Het Nederlandse staatsnoodrecht bevat onvoldoende waarborgen tegen bestuurders die noodbevoegdheden voor politieke doeleinden inzetten. Vooral het zogenoemde ‘vormvrije noodrecht’, waarbij bestuurders zonder speciale procedure direct kunnen ingrijpen, brengt risico’s met zich mee.
Dat stelt Samantha Daniëls, onderzoeker staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daniëls verdedigt op 13 november haar proefschrift Staatsnoodrecht in ontwikkeling. Een beschouwing van de systematiek, toepassing en modernisering van het Nederlandse staatsnoodrecht.
Het staatsnoodrecht bepaalt welke extra bevoegdheden de overheid tijdens crises heeft, bijvoorbeeld bij oorlog, ernstige rellen, overstromingen of bedreigingen van de financiële stabiliteit. Omdat niet vooraf kan worden voorzien welke crises zich zullen voordoen, gebruikt de wet het brede begrip ‘buitengewone omstandigheden’. Dat geeft bestuurders de flexibiliteit om bij onverwachte situaties te handelen, maar biedt volgens Daniëls tegelijkertijd ruimte voor oneigenlijk gebruik.
Als de overheid zich op buitengewone omstandigheden beroept, gelden doorgaans procedures waarbij ook het parlement wordt betrokken. Als voorbeeld noemt Daniëls de discussie in 2024 over het voornemen van toenmalig minister Marjolein Faber om noodrecht uit de Vreemdelingenwet te gebruiken voor het asielbeleid. Volgens Daniëls was dat staatsrechtelijk zorgelijk, omdat noodrecht bedoeld is voor uitzonderlijke omstandigheden en niet om beleid mogelijk te maken waarvoor het reguliere recht onvoldoende ruimte biedt. De Tweede Kamer steunde het voornemen niet, waardoor de parlementaire controle volgens haar in dit geval functioneerde.
Zorgen over vormvrij noodrecht
Die parlementaire waarborg bestaat echter niet bij alle noodbevoegdheden. Bij vormvrij noodrecht kan een bestuurder onmiddellijk ingrijpen zonder eerst een bijzondere procedure te doorlopen. Op lokaal niveau kan dat noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer een burgemeester snel moet optreden bij ernstige ongeregeldheden. Dergelijke bevoegdheden worden volgens Daniëls echter ook gebruikt op terreinen waar de mogelijke gevolgen veel groter zijn.
Zij pleit daarom voor het afschaffen van vormvrij noodrecht op nationaal niveau. Snel handelen tijdens acute crises moet wel mogelijk blijven, bijvoorbeeld via speciale spoedprocedures met voldoende democratische controle. Nieuwe soorten crises maken een herziening van het noodrecht volgens Daniëls extra belangrijk. Grootschalige digitale storingen en problemen met kunstmatige intelligentie kunnen bijvoorbeeld het betalingsverkeer of de elektriciteits- en drinkwatervoorziening.
Bron: UvA, 27 oktober 2026




Geef een reactie