Werken moet de norm worden tijdens de inburgering. Nu heeft het overgrote deel van de inburgeraars geen baan en ontvangt het een bijstandsuitkering. Minister Aartsen wil daar verandering in brengen door werken naast de inburgering aantrekkelijker te maken. Statushouders die minimaal 28 uur per week werken, kunnen daarom tot drie jaar extra de tijd krijgen om aan hun inburgeringsplicht te voldoen.
De minister constateert in een Verzamelbrief dat de Wet inburgering 2021 (Wi2021) op enkele belangrijke punten vooruitgang laat zien, maar dat vooral de lange doorlooptijden en de relatief beperkte uitstroom uit het stelsel aandacht vragen. Positief is het hogere taalniveau. Van de inburgeraars uit 2022 die eind 2025 aan hun inburgeringsplicht hadden voldaan, behaalde 55% examens op B1-niveau of hoger. Onder het vorige stelsel was het aandeel dat na drie jaar op B1-niveau of hoger examen deed slechts 2%. Ook de arbeidsparticipatie neemt toe: negen maanden na vestiging werkte 12% van cohort 2022, tegenover 27% van cohort 2024.
Lang wachten
Tegelijkertijd wachten inburgeraars lang op huisvesting, de brede intake, het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) en de start van hun cursus. Voor asielstatushouders uit cohort 2022 duurde het gemiddeld 25 weken van het vaststellen van de inburgeringsplicht tot vestiging in een gemeente en vervolgens nog 18 weken tot het PIP. Die laatste termijn is voor cohort 2024 inmiddels gedaald naar 15 weken. Het kabinet wil de combinatie van werken en inburgeren nadrukkelijker tot norm maken. De ambitie is dat eind 2030 75.000 meer nieuwkomers aan het werk zijn dan eind 2026.
Ook de uitstroom verbetert. Van cohort 2022 had eind 2025 28% het traject succesvol afgerond; op 1 augustus 2026 was dit gestegen naar 48%. Daarnaast wordt de regelgeving flexibeler voor werkenden: wie minimaal 28 uur per week gedurende ten minste drie maanden werkt of heeft gewerkt, kan maximaal drie jaar verlenging van de inburgeringstermijn krijgen. Bij een tekort aan kinderopvang kan maximaal één jaar verlenging worden verleend. Deze wijzigingen moeten in de eerste helft van 2027 ingaan.
Taal
Bij de Z-route, bedoeld voor inburgeraars met een lage leerbaarheid, valt op dat ongeveer 30% van de asielstatushouders hierin terechtkomt. De minister vindt dit aandeel hoog. Bovendien blijft betaald werk achter: uit onderzoek blijkt dat 17% van de deelnemers betaald werk en 25% vrijwilligerswerk heeft verricht. Via de aanpak Werk en Meedoen Nieuwkomers en meer startbanen in 2027 moet de arbeidsparticipatie worden verhoogd.
Onderzoek naar taalaanbieders laat zien dat gemeentelijke vergoedingen bij veel contracten niet kostendekkend zijn. Kosten verschillen sterk door onder meer groepsgrootte, personeelskosten, lesuren, verzuim en contractvoorwaarden. Gemeenten en aanbieders worden daarom opgeroepen afspraken over tarieven, indexering en risicoverdeling te verbeteren.
Daarnaast wordt ingezet op sterkere sociale netwerken voor vrouwelijke inburgeraars en betere signalering van onveiligheid door gemeenten.




Geef een reactie