Asielminister Bart van den Brink vraagt alle gemeenten met klem om direct extra asielopvang te regelen. De eerste 2.400 plekken moeten op 1 november 2026 beschikbaar zijn. De VNG deelt de zorgen van de minister, maar waarschuwt dat gemeenten een vastlopende asielketen niet eindeloos kunnen opvangen.
Dat blijkt uit de brief die de minister op 12 oktober aan alle burgemeesters stuurde en uit de reactie die de VNG een dag later publiceerde. Volgens Van den Brink is de situatie in de opvang opnieuw onhoudbaar. Het COA heeft een bezetting van 102 procent, en in Ter Apel moesten mensen de nacht buiten doorbrengen. Zonder extra maatregelen loopt het tekort op tot 3.600 plekken in januari en 7.600 in april.
Drie verzoeken aan gemeenten
De minister vraagt gemeenten om drie dingen. Ten eerste moeten ze meewerken aan het verlengen van bestaande opvanglocaties. Ten tweede moeten ze statushouders sneller huisvesten. Er verblijven nu ongeveer 17.000 statushouders in de opvang, van wie 12.000 langer dan de termijn van veertien weken. Het COA wil flexibel omgaan met het koppelen van statushouders aan gemeenten. Komt er onvoldoende huisvesting, dan wil de minister statushouders onderbrengen in tijdelijke onderdaklocaties. Ten derde moeten gemeenten extra tijdelijke opvangplekken realiseren, die beschikbaar blijven tot oktober 2027.
Opgave per provincie
Ook provincies die al aan de Spreidingswet voldoen, moeten bijdragen. Groningen levert in elke fase 150 plekken. Drenthe, Flevoland, Friesland, Overijssel en Zeeland gaan van 150 plekken op 1 november 2026 naar 230 op 1 januari 2027 en 500 op 1 april 2027. Voor Gelderland, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland is dat 250, 370 en 800 plekken. De Commissarissen van de Koning coördineren de uitvoering via de provinciale regietafels.
Ruimte binnen het toezicht
Voor gemeenten die direct een evenredige bijdrage leveren, wil de minister het interbestuurlijk toezicht op de Spreidingswet tijdelijk aanhouden. Hun plek op de interventieladder blijft dan gelijk. De VNG had om deze ruimte gevraagd en waardeert dat de minister daaraan tegemoetkomt. Gemeenten kunnen voor hulp terecht bij het Ondersteuningsteam Asiel van de VNG, de veiligheidsregio’s, het ministerie en het COA.
VNG: oorzaken liggen in de hele keten
Volgens de VNG komen de opvangproblemen voor een groot deel voort uit knelpunten elders in de asielketen. Het aantal eerste asielaanvragen daalt sinds 2023, terwijl de wacht- en doorlooptijden flink zijn opgelopen. Daardoor blijven mensen langer dan nodig in de opvang. Ook mensen die al een verblijfsstatus hebben in een andere EU-lidstaat leggen beslag op opvangplekken.
Daarnaast plaatst de VNG kanttekeningen bij de cijfers. Op 1 juli liepen gemeenten 8.855 personen achter op hun huisvestingstaakstelling. Dat is volgens de vereniging iets anders dan de 17.000 statushouders in de opvang die de minister noemt. Ook problemen bij het koppelen van statushouders aan gemeenten spelen mee.
Oproep tot crisisaanpak
De vele eerdere oproepen aan gemeenten hebben volgens de VNG te weinig opgeleverd. De vereniging wil daarom een gezamenlijke bestuurlijke crisisaanpak, waarin Rijk, COA, provincies en gemeenten elk hun verantwoordelijkheid nemen. Daarbij is volgens de VNG voldoende doorzettingsmacht nodig, en moet ook de werking van de hele asielketen verbeteren.
De uitvraag komt op een lastig moment. Gemeenten praten aan de provinciale regietafels al over de tweede ronde van de Spreidingswet, en de provinciale verslagen moeten vóór 1 december 2026 klaar zijn. De minister erkent in zijn brief dat zijn verzoek de opgave voor gemeenten daardoor ingewikkelder maakt.




Geef een reactie