Het kabinet erkent de zorgen van gemeenten over de toenemende dakloosheid en de druk op de leefbaarheid in steden. In antwoord op Kamervragen wijst het op bestaande en voorgenomen maatregelen rond huisvesting, zorg en arbeidsmigratie, waaronder betere huurbescherming voor arbeidsmigranten en een versnelling van de aanpak ‘Wonen Eerst’.
De ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Sociale Zaken en Werkgelegenheid reageren op Kamervragen naar aanleiding van de oproep van de Amsterdamse burgemeester over de groeiende problematiek rond dakloosheid, overlast en arbeidsmigranten. Het kabinet zegt de zorgen van gemeenten te herkennen en wijst op bestaand beleid, waaronder het Nationaal Actieplan Dakloosheid, de aanpak voor verward en onbegrepen gedrag en maatregelen rond arbeidsmigratie en volkshuisvesting. Het kabinet overlegt regelmatig met de VNG, de G4 en afzonderlijke gemeenten en wil de oproep van de burgemeesters in die gesprekken meenemen.
Wonen Eerst
Een belangrijk uitgangspunt is Wonen Eerst: een duurzame woonplek met passende begeleiding moet het startpunt voor herstel zijn. Het kabinet wil deze aanpak het komende jaar versnellen. Daarnaast moet de Wet versterking regie volkshuisvesting gemeenten ertoe brengen de huisvestingsbehoefte van onder meer dak- en thuisloze mensen, uitstromers uit beschermd wonen en ggz-instellingen en arbeidsmigranten beter in kaart te brengen. Vanaf 2028 moeten bepaalde groepen bovendien verplicht urgentie kunnen krijgen voor sociale huur, waaronder dakloze gezinnen met minderjarige kinderen.
Veel aandacht gaat uit naar dakloze EU-arbeidsmigranten. Het kabinet erkent dat zij relatief oververtegenwoordigd zijn onder mensen die op straat verblijven, maar benadrukt dat dakloosheid verschillende oorzaken kent. Onderzoek onder 42 arbeidsmigranten wees naast slechte of onzekere werk- en woonomstandigheden onder meer op werkverlies, gezondheidsproblemen, middelengebruik en psychische problematiek. Volgens dat onderzoek belandde 60 procent van de onderzochte groep door persoonlijke omstandigheden op straat. Tegelijk erkent het kabinet dat de afhankelijkheid van werkgevers voor huisvesting het risico op dakloosheid na ontslag kan vergroten.
Wet passende huurcontracten
Daarom werkt het kabinet aan de Wet passende huurcontracten. Het voorstel moet het gebruik van de uitzondering voor woonruimte die ‘naar zijn aard slechts van korte duur is’ beperken tot maximaal 30 nachten. Bij langer verblijf zou huur- en huurprijsbescherming gelden. Tegelijk wil het kabinet onder voorwaarden tijdelijke contracten voor arbeidsmigranten mogelijk houden en, bij huisvesting op het terrein van de werkgever, ontbinding van een vast huurcontract via de rechter mogelijk maken als het dienstverband eindigt. Het kabinet erkent dat dit op gespannen voet kan staan met het streven wonen en werken te scheiden, maar ziet het als een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Na ruim 140 consultatiereacties wordt bekeken of het wetsvoorstel moet worden aangepast
Verder voert het kabinet maatregelen uit naar aanleiding van de commissie-Roemer, waaronder de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, betere huurbescherming en een uitzendverbod in de vleessector. Ook wordt de mogelijkheid om huisvestingskosten in te houden op het minimumloon afgeschaft; de beoogde datum daarvoor is 1 juli 2028, gekoppeld aan de Wet passende huurcontracten.
Ten slotte staat het kabinet open voor aanvullende huisvesting. Amsterdam kan bijvoorbeeld subsidie aanvragen voor flex- of containerwoningen voor dakloze moeders en kinderen, mits aan de voorwaarden van bestaande subsidieregelingen wordt voldaan.




Geef een reactie