Van de starters op de woningmarkt die in 2024 een vrijgekomen corporatiewoning betrokken, was 21 procent een huishouden met een statushouder. Het gaat om ongeveer 8.800 huishoudens. In 2018 was dat aandeel nog 9 procent, oftewel 3.500 huishoudens.
Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
In totaal werden in 2024 ruim 13.000 vrijgekomen corporatiewoningen toegewezen aan huishoudens met één of meer statushouders. Dat komt neer op ruim 8 procent van alle vrijgekomen corporatiewoningen en is ongeveer evenveel als een jaar eerder.
Steeds vaker starter op de woningmarkt
Statushouders die naar een corporatiewoning verhuizen, zijn steeds vaker starters op de woningmarkt. In 2024 gold dat voor 67 procent van de huishoudens met een statushouder. In 2018 was dat nog 39 procent. Sindsdien is het aandeel ieder jaar gestegen.
Huishoudens met een statushouder laten bij een verhuizing bovendien minder vaak een woning achter. Bij 16 procent kwam na de verhuizing een woning vrij. Onder huishoudens zonder statushouder was dat bij ruim de helft het geval.
Nog eens 18 procent van de huishoudens met een statushouder verhuisde uit een woning waarin andere bewoners achterbleven. Het verschil is ook zichtbaar bij alleenstaanden: eenpersoonshuishoudens zonder statushouder lieten ruim vijf keer zo vaak een woning achter als eenpersoonshuishoudens met een statushouder.
Vooral alleenstaanden in corporatiewoningen
Ruim twee derde van alle huishoudens die in 2024 naar een vrijgekomen corporatiewoning verhuisden, bestond uit één persoon. Onder deze alleenstaanden waren 8.500 statushouders, goed voor 8 procent. Een jaar eerder was dat 7 procent.
Bij stellen met kinderen lag het aandeel huishoudens met een statushouder hoger. Van deze gezinnen had 21 procent minstens één statushouder als gezinslid. Het ging om ongeveer 2.900 huishoudens. In 2023 was dat aandeel nog 23 procent.
Bij meer dan de helft van deze gezinnen had ten minste één gezinslid korter dan een jaar een verblijfsvergunning of verbleef die persoon begin 2024 nog op een COA-opvanglocatie.
Ruim 13.000 woningen naar statushouders
In 2024 kwamen in totaal 162.000 corporatiewoningen vrij. Daarin gingen 264.000 mensen wonen. Bijna 8 procent van deze woningen werd toegewezen aan een huishouden met een statushouder.
Op persoonsniveau was 9 procent van de nieuwe bewoners statushouder. Op huishoudensniveau ging het om 8 procent. Het verschil hangt samen met de gemiddeld grotere omvang van huishoudens met een statushouder.
Sinds 2018 schommelt het aandeel vrijgekomen corporatiewoningen dat naar huishoudens met statushouders gaat tussen de 4 en 8 procent. In absolute aantallen is sinds 2020 wel een stijging zichtbaar: van ongeveer 7.000 woningen in 2020 naar ruim 13.000 in 2024.
Flevoland heeft hoogste aandeel
Regionaal zijn de verschillen aanzienlijk. In Flevoland ging in 2024 12,1 procent van de vrijgekomen corporatiewoningen naar huishoudens met een statushouder. Daarmee had de provincie het hoogste aandeel.
Daarna volgden Het Gooi en Vechtstreek met 11,4 procent en Utrecht met 10 procent. In Delfzijl en omgeving was het aandeel het laagst.
In 2,4 procent van corporatiewoningen woont statushouder
Eind 2024 telde Nederland ongeveer 2,2 miljoen corporatiewoningen. In ruim 48.000 daarvan woonde een huishouden met minstens één statushouder. Dat komt neer op 2,4 procent van de corporatiewoningen. Een jaar eerder was dat 2,2 procent.
Wanneer ook voormalige statushouders worden meegerekend die sinds 1999 naar Nederland kwamen en inmiddels de Nederlandse nationaliteit hebben, gaat het om bijna 177.000 corporatiewoningen. Dat is 8,1 procent van het totaal.




Geef een reactie