuldenbewinden zijn grotendeels niet behaald. Het kabinet wil de wet nu niet aanpassen. De nadruk komt te liggen op het versterken van de samenwerking tussen gemeenten en bewindvoerders.
In een Kamerbrief reageert minister Vijlbrief op de evaluatie van het adviesrecht voor gemeenten bij schuldenbewinden. Het adviesrecht werd op 1 januari 2021 ingevoerd om gemeenten meer regie te geven bij de ondersteuning van inwoners met problematische schulden. Sinds 2014 kunnen mensen met problematische schulden via de kantonrechter onder beschermingsbewind worden geplaatst. Omdat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de schuldhulpverlening én vaak de kosten van schuldenbewind dragen via de bijzondere bijstand, werd het wenselijk geacht hen nauwer bij deze procedures te betrekken.
Slechts 11% van de gemeenten gebruikt adviesrecht
Uit de evaluatie blijkt echter dat de wet haar belangrijkste doelstellingen grotendeels niet heeft bereikt. Hoewel 93% van de gemeenten bekend is met het adviesrecht, maakt slechts ongeveer een kwart gebruik van de benodigde ‘opt-in’ en past slechts 11% het instrument daadwerkelijk toe in individuele gevallen. Gemeenten ervaren het als ongewenst om pas advies uit te brengen nadat de rechter al een beslissing heeft genomen. Zij vrezen dat dit onrust veroorzaakt bij kwetsbare inwoners en zien het advies daardoor vaak als ‘mosterd na de maaltijd’. Sinds de invoering zijn slechts negen negatieve adviezen uitgebracht, waarvan slechts drie hebben geleid tot uitstroom naar een lichtere vorm van ondersteuning. Ook heeft het adviesrecht geen aantoonbaar effect gehad op de kosten van schuldenbewind.
De onderzoekers hebben ook onderzocht of het adviesmoment beter vóór de rechterlijke uitspraak kan plaatsvinden. Zij concluderen dat dit waarschijnlijk niet in het belang van inwoners is. Een verplichte gang langs de gemeente kan een extra drempel opwerpen en de toegang tot hulp vertragen. Bovendien beschikken gemeenten op dat moment vaak nog niet over voldoende informatie om een goed advies te geven. Daarnaast constateert de evaluatie dat gemeenten niet altijd op de hoogte worden gesteld van uitgesproken schuldenbewinden, terwijl bewindvoerders daartoe wel verplicht zijn. Ook blijkt dat de regeling meer administratieve lasten heeft veroorzaakt voor zowel gemeenten als bewindvoerders.
Positieve effecten
Tegelijkertijd laat de evaluatie positieve effecten zien. De verplichte meldingen geven gemeenten beter zicht op inwoners die onder bewind staan, waardoor zij hun regierol beter kunnen vervullen. Daarnaast ontstaan in de praktijk succesvolle samenwerkingsafspraken tussen gemeenten en bewindvoerders, bijvoorbeeld via convenanten waarin al vóór een bewind gezamenlijk naar passende ondersteuning wordt gekeken. Over de wettelijke beperking dat schuldenbewinden alleen nog voor bepaalde tijd worden uitgesproken, kan nog geen oordeel worden gegeven, omdat hiervoor nog onvoldoende monitoringsgegevens beschikbaar zijn.
Versterken samenwerking gemeenten en bewindvoerders
Het kabinet kiest ervoor de huidige wet te behouden en het adviesmoment niet te wijzigen. De nadruk komt te liggen op het versterken van de samenwerking tussen gemeenten en bewindvoerders. Daarbij richt het kabinet zich op drie sporen: het stimuleren van lokale en regionale convenanten, het verder automatiseren van informatie-uitwisseling om administratieve lasten te verminderen en het beter informeren van gemeenten over de voordelen van een opt-in. Daarnaast wil het kabinet samen met de Rechtspraak onderzoeken hoe gegevens over de uitstroom uit schuldenbewinden structureel kunnen worden gemonitord.


Geef een reactie