Gemeenten worstelen nog altijd met de Omgevingswet. Het omgevingsplan is een complexe opgave, integraal werken gaat moeizaam, de vergunningverlening hapert en het DSO blijft een struikelblok. Een leerproces, zegt de minister.
Dat sombere beeld komt naar voren in de Monitor Werking Omgevingswet 2025. Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) stuurde het rapport afgelopen vrijdag naar de Tweede Kamer.
In opdracht van de minister peilde adviesbureau Haskoning de ervaringen bij gemeenten en medeoverheden in het tweede jaar na de invoering van de Omgevingswet.
Integraal werken
Een belangrijk doel van de Omgevingswet is integraal werken. Gemeenten gaan bij ontwikkelingen ook sociale en economische belangen afwegen. Andere beleidsterreinen ondervinden immers ook de gevolgen van ontwikkelingen, zoals woningbouw en duurzame energieopwekking.
De medewerkers die zich op de fysieke leefomgeving (ruimtelijke ordening, milieu) richten, moeten hiervoor gaan samenwerken met collega’s uit andere domeinen. Dat gaat vooralsnog moeizaam. De meeste gemeenten werken voornamelijk nog sectoraal, aldus de monitor. De onderzoekers drukken zich in hun rapport nog voorzichtig uit: ‘Gemeenten geven aan dat de benodigde cultuuromslag nog niet overal in de organisatie heeft plaatsgevonden.’
Omgevingsvisie
Samenhang aanbrengen tussen de verschillende thema’s is onder meer van belang voor de Omgevingsvisie, het nieuwe instrument bij het maken van beleid en het toetsen van plannen en initiatieven.
Meerdere gemeenten geven aan dat hun visie nog niet aan deze eis voldoet. Ze ervaren het als een uitdaging om alle sectorale beleidsthema’s te verenigen. Vaak is sprake van meerdere losse beleidsdocumenten, voor verschillende thema’s.
Eind 2025 hadden 252 gemeenten een omgevingsvisie vastgesteld, aldus de monitor. Ruim een kwart blijft dus nog achter. Dat heeft alles met tijdsdruk en capaciteitsproblemen te maken, aldus de onderzoekers. Per 1 januari 2027 moet er in elke gemeente een integrale omgevingsvisie liggen.
Vorig jaar signaleerde Gemeente.nu dat ook het verplicht digitaal beschikbaar en raadpleegbaar maken van de Omgevingsvisie menig gemeente problemen oplevert.
Omgevingsplan
Met dat andere belangrijke integrale instrument is het eveneens nog ploeteren: het omgevingsplan. Volgens de monitor het merendeel van de gemeenten onvoldoende gevorderd met het vaststellen van dit alle beleidsthema’s omvattende verplichte kerninstrument van de wet. De deadline is 1 januari 2032. Minister Boekholt-O’Sullivan gaf onlangs aan hier niet aan te willen tornen.
Terwijl de VNG kort voor de zomer aan de bel had getrokken. De transitietermijn voor het omgevingsplan staat bij gemeenten onder grote druk, aldus de gemeentekoepel.
De opgave voor het omgevingsplan blijkt complex en veelomvattend voor gemeenten, bevestigt de monitor. Veel gemeenten zijn nog druk met het beleidsneutraal omzetten van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dat is pas de eerste stap.
Vergunningverlening
De monitor bevestigt dat de vergunningverlening onder de Omgevingswet hapert. Dat bleek eerder al uit onderzoek dat adviesbureau Kwink voor de Evaluatiecommissie Omgevingswet uitvoerde. In maart presenteerde deze commissie haar tweede wederom kritische reflectierapport.
Ook de monitor spreekt van een heus ‘confettikanon’ aan losse en versnipperde aanvragen, waar gemeenten mee worden overspoeld. Initiatiefnemers kunnen zelf bepalen voor welke activiteiten ze wanneer ze een vergunning aanvragen. Dit heet ‘de knip’ in de Omgevingswet. In plaats van één volledige vergunningaanvraag krijgen gemeenten en andere bevoegde gezagen een ‘regen van snippers’ op zich afgevuurd. Zij verliezen zo het totaaloverzicht op een project.
Ook de integraliteit die de Omgevingswet beoogt, verdwijnt hiermee, klagen de gemeenten in de interviews voor de monitor. In een rondgang van Gemeente.nu langs een aantal gemeenten trokken de wethouders eerder vergelijkbare conclusies.
BOPA
De monitor over 2025 bevestigt ook de populariteit van de vergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
In het afgelopen jaar zijn in totaal zo’n 7.584 BOPA’s vergund, twee keer zoveel als in 2024. Het aantal van 3.048 BOPA’s in dat jaar was al ongekend hoog.
Voor gemeenten is de BOPA interessant, omdat het een flexibel en snel te verlenen vergunning is voor zowel kleine als grote bouwprojecten. Wat meespeelt, is dat een wijziging van het omgevingsplan niet nodig is. Gemeente.nu berichtte eerder dat het gebruik van dit type vergunning niet zaligmakend is. Bovendien hebben gemeenten er straks een flinke klus aan alle BOPA’s in het nieuwe omgevingsplan over te nemen.
Volgens de monitor gaan gemeenten echter alleen over op een planwijziging, als het niet anders kan. Het aantal planwijzigingsbesluiten in 2025 bedroeg 456.
DSO
De reden is dat het doen van planwijzigingen voor veel gemeenten technisch ingewikkeld is vanwege de complexe STOP-TPOD-standaard onder de Omgevingswet. Zij hebben hun plansoftware nog niet op orde, om wijzigingen te publiceren op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
In haar brandbrief klaagt ook de VNG, dat het basisniveau van het DSO twee jaar na invoering van de wet nog altijd niet op orde is.
Ook de voor de monitor geïnterviewde gemeenten geven aan niet goed overweg te kunnen met het DSO en het inzichtelijk maken van hun beleid en regelgeving. De meeste gemeenten merken wel dat er vooruitgang wordt geboekt en verwachten dat het een kwestie van tijd is.
Een handvol gemeenten in de monitor geeft aan geen verbetering te bespeuren. Een van de gemeenten ervaart juist een verslechtering in de dienstverlening, omdat ze niet actief mag ondersteunen bij de vergunningaanvraag.
Programma
De monitor laat zien dat gemeenten ook nog hun weg moeten vinden in het maken en publiceren van programma’s onder de Omgevingswet. In het omgevingsprogramma maken gemeenten onder meer inzichtelijk hoe ze de beleidsdoelen uit hun omgevingsvisie gaan realiseren. Gemeenten maken volgens de monitor vooral veel werk van verplichte programma’s, vanuit EU-wetgeving of aanvullende leefomgevingseisen, zoals het Actieplan Geluid.
Tot eind 2025 zijn er zo’n 153 gemeentelijke programma’s vastgesteld. De programma’s worden verplicht volgens de STOP-TPOD-standaard op het DSO gepubliceerd. De onderzoekers hebben alleen deze categorie programma’s geturfd.
Er zijn ook gemeenten die technisch minder ver zijn en hun programma bijvoorbeeld alleen als pdf uitbrengen. Dit aantal is dus niet meegenomen.
Gemeente.nu berichtte in januari al over de strubbelingen bij gemeenten met het omgevingsprogramma. Nog maar weinig gepubliceerde programma’s zijn digitaal raadpleegbaar en hebben gebruikers daarmee weinig te bieden.
Instrumentarium
In haar Kamerbrief bij het aanbieden van de monitor meldt minister Boekholt-O’Sullivan dat er nog steeds sprake is van een leerproces. ‘Een stelselwijziging zo groot als de Omgevingswet vergt logischerwijs nog meer tijd voordat zij volledig tot wasdom komt’, schrijft de bewindsvrouw. En dat ruim twee jaar na de invoering van de wet. In elk geval concludeert Boekholt-O’Sullivan tevreden, dat het instrumentarium van de Omgevingswet inmiddels intensiever wordt gebruikt dan in 2024.
De monitor zelf laat zien dat er nog veel te wensen overblijft. De versnippering in vergunningaanvragen en het gebrek aan overzicht bij gemeenten wil de minister aanpakken door een ‘nieuwe systematiek’ in te voeren. Wat dat precies behelst, vertelt ze er niet bij.
Over de transitietermijn van het omgevingsplan volgt in 2027 nog een evaluatiemoment. Dat is zo met de VNG en andere overheden afgesproken.



Geef een reactie