Het kabinet ziet op basis van een nieuwe evaluatie geen aanleiding om de Winkeltijdenwet te wijzigen. Volgens minister Herbert van Economische Zaken en Klimaat biedt het huidige systeem gemeenten voldoende ruimte om het winkeltijdenbeleid af te stemmen op lokale omstandigheden.
De Winkeltijdenwet is sinds 1996 van kracht. Winkeliers hebben ruime vrijheid om doordeweeks en op zaterdag open te zijn. Op zon- en feestdagen geldt in beginsel een verplichte sluiting, maar gemeenten kunnen hiervan via vrijstellingen en ontheffingen afwijken. In opdracht van het ministerie heeft IPSOS-SWECO de wet en de wijziging uit 2021 geëvalueerd. Daarbij zijn gemeenten, winkeliers, vakbonden en inwoners betrokken.
Steeds meer ruimte voor zondagsopening
De detailhandel telt tussen de 845.000 en 880.000 werknemers. De omzet is de afgelopen tien jaar met bijna 45% gestegen. Tegelijkertijd is online retail sinds de vorige evaluatie in 2016 met 77% gegroeid. Online winkels zijn niet gebonden aan winkeltijden, waardoor fysieke winkels volgens de brief moeilijker met online aanbieders kunnen concurreren.
De behoefte aan ruimere openingstijden verschilt per ondernemer. Voor onder meer supermarkten en landelijke winkelketens kan openstelling op zon- en feestdagen tot een hogere omzet leiden. Voor kleinere winkeliers kunnen ruimere openingstijden juist hogere kosten en druk op de winstmarges betekenen. Van de ondervraagde winkeliers verwacht 48% geen hogere omzet door openstelling op zon- en feestdagen. Verder is 55% nooit op zondag open en slechts 21% wekelijks.
Gemeenten zijn de afgelopen jaren wel aanzienlijk ruimere openingstijden gaan toestaan. Inmiddels kent 80% van de gemeenten een volledige of zeer ruime zondagsopenstelling. Slechts 1% staat helemaal geen opening op zondag toe. Ook het aantal gemeenten dat winkels op alle feestdagen laat openen, is toegenomen.
Lokale afweging blijft uitgangspunt
Bij de toekomst van de Winkeltijdenwet spelen verschillende belangen. Voorstanders van wijziging wijzen op de vrijheid van ondernemers en verschillen tussen buurgemeenten. Tegenstanders hechten onder meer aan de zondagsrust en de positie van winkelpersoneel. De minister vindt gemeenten het best gepositioneerd om deze belangen lokaal af te wegen. De onderzochte gemeenten blijken hun beleid actief te heroverwegen en ondernemers en inwoners daarbij te consulteren.
Een landelijke wijziging zou bovendien alle 342 gemeenten verplichten hun verordening te herzien, met aanzienlijke bestuurlijke en juridische lasten tot gevolg. De suggestie van de onderzoekers om de regels voor feestdagen te liberaliseren neemt de minister daarom niet over.
Ook artikel 10 van de Winkeltijdenwet, dat winkeliers beschermt tegen eenzijdig opgelegde openingstijden door vastgoedeigenaren, wordt niet aangescherpt. Uit de evaluatie blijkt geen aanleiding daarvoor.



Geef een reactie