De verduurzaming van de gebouwde omgeving boekt voortgang, maar volgens minister Boekholt-O’Sullivan is verdere versnelling nodig om de klimaatdoelen voor 2030 en 2050 te halen. In de Kamerbrief gaat zij onder meer in op woningisolatie, soortenbescherming, VvE’s, subsidies, financiering en de lokale warmtetransitie.
Volgens de Klimaat- en Energieverkenning daalt de CO₂-uitstoot van de gebouwde omgeving in 2030 naar verwachting met 52% ten opzichte van 1990, tot 14,3 megaton. In vijf jaar zijn ruim 850.000 woningen verduurzaamd. Binnen het Nationaal Isolatieprogramma zijn tussen 2022 en 2025 ruim 570.000 koopwoningen en VvE-woningen geïsoleerd. Het doel is 1,5 miljoen woningen tot en met 2030.
Isolatie en soortenbescherming
Bij isolatie blijft soortenbescherming een aandachtspunt. Sinds maart 2026 kan na een negatieve eDNA-test een spouwmuur direct worden geïsoleerd zonder ecologisch onderzoek of omgevingsvergunning. Bij een positieve uitslag moet wel een vergunningstraject worden gevolgd. Om meer uniformiteit te creëren werkt het kabinet met onder meer VNG en IPO aan een landelijke gedragscode voor spouwmuurisolatie en aan verbetering van soortenmanagementplannen.
Het kabinet gaat niet extra inzetten op convenanten met grote private verhuurders. Uit onderzoek en eerdere ervaringen blijkt dat dergelijke afspraken weinig effect hebben. Vereenvoudigde besluitvorming binnen VvE’s en betere informatie voor kleine verhuurders worden kansrijker geacht.
Bij VvE’s speelt ook betaalbaarheid. Ongeveer 140.000 eigenaar-bewoners in een VvE zijn financieel kwetsbaar, waarvan 46.000 een inkomen onder 150% van het sociaal minimum hebben. Mogelijke oplossingen zijn een lokaal VvE-vangnet, budgetcoaching en financieel advies. Ook onderzoekt het kabinet hoe het wijzigen van splitsingsaktes kan worden vereenvoudigd, bijvoorbeeld voor aansluiting op een warmtenet.
Subsidies worden aangepast
Vanaf 2027 veranderen de ISDE en SVVE. Voor slimme warmtepompen komt een bonus van €200, terwijl de vergoeding per kW thermisch vermogen daalt van €225 naar €120. De subsidie voor triple glas in combinatie met kozijnen wordt eveneens verlaagd. Het kabinet onderzoekt daarnaast of passieve koeling, zoals zonwering, via de ISDE of het Nationaal Warmtefonds kan worden ondersteund.
Voor huurders met een energieprestatievergoeding worden de maximale tarieven verlaagd. Zonder ingreep zou het afschaffen van de salderingsregeling voor bepaalde huurders een lastenstijging van € 42 tot € 75 per maand veroorzaken. Door de herijking wordt dit naar verwachting circa € 8 tot € 13.
Het kabinet stopt met de verdere ontwikkeling van gebouwgebonden financiering. De maatschappelijke kosten, juridische complexiteit en uitvoeringskosten wegen volgens de minister niet op tegen de beperkte potentiële doelgroep. Bestaande financieringsinstrumenten kunnen hetzelfde doel bereiken.
Tot slot signaleren gemeenten knelpunten bij de lokale warmtetransitie. Zij ervaren de stap van plannen naar uitvoering als complex, hebben moeite voldoende expertise te vinden en worstelen met betaalbare warmteoplossingen. Het kabinet wil deze problemen betrekken bij de verdere uitwerking van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie.
Volgens het kabinet is uiteindelijk een gecoördineerde inzet van Rijk, gemeenten, marktpartijen en burgers nodig om de gebouwde omgeving betaalbaar en duurzaam te maken.




Geef een reactie