Bijna alle gemeenten hebben inmiddels een lokale aanpak om ouders vóór, tijdens en na de zwangerschap te ondersteunen. Toch laat de zevende Monitor Kansrijke Start van het RIVM zien dat de gezondheid van jonge kinderen nog niet verbetert.
Sinds 2018 bouwen gemeenten samen met partijen uit het medisch en sociaal domein aan Kansrijke Start. In 2025 had 92 procent van de gemeenten een lokale of regionale coalitie Kansrijke Start, blijkt uit de Monitor Kansrijke Start 2025. In zo’n coalitie werkt de gemeente samen met bijvoorbeeld verloskundigen, kraamzorgorganisaties, consultatiebureaus en schuldhulpverleners. Vrijwel alle gemeenten (99,7 procent) laten de jeugdgezondheidszorg prenatale huisbezoeken afleggen en 91 procent doet mee aan Nu Niet Zwanger.
Gemeenten zetten ook meer erkende interventies in; preventieve, effectief-bewezen interventies, zoals programma’s gericht op opvoedstrategieën of bewegen. Het aandeel gemeenten dat meer dan tien erkende interventies aanbiedt, verdubbelde naar 16 procent. Steeds meer coalities voeren bovendien periodiek reflectiegesprekken met hun partners.
Ouders praten nog weinig mee
Toch blijven er knelpunten. Slechts een derde van de gemeenten betrekt ervaringsdeskundigen of (aanstaande) ouders bij de aanpak, minder dan een jaar eerder (41 procent). Gemeenten noemen onduidelijkheid over de vorm en gebrek aan prioriteit als belangrijkste redenen. Maar volgens het RIVM sluiten initiatieven juist beter aan bij de behoeften van gezinnen als ouders meedenken.
Het RIVM mist bovendien inzicht in wie de initiatieven bereiken en of ze effect hebben. Ruim driekwart van de gemeenten brengt resultaten in beeld, maar leunt daarbij vooral op cijfers en ervaringen van professionals. Slechts 23 procent vraagt de doelgroep zelf naar haar ervaringen. In 11 procent van de gemeenten worden helemaal geen resultaten in beeld gebracht.
Gezondheidscijfers gaan de verkeerde kant op
Ondanks de groeiende samenwerking, is er geen verbetering in de gezondheid van kinderen en ouders te zien. Na jaren van daling groeit het aandeel kinderen dat in een meervoudig kwetsbare situatie wordt geboren weer licht, naar 6,7 procent. In deze gezinnen komen vroeggeboorte en een laag geboortegewicht vaker voor en gebruiken ouders minder vaak kraamzorg. Ruim 43 procent van de aanstaande ouders in zo’n situatie kampt met psychische problemen, tegen ruim 36 procent in 2017. Ook hebben meer tweejarigen overgewicht (10,6 procent tegen 8,5 procent in 2018) en loopt hun spraak- en taalontwikkeling vaker achter.
Mogelijke verbeteringen
Het RIVM ziet mogelijkheden om de impact van Kansrijke Start te vergroten. Bijvoorbeeld door ervaringsdeskundigen en (aanstaande) ouders meer te betrekken. Daardoor kan beter aangesloten worden bij de behoeften. Daarnaast wijst het RIVM erop dat het belangrijk is om zicht te krijgen op wie er meedoet aan de initiatieven, en wat het resultaat van de initiatieven is.




Geef een reactie