Het kabinet werkt verder aan de Wet versterking waarborgfunctie Awb, die moet bijdragen aan een betrouwbare en menselijke overheid. Het wetsvoorstel moet de dienstverlening verbeteren, de menselijke maat bevorderen en laagdrempelig contact tussen overheid en burger stimuleren. Overheidsorganisaties en rechters moeten meer ruimte krijgen om rekening te houden met individuele omstandigheden.
Volgens het kabinet blijft de noodzaak om het bestuursrecht responsiever te maken groot. Voorkomen moet worden dat burgers opnieuw ernstig in de knel komen doordat overheid en rechtspraak onvoldoende bescherming bieden. De positie van burgers in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet daarom worden versterkt.
Uitvoeringskosten veel hoger dan beschikbare middelen
Het oorspronkelijke voorstel is in 2024 in internetconsultatie geweest en er zijn zestig uitvoeringstoetsen uitgevoerd. De doelstellingen worden breed gesteund, maar uitvoeringsorganisaties voorzien forse gevolgen. Minder ingrijpende onderdelen, zoals verruiming van de verschoonbaarheid van termijnoverschrijdingen, uitbreiding van de motiveringsplicht en codificatie van jurisprudentie over het evenredigheidsbeginsel, worden meestal uitvoerbaar geacht. Meer zorgen bestaan over nieuwe verplichtingen, zoals verplicht contact met bezwaarmakers, uitbreiding van de hoorplicht, herstel van kennelijke fouten en verruiming van de evenredigheidstoets. Gevreesd wordt onder meer voor hogere kosten, extra personeel en langere doorlooptijden.
Dat leidt tot een groot financieel knelpunt. Uitvoeringsorganisaties ramen de kosten van de consultatieversie op ten minste 300 miljoen euro per jaar, terwijl het kabinet vanaf 2030 structureel slechts 10 miljoen euro heeft gereserveerd. Het voorstel moet daarom aanzienlijk worden aangepast. Financiële inpasbaarheid, uitvoerbaarheid, voldoende draagvlak en het voorkomen van een sterke groei van het personeelsbestand zijn randvoorwaarden.
Beperkter wetsvoorstel
Het kabinet wil verder met onderdelen die minder ingrijpend en uitvoeringsintensief zijn. Daarnaast wordt onderzocht of twee belangrijke elementen kunnen blijven staan. Het eerste betreft een verruiming van het evenredigheidsbeginsel, bedoeld als veiligheidsklep voor uitzonderlijke gevallen waarin burgers of bedrijven onevenredig hard worden geraakt. Het kabinet heeft verduidelijkt dat reguliere, grootschalige besluitvormingsprocessen gewoon kunnen doorgaan.
Het tweede element betreft persoonlijk contact. De overheid moet bij bezwaar contact kunnen zoeken om het probleem van een burger zo goed mogelijk op te lossen zonder onnodige procedures. Het aangepaste voorstel geeft bestuursorganen zelf ruimte om te bepalen wanneer vroegtijdig contact behulpzaam is.
Andere onderdelen verdwijnen voorlopig uit het wetsvoorstel. Dat geldt voor het herstel van kennelijke fouten, vaker horen bij financiële beschikkingen en het voorafgaand aan bezwaar inzage geven in relevante stukken. Voor een breder vergisrecht wordt naar een oplossing voor de langere termijn gezocht. Vaker horen bij geautomatiseerde financiële beschikkingen heeft volgens de uitvoeringstoetsen weinig toegevoegde waarde en kan processen vertragen. Eerdere inzage in stukken krijgt wel brede steun, maar veel organisaties zijn daar ICT-technisch nog niet klaar voor.
De aangepaste voorstellen worden nu opnieuw getoetst op uitvoerbaarheid en financiële gevolgen. Pas daarna besluit het kabinet over de definitieve inhoud en het vervolg. Daarnaast komt er ondersteuning voor bestuursorganen, onder meer met handvatten voor een meer burgergerichte organisatie en trainingen in gesprekstechnieken en mediationvaardigheden.




Geef een reactie