Voor de periode 2027 tot en met 2030 blijft de gezamenlijke EMU-norm voor medeoverheden vastgesteld op -0,5% van het bbp, net als in de periode 2024-2026.
In een Kamerbrief informeert staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën de Tweede Kamer over de afspraken die het Rijk en de medeoverheden hebben gemaakt over de EMU-norm voor de periode 2027-2030 en over de evaluatie van de huidige normeringssystematiek.
De EMU-norm vloeit voort uit de Europese begrotingsregels, die bepalen dat het nationale begrotingstekort niet groter mag zijn dan 3% van het bruto binnenlands product (bbp). Op grond van de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet HOF) moet een deel van de toegestane begrotingsruimte worden toegerekend aan gemeenten, provincies en waterschappen. Bij de start van een nieuwe kabinetsperiode wordt deze gezamenlijke begrotingsruimte voor de gehele kabinetsperiode vastgesteld, na bestuurlijk overleg tussen het Rijk en de medeoverheden.
Voor de periode 2027 tot en met 2030 is afgesproken de gezamenlijke EMU-norm voor medeoverheden vast te stellen op -0,5% van het bbp. Daarmee blijft de norm gelijk aan die voor de periode 2024-2026. Het uitgangspunt voor deze norm is het gemiddelde geraamde tekort van de medeoverheden volgens de meest recente raming van het Centraal Planbureau (CPB), dat uitkomt op -0,16% van het bbp. Om te voorkomen dat beperkte afwijkingen in de praktijk direct leiden tot een overschrijding van de norm, is een aanvullende buffer van -0,34% van het bbp opgenomen. Samen resulteert dit in de afgesproken norm van -0,5%.
Verdeling
Ook de verdeling van deze gezamenlijke EMU-ruimte over gemeenten, provincies en waterschappen blijft ongewijzigd ten opzichte van de vorige kabinetsperiode. De verdeling is opgenomen in de conceptregeling die gelijktijdig aan de Kamer wordt voorgelegd. De individuele referentiewaarden voor gemeenten en provincies worden later verwerkt in de septembercirculaire van het gemeentefonds en provinciefonds. Voor de waterschappen verzorgt de Unie van Waterschappen de verdere uitwerking en communicatie.
Evaluatie
Naast de afspraken over de EMU-norm is overeenstemming bereikt over een evaluatie van de huidige normeringssystematiek. De eerste evaluatie vindt begin 2027 plaats en omvat de overgangsjaren 2024 tot en met 2026. Een tweede evaluatie volgt in 2029, wanneer over een langere periode gegevens beschikbaar zijn. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de werking van de systematiek, de ervaringen van betrokken partijen, de verschillen tussen de CPB-ramingen en de gerealiseerde cijfers en eventuele wensen voor aanpassing.




Geef een reactie